Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 2, 1 - 20

Door Niek Werkhoven, gehouden op Kerstmis 2005

 

God breekt in

 

Onlangs las ik iets over een boek van een sociologe die aan de hand van dit verhaal wilde laten zien hoe primitief en achterhaald het christendom is. Met de nodige ‘realistische details’ wees ze op het barbaarse om een hoogzwangere vrouw op een schokkende ezel te laten reizen, een martelgang immers. En dan een geboorte zonder hulp, zonder de meest elementaire voorzieningen, onmenselijk toch. En moet dat een blijde boodschap inhouden? Te gek om los te lopen! Dat neemt toch geen redelijk mens aan!

 

Zo gaat het dan, zo kán het gaan, als dit kerstverhaal al te stevig wordt verpakt in menselijke fantasie, verbeelding of sfeertje: het keert zich tegen zichzelf en leidt tot afschuw en afkeer.

Een reden te meer om onze verbeelding en uitbeelding van de geboorte van Jezus Christus voor dit moment wat te laten zijn voor wat ze zijn. Want het blijft de moeite waard onbevangen te luisteren naar wat Lucas vertelt én verzwijgt. Hij vertelt zijn ervaring; dat wil zeggen wie en wat Jezus voor hem en de zijnen geworden is. In dit geboorteverhaal spiegelt zich heel Jezus’ leven tot en met de afloop, zijn dood, die toch geen definitief einde bleek te zijn. En dit alles weet Lucas zó te vertellen dat kinderen hem verstaan en volwassenen door zijn wijsheid aangesproken worden op hun leven. Hij is een buitengewoon knap verteller, en wat nog meer is een oprechte getuige die ons, tot op vandaag, deelgenoot wil maken van zijn ervaring: hoe God ingebroken heeft via Jezus, nu nog inbreekt en dit zal blijven doen in de geschiedenis van mensen van goede wil.

 

Geboorteverhaal van Jezus Christus noemen we dit evangelie, en dat is het ook. Maar wel op een heel speciale manier. In vijf regels wordt het verteld, met slechts één detail: het kind wordt in een doek gewikkeld en in een voerbak gelegd. Wel een bijzonder detail, want door het tot driemaal toe te herhalen krijgt het grote nadruk. Vijf regels dus terwijl Lucas tien regels nodig heeft om ons naar deze geboorte toe te brengen. En onmiddellijk na deze geboorte besteedt hij dan ruim dertig regels aan wat herders, daar in de buurt, overkomt! Waarom zou hij niet vertellen wat Jozef en Maria doen die we in onze kerststalletjes eerbiedig biddend bij de kribbe zien? Lucas gaat hen voorbij, schijnbaar, want we mogen bij deze geboorte niet vergeten hoe Maria al door hem in het licht gesteld werd in het verhaal over de aankondiging van dit kind.

Waarom nu zoveel aandacht aan deze herders in dit verhaal? Leidt dat nu van de geboorte af of juist niet? Zijn zij het misschien die duidelijk moeten maken hoe en wat het wil zeggen dat God inbreekt door deze geboorte?

 

Een eerste aanwijzing voor wat Lucas zou kunnen bedoelen vinden we in de betekenis van het woord ‘herder’. In de taal van de bijbel heeft het woord ‘herder’ dezelfde stam als het woord ‘naaste’, ‘vriend’, ‘makker’, ‘metgezel’. Dat wist de evangelist ook heel goed! Bovendien verwijst ‘herder’ naar de oorsprong: David, in dit verhaal zo uitdrukkelijk genoemd, werd achter zijn schapen vandaan gehaald om koning te worden van het volk. En Mozes, de grote leider en bevrijder was hem al voorgegaan als herder, ook hij had geleerd wat leiderschap inhoudt door met de kudde op te trekken. Herders waren ook Abraham, Isaak en Jakob. ‘Herder’ is in de bijbel klaarblijkelijk de leerschool om naaste én leider, metgezel én voorganger te worden!

Wellicht speelt bij Lucas dan nog mee dat herders in die tijd wat gediscrimineerd werden. Volgens farizeďsche opvattingen konden ze niet echt bij het volk horen. Deze mensen in de vrije natuur, konden toch onmogelijk voldoen aan de cultische reinheid, door Farizeeën gezien als wezenlijk voor een leven volgens de Tora.

Zo gaat het als de ‘oorsprong’ uit het oog verloren wordt. Maar juist langs hen breekt God in, dat heeft Lucas van Jezus.

 

Zomaar ineens is er een engel bij hen en worden ze omgeven door Gods heerlijkheid. Woorden die iets proberen weer te geven wat niet in woorden te vangen is. Een engel, - we moeten niet proberen zo’n bijbelse engel voor te stellen, want in de schrift kan heel veel dienen als engel. Misschien dat de viering van het kerstfeest, jaar in jaar uit herhaald, ooit een keer als ‘engel’ gaat fungeren en ons brengt tot die overrompelende ervaring van Gods inbreken zoals hij ingebroken is door Jezus. Een ervaring die gepaard gaat met grote schrik, we horen het hier, zoals zo dikwijls in de bijbel: mensen worden uit het lood geslagen, alles waar men normaliter rekening mee houdt, wordt overstegen.

 

“Heden, nu, is er een Redder geboren, die Gezalfde is, Heer, in de stad van David!” Grote woorden, onbegrijpelijke woorden als je zo ’s nachts de wacht houdt over de kudde. Maar “omgeven door het stralende licht van Gods heerlijkheid” worden dit woorden die het hart verstaat zonder dat het verstand ze kan bevatten.

“En dit is voor jullie het teken…” Ze zullen de grote woorden, met de verwijzing naar de stad van David, zien in een kind in een doek gewikkeld in een voerbak! Wat een onmogelijke tegenstrijdigheid!

 

God breekt in – onopgemerkt, “er was voor hen geen plaats”! God neemt het risico dat het onopgemerkt zou kunnen blijven, dat eraan voorbij gelopen wordt. Maar Hij roept en blijft roepen om getuigen, om ‘herders’ die op weg gaan om het woord te zien dat gebeurd en bekend gemaakt is.

Redder, Gezalfde, Heer, en dat voor een kind in een voerbak, voor een man die als rebel veroordeeld en doodgemarteld is!

Onmogelijke woorden, tenzij God doorbreekt. En dat hebben ‘herders’ ervaren, daarvan is Lucas getuige, want hij is volgens eigen zeggen alles nauwkeurig nagegaan. Daarom, lijkt me, kan hij de herders die het kind in een voerbak vinden, vereenzelvigen met de leerlingen die Jezus terugvinden na zijn dood. Want door dit ‘zien’ kunnen ze bekend maken wat over dit kind, deze man, aan hen gezegd was: juist zó is hij Redder, Christus, Heer.

 

De Redder.

Het is zonneklaar dat Lucas ons niet vertelt over een kerstmannetje dat ons overlaadt met cadeautjes. Hij doet in eerste instantie ook geen beroep op ons begrijpend verstand, maar op heel de mens en stelt ons voor de vraag wat we met ons leven willen. En dit willen, mijn bestemming, weet ik pas als het leven met zijn mogelijkheden en moeilijkheden op me af komt. Als ik in het leven wil leren dat ik een gevangene blijf van eigen beperkte mogelijkheden zolang ik zelf het centrum van alles wil zijn en alle touwtjes in handen wil houden, zal ik iets gaan beseffen van ‘Redder’. Maar dit willen en leren is een genade-ervaring, waar we om bidden, ons voor open proberen te stellen, luisterend en wachtend.

 

Dat geeft Lucas ons nog even mee in de laatste zinnen: “Allen stonden verbaasd over wat hun door de herders over dit kind werd gezegd”. Dat verbaasd staan horen we meer, zo reageren de mensen later ook in Nazaret. ‘Verbaasd’ staan ze over de geweldige woorden die Jezus zegt, maar zich laten aanspreken, die woorden gaan doen, er echt rekening mee gaan houden…“Het is toch maar de zoon van Jozef, die timmerman!”.

Maar tegenover hen staat dan Maria “die alle woorden in haar hart bewaart en er over bleef nadenken”. Maria, moeder van de Kerk, de gelovige, die zo laat zien dat Christus geboren is om de christen in ons geboren te laten worden. Dat is, in het licht van kerstmis, deze bevrijdende paradox in het leven een plaats kunnen geven: dat niets, alles kan zijn en alles wel eens niets.

Bevrijdend, vreugdevol als God kan inbreken en het geen menselijke makelij is.

Wat sociologen, filosofen of theologen ook mogen beweren, we geloven dat de genade van God op aarde is verschenen en dat we daardoor kunnen ontvangen wat we zijn.

Daarom wensen we elkaar een zalig kerstfeest.