Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 13, 1 - 16
Door Tineke Renkema, gehouden op 19 september 2004

Wat moeten wij toch doen?

Ik weet niet hoe het u verging tijdens het luisteren naar de lezingen, maar in mij werden heftige gevoelens opgeroepen van geconfronteerd worden, van verontrusting, van verwarring. Maar deze teksten worden ons gegeven en dat vraagt dat ik luister. Ik geloof immers, dat het woorden zijn die mijn en ons leven richting kunnen geven en ik geloof immers, dat als ik mij aan deze woorden toevertrouw en mij eraan gelegen laat liggen dat er dan vrede uit zal voortkomen? Ik wil delen met jullie hoe ver ik in het luisteren naar deze teksten ben gekomen.

De profeet Amos horen wij fel uithalen ten aanzien van heersende misstanden. Een bevlogen profeet, in heilige verontwaardiging, die aanwijst hoe de ene mens leeft ten koste van de andere. Een profeet die zegt dat God dit onrecht niet zal vergeten! Toen en nu! Dat is de confrontatie. Het is zo verontrustend, omdat het niet alleen toen, maar ook nu nog steeds zo is dat mijn, onze bevoorrechte positie, onze welvaart, soms zo beschamend vanzelfsprekend is en in zo’n immens schril kontrast staat met die van zovele, zovele anderen. Iemand schrijft mij vanuit het vluchtelingenwerk in Kairo: Zoveel mensenlevens waar mensen niet anders kunnen dan het beste ervan maken, maar het beste is zo heel heel weinig. Ja, het beste voor vele mensen is zo heel heel weinig. De profeet Amos verontrust en dat is goed. Het kan ons uit doen roepen: ‘Wat kan ik doen? Wat moeten wij toch doen?’

Wanneer we dan vervolgens luisteren naar het evangelie horen we Jezus een gelijkenis vertellen over een rijke man. Een rijke man die zijn bezit toevertrouwt aan een rentmeester. De rentmeester die de vrije hand krijgt om dit bezit te beheren, het bezit dat hem in handen is gegeven. We horen hoe de rentmeester zijn vrijheid misbruikt, het vertrouwen schendt. Er is sprake van wanbeheer en verkwisting en hij wordt ter verantwoording geroepen. Jezus vertelt deze gelijkenis tegen zijn leerlingen en als ik met deze leerlingen meeluister, dan merk ik, dat ik mij dan vrijwel onmiddellijk in de positie plaats van de rentmeester, iemand aan wie veel bezit is toevertrouwd. Ik hoor dan in mijzelf woorden uit het scheppingsverhaal. Woorden, zoals deze klinken in het leerdicht van Huub Oosterhuis: “Wees vruchtbaar, maak deze aarde vol van geluk, dienen zult gij, behoeden deze aarde van mij.” Luisterend naar wat Jezus over de rentmeester vertelt, moet ik onder ogen zien, dat wij mensen, rentmeesters van deze aarde, deze aarde niet, nauwelijks weten te beheren. Welvaart, te vaak niet gedeeld, te vaak ten koste van velen. Verkwisten: zo wordt dat hier genoemd. Een verontrustende gelijkenis. En het is ook verontrustend. Het doet mij uitroepen: Wat kan ik doen, wat moeten wij toch doen?

En zo lijkt ook de rentmeester uit de gelijkenis te reageren. “Hij zei bij zichzelf: Wat moet ik doen?” We zien hoe hij onmiddellijk actie onderneemt, als hij hoort dat hij van zijn wanbeheer de gevolgen moet dragen. Wat roept dit bij mij als luisteraar op? Ik merk dat ik zijn handelen onmiddellijk als frauduleus beoordeel en hem op grond daarvan veroordeel. Foute boel! Eigenlijk heeft hij voor mij al afgedaan, zie ik hem al niet meer staan. En daarmee komt ook zijn vraag: ‘Wat moet ik doen?’ in een negatief daglicht te staan. Dit evangelie laat echter iets anders zien. Jezus blijft kijken naar deze man en prijst hem zelf om zijn gewiekste en handige aanpak, waarmee hij in leven probeert te blijven, nadat hem het beheer is ontnomen. Op zijn minst verwarrend! Wat betekent dit? Blijven kijken dus, in de spiegel kijken en de vraag toelaten: Wie van ons heeft schone handen? Ik moet erkennen: Ik sta in deze wereld met zijn onrechtvaardige verhoudingen, ik maak er deel van uit. Ik ben er mede verantwoordelijk voor.

Wat kan ik doen, wat moeten wij toch doen? Ik versta in de woorden van Jezus, die op de gelijkenis volgen: Het is mogelijk betrouwbaar te zijn, het geloof in jou gesteld waard te zijn, geloofwaardig. Schuw niet het in de wereld staan, maar onderneem actie, gewiekst en handig. Schuw de materie niet, schuw bezit niet, maar laat je er niet door verleiden, laat het je niet bezetten, laat het je niet brengen tot passiviteit, ongevoeligheid voor onrecht. Wees niet bang voor je bezit, voor economische motieven, vanwege die verleidelijkheid, maar zet het in! Schaam je niet voor je talenten, voor je welvaart, maar weet wel dat het je gegeven is en dat het je vraagt het in te zetten, het aan te wenden ten goede, zodat het tot vrede strekt.

Kan ik wel wat doen? Kunnen wij wel bijdragen aan de grote vrede? We horen Jezus tegen zijn leerlingen zeggen: “Wie betrouwbaar is in het kleine, is ook betrouwbaar in het grote.” Onze onmachtsgevoelens hoeven ons niet te verlammen. Integendeel! We slagen er slechts zeer gedeeltelijk in om in vrede met elkaar te leven. En dat is uiterst pijnlijk. Maar de pijn daarover hoort bij de beweging van vrede. Dat mag ook ons hier op deze kleine plek bemoedigen. Onze inzet hoe klein ook, maakt toch dat de hoop op meer rechtvaardigheid geen illusie is. God vergeet niet, zo hoorden wij de profeet Amos zeggen, wanneer wij aan anderen misdoen, wanneer wij vuile handen maken. Hij vergeet niet, maar Hij wacht op ons met eindeloos geduld. Hij vergeet niet, maar, en vorige week hoorden wij het nog, Hij vergeeft ons wel in zijn grote barmhartigheid als wij antwoord geven, en steeds opnieuw, met vallen en opstaan, alles wat ons gegeven is, inzetten. Dan zegent God ons en bevestigt hij ons bestaan. Moge het zo zijn.