Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 6, 17 - 26

Door Jan Rooijakkers, gehouden op 11 februari 2007

 

Er ging een kracht van Hem uit die allen genas

 

‘Er ging een kracht van Hem uit die allen genas.’ Dit lijkt me de kernzin van het voorgelezen evangelie.

Rijk Gods wordt zichtbaar en voelbaar aan zo’n moment: ze zágen dat er een kracht van Hem uitging. Het Rijk Gods is nabij. Dat Rijk Gods is niet iets voor de toekomst, ooit! Neen tastbaar, hier voor ons.

Ik ken dat diepe verlangen, dat heimwee naar dat dóórbreken van het Rijk van God, die bevrijding uit al dat wat bij ons bijna uitzichtloos is, zo vermoeiend, dat gebrekkige, kreupele van iedere dag – op persoonlijk vlak, als gemeenschap, binnen de kerk, het geruzie tussen de volkeren, eeuwen lang al. Je wordt er niet goed van!

 

Aan wie behoort wel of niet dit Rijk, hoe ziet Jezus dat, want daarover zegt hij iets.

Hij stelt het zo:

Als het er bij jou allemaal vruchtbaar en goed uitziet, hoe erg is dat voor u!

Hij stelt naast en tegenover elkaar:

- Arm en rijk / -  honger en verzadigd / - wenen en lachen / - gehaat worden en lof ontvangen.

 

Armoede, honger, wenen, gehaat worden noemt hij bij het Rijk Gods .

Rijk, verzadigd, lachen en lof ontvangen noemt hij: wat erg toch voor je!

Laten we het goed begrijpen; het punt is niet: het is niet goed, of: je bent slecht. ‘Wee U’ kunnen wij misschien uitdrukken met: ‘wat erg voor je; wat moeilijk wordt het zo voor jou’.

Wat zit daar nu voor een boodschap in? In het evangelie hoorden we: “er ging een kracht van hem uit die allen genas”.

We voelen ons toch beter aan de kant waar het goed zit! En zitten liever niet aan de moeilijke kant. Jezus’ genezen gaat ook altijd van ‘ziek’ naar ‘gezond’, van ‘gevangen en angst’ naar ‘vrij en vreugde’, ‘bevrijding’, ‘vrees niet’.

 

- Waar we ons op de linkerkant, de donkere kant voelen:

het evangelie ziet daar iets in. Maar wat dan? Laten we het eerste punt ‘zalig, jij arme’ eens aankijken. B.v. een vluchteling, een uitgesloten kansloze, een paria. Die is dan wel niet happy, maar hij roept wel veel op. Bij zichzelf: hij moet actief worden, vooruit zien te komen, voor zich zelf opkomen. Bij anderen leidt zijn aanwezigheid tot hulp, tot reflectie op onze politiek of op onze maatschappij. Kortom: in de ander wordt vaak het beste opgeroepen. Niemand kan passief blijven rond een vluchteling. In elk geval is hij open voor genezing, verandering, beweging. We zien het dagelijks in ons samenleven, in onze politiek.

 

- Waar we ons op de rechterkant, de rijke kant bevinden:

Gij rijke: het is niet zo dat je slecht bent, of oneerlijk, nee: wee, hoe erg, hoe jammer! Je bent bezorgd … om je bezit te verdedigen tegen iedereen; je bent met niets anders bezig dan met veilig te stellen; je raakt steeds meer alleen betrokken op jezelf, je raakt geïsoleerd en alleen; mensen worden jaloers op je of gaan hielenlikken. Wat beteken je voor de rest van de wereld nog? Hoe erg toch.

Je kunt wat die rijkdom betreft ook nadrukkelijker vragen: ‘Wat doe je met de rijkdom?’. We kennen in onze gemeenschap voor bezit de kleur van ‘rentmeester zijn’; in ons land kennen we bij elk inkomen ‘de sociale lasten’. Van bezit weten we dus al dat het verplicht tot aalmoes, tot omzien naar weduwen en wezen.

Maar dat weten moeten we ons klaarblijkelijk niet al te mooi voorstellen! Want als op de politieke agenda komt dat de rijkeren iets zouden gaan bijdragen aan de AOW, dan ontstaat plots een toch wat onwaardig touwtrekken.

Het Rijk Gods begint: waar jij iets oproept, waar beweging van liefde groeit, waar er stuwkracht komt. Dat is ‘de kracht die allen genas’, daar gebeurt iets, misschien wel door pijn heen, door lijden heen, met zweet en tranen, ja dat kost kruim.

 

Het Rijk Gods, het “zalig ….” is een oproep, een kans, een taak, een stuwkracht.

En de goede kanten van verzadigd worden en lachen en lof ontvangen verliezen hun ‘wee’ door ze tot een roeping te gaan vertalen.

Leef zo dat er ‘een kracht van je uitgaat’ Dan is het Rijk Gods tastbaar nabij.