|
|
Preken: Lucas 2, 1 - 20
Door Jan Rooijakkers, gehouden op 25 december 2007,
Kerstmis
Drager worden van Gods droom
‘Gij komt in ons bestaan’, dat zongen we zojuist. We zijn hier bij
elkaar om te kunnen uitzingen dat de genade van God verschenen is,
dat zijn vriendelijkheid onontkoombaar duidelijk onder ons lichaam
geworden is.
We hebben de ordening van de werkdagen doorbroken. In onze
maatschappij waar werk zo hoog staat aangeschreven, is dat op zich
al heel ongewoon. En we onderbreken de werkordening nota bene om
vorm te geven aan die inbreuk van God in ons bestaan. Al generaties
lang doen we dit; het feest kleurt onze hele wereld – voor ieder op
eigen manier.
We hebben iets te vieren! Lukas schrijft drie keer: “En het
gebeurde…”. Wat gebeurde er?
- Het gebeurde dat Keizer Augustus een volkstelling hield, in
het wereldrijk; de wereld wordt door de groten en machtigen in
kaart gebracht!
- Het gebeurde dat Maria haar zoon ter wereld bracht, ergens
achteraf in een schaapstal, en zij zingt: ‘Gij hebt neergezien
op uw eenvoudige dienares’.
- Het gebeurde dat de boden van deze geboorte naar de hemel
terugkeerden en de herders naar de schaapstal om te zien of het
woord ook gerealiseerd is: hemel en aarde raken elkaar en gaan
weer huns weegs.
Zo ziet Lukas wat er gebeurde:
(A)de grote wereld, die moet doen wat te doen is
om de wereld op orde te houden; (B) daarbinnen,- ja daaronderdoor -
het heel eenvoudige voortbrengen van leven: een kind, verwondering,
dank, eerbetuiging; en
(C) het wonderlijke gloria van gewone eenvoudige
mensen die luisteren, waar hemel en aarde elkaar even echt
tegenkomen, en dan weer naar eigen plek terugkeren maar een galm
achterlaten die tot op vandaag over onze wereld blijft klinken.
Kerstmis vieren wil zeggen dat wij ook nu in een
gebeuren van “hemel en aarde raken elkaar” terechtkomen, kúnnen
komen.
Ja, Hij is ingebroken in onze wereld, een voelbare
klimaatverandering! Het kwaad en het lijden zijn niet weggeduwd of
verdwenen, maar er is een weg getoond en gebaand hoe ermee om te
gaan. Durf ik mij te verbinden met die God die inbreekt? Durven we
dat raakpunt van hemel en aarde, de zijden draad die hemel en aarde
bleef verbinden toen de engelen naar de hemel en de herders naar
Bethlehem gingen, aan?
Je kunt Gods kijk over het hoofd zien, er overheen kijken, heel
gemakkelijk. Zo’n extradagen hebben we nodig om te kunnen kijken als
Jesaja: hij zegt: “Met eigen ogen zien we dat de Heer terugkeert
naar Sion”- hij zag de ballingen naar het verwoeste Jeruzalem komen,
en zijn hart sprong op! Er kwamen armoedige ballingen – hij zag ze
als boden van opbouw! En toen werden ze dat ook!
Ja: als we het willen zien, dan zien we het:
overal puntjes van geloof, van welwillendheid tussen mensen,
helpende handen, ontelbare liefhebbende ouders, miljoenen genezende
medici en verzorgers en ga zo maar door. Ja: ga zo echt door, dan
komen we binnen in dat koor van ”Ere zij God in de Hoge en vrede op
aarde”. Kwetsbaar en klein, ja. Maar reëel, en daarom daarin de
basis en bron voor de toekomende wereld, het morgen van God durven
zien, tussen hemel en aarde durven kijken, omdat dat toen begon!
Als je die spanning van geloof aandurft dan wordt dat zijden draadje
een snaar in je, een gespannen snaar. En als je die aanraakt
ontstaat er muziek, dan krijgt ons leven klank, dan begint het
leven te zingen van de grote daden van God, van de Schepping, van de
geschiedenis, dan verdwijnen niet de wolken, maar wel de doem, het
licht komt er doorheen. Een echte klimaatverandering voor onze
wereld.
Dat is dan: meevieren want het gebeurt. En ook wij op onze beurt
kunnen dingen laten gebeuren, doen en kijken zoals die wachters die
de ballingen zien als vreugdeboden, de reële plekken van hoop en
daden van licht als de hoekpalen van Gods wereld, dan heeft Hij nu
door ons kansen, heeft Gods droom toekomst door ons. Dat noem ik
iets om te vieren! Zalig Kerstmis.
|