|
|
Preken: Lucas 1, 57 - 66 + 80
Door
Nel van Cuijk, gehouden op 24 juni 2007
Een
bijzondere man
Vandaag vieren we de geboorte van Johannes, bij ons in het westen
bekend als Johannes de doper, in het oosten wordt hij de voorloper
genoemd, hij die voorop loopt, hij die de eerste klappen opvangt,
hij die het eerst zal sneuvelen in de strijd om gerechtigheid en
vrede, om de bevrijding van Israël.
Johannes was een groot man. We vieren zijn geboorte, zoals we de
geboorte van Jezus vieren en de geboorte van Maria. De kerk weet
denk ik heel goed dat in en door deze drie mensen het nieuwe
Godsvolk ontstaan is.
De
man die Jezus naar voren schoof, die zag dat de Geest op Jezus
rustte, die Jezus aanwees als de Messias, de man die in de kilte van
de gevangenis zich afvroeg, zijn leerlingen liet vragen; ben jij het
echt of moeten we een ander verwachten. Jezus antwoordt met een
citaat uit Jesaja en laat daar een belofte uit weg, de belofte dat
gevangenen bevrijd zullen worden. Blinden zien en doven horen en
zieken worden genezen, maar de gevangenen worden niet genoemd.
Johannes wordt niet bevrijd uit zijn gevangenis.
Johannes is een groot man, zonder hem zou Jezus niet geworden zijn
misschien. Wij weten dat natuurlijk nooit.
En
zoals we rond Pasen van Jezus horen zeggen dat hij vanaf de
moederschoot geroepen is en dat hij een licht voor alle volken zal
zijn, zo horen we dat vandaag over Johannes zeggen. Ook hij is in
dienst van de Heer. Ook hij verkondigt een boodschap die door velen
niet gehoord wil worden. Al ben je nog zo scherp, als een goed
geslepen pijl, al is je analyse van de wereld waarin je leeft nog zo
helder, al weet je zeker dat hier Gods hand aan het werk is, als
profeet sta je meestal alleen, de mensen om je heen, althans de
bemiddelde mensen, de mensen die iets te zeggen hebben, de mensen
met macht, zij delen je visie niet, ze willen het niet anders, ze
hebben geen boodschap aan God, niet aan het woord van de profeet en
dus wordt hij uit de weg geruimd.
Vandaag echter is het nog niet zover. Vandaag
vieren we de geboorte. Een wonderlijke geboorte natuurlijk, of
minstens de aanloop naar die geboorte is wonderlijk want volstrekt
onverwacht en onmogelijk door de ouderdom van de vader en de moeder.
Zacharias is er sprakeloos, stom van geworden. Een priester die
niets meer te zeggen had. Gods woord dat niet meer gesproken kon
worden. De hele geschiedenis, de traditie van God en zijn volk op
sterven na dood, het volk gevangen onder het juk van de Romeinen, de
priesters die slinkse wegen zoeken om enerzijds het volk in toom te
houden en anderzijds de Romeinen ter wille te zijn. Zacharias kan
niet geloven dat God midden in deze verscheurdheid, in deze
politieke/religieuze/sociale verwarring en onmacht nog iets kan
beginnen. Hij ziet geen toekomst en zonder toekomst kan hij geen
kind op de wereld zetten. Hij moet dus maar zwijgen, hij is een mens
zonder hoop, hij heeft het opgegeven te vertellen dat God grote
daden zal doen. Die geroepen priester, hem is het zwijgen opgelegd,
hij is tot zwijgen gedoemd.
En dan wordt Johannes geboren. En alles moet goed
gebeuren volgens die oude traditie en overlevering. Bij de
besnijdenis en de naamgeving komt dat scherp naar voren: in de
familietraditie van Zacharias moet hij blijven deze niet meer
verwachte nakomeling, hij zal naar zijn vader heten.
En dan springt de vrouw in, de vrouw waarvan wij
geleerd hebben dat zij zo luisteren zal dat de man op een ander
spoor gezet kan worden, dat traditie niet enkel een herhaling wordt
van het verleden, maar bron en inspiratiekracht voor een open
toekomst. God heeft iets bijzonders aan ons gedaan zegt Elisabeth,
God is een God van genade, God heeft zijn compassie getoond, zijn
meeleven. Deze jongen zal daarom zo genoemd worden. Jo-chanan, God
is genade. Maar ja de praat van een oude vrouw die net een kind
gebaard heeft en van de schrik nog niet bekomen is, daar kun je als
traditiegevoelig mens niet naar luisteren, op naar pa dus. De met
stomheid geslagen vader die ook nu nog niets kan zeggen, afasie, hij
heeft gebarentaal nodig en hij spreekt de gebarentaal en schrijft
wat zijn vrouw gezegd heeft, dit kind, het moet Johannes heten want
God heeft gesproken tegen mijn ongeloof in, God heeft zich om zijn
volk bekommerd, een God van genade is onze God.
Er is weer toekomst en Zacharias jubelt het uit,
de tong komt los, hij bezingt en zegent de Heer de God van Israël
dat wij zonder vrees hem dienstbaar zullen zijn in heiligheid en
gerechtigheid al onze dagen, en jij kleine jongen, jij zult profeet
van de Allerhoogste genoemd worden want je zult uitgaan voor het
aanschijn van de Heer en een weg voor hem bereiden.
|