|
|
Preken: Lucas 16, 1 - 13
Door Koos van Etten
Gerechtigheid
Mijn eerste
reactie op dit evangelie is: wat zullen de toehoorders van Jezus
hebben zitten te grinniken. Hij vertelt een parabel uit het leven
gegrepen. En zijn boodschap is duidelijk: wat een slimme man! Wij
hebben gisteren financiële presentatie gehad van het bestuur,
gebracht door Charlotte en Peter. Zouden zij ook zo ons geld
beheren? Nee, natuurlijk niet. Die zijn fatsoenlijk; zo zijn ze niet
en zo zijn wij ook niet. Want die man uit de parabel heeft zich
verrijkt op een onrechtvaardige manier; en als hij zijn
ontslag krijgt, is dat terecht, ook al weet hij er handig uit te
komen.
Maar het gekke is dat die econoom door zijn baas geprezen wordt, om
zijn slimheid en creativiteit! Hetzelfde doet Jezus, die deze
parabel vertelt om ons te laten leren van die onrechtvaardige
econoom. Die man weet tenminste vrienden te maken, door een deel van
hun schulden kwijt te schelden. Daar kunnen wij nog van leren! Toch
is deze gedachte eigenaardig, want die verwacht je niet van zo’n
leermeester als Jezus is. Want als we die gedachte toepassen op onze
werkelijkheid, zouden we dan zo kunnen kijken naar een man als Osama
bin Laden? Dat is een man die rijk is geworden door zijn vele
transacties, en die zich door zijn rijkdom en zijn overtuiging vele
vrienden weet te maken in de islamitische wereld. Moeten we zo
kijken, dat wij van hém kunnen leren?
Maar dan begint er in ons toch wel duidelijk protest te komen: die
man is een gevaar! Als ….hij de aanslagen van vorige week heeft
beraamd, is het een misdadiger. Hij heeft vele onschuldige mensen
tot slachtoffer gemaakt in de VS. Wat hij doet, is en blijft
verschrikkelijk
Zo’n man moet berecht en bestraft worden en zijn vrienden met hem,
nietwaar?!
Dat uiten van een protest brengt ons dichter bij de eerste lezing,
uit de profeet Amos. Hij bekritiseert zijn volk. Hij verwijt
ze te profiteren van de armen. Hij klaagt ze aan en zegt dat ze
strikken spannen voor de armen en de misdeelden in het land willen
uitroeien. En op het einde van zijn vergaal laat hij uiteindelijk
God de Heer zeggen: ‘Ik zal hun daden nooit vergeten!’ Die taal
klinkt als de taal van de regering in de VS: een taal van dreiging
en vergelding. Het onrecht moet met een straffend optreden vergolden
worden. Is het dat wat ons gezegd wordt, want zo kun je het lezen?
Maar bij die oorlogstaal voelen we ons evenmin thuis; het drijft ons
enorm op en vergroot onze angst. Het brengt ons tot een denkschema
van goede en kwade mensen, en natuurlijk zijn wij goed en die
anderen slecht.
Wat is het toch dat deze lezingen ons willen leren/ ons willen
zeggen?
Het is vandaag het begin van de vredesweek, en in vele kerken wordt
aandacht geschonken aan de beweging van mensen die uit zijn op
‘vrede om gerechtigheid’. Dat woord ‘gerechtigheid’ staat in
de lezingen centraal. In de taal van de Schrift wordt het woord
‘rechtvaardigheid of gerechtigheid’ vaak gebruikt in de zin, zoals
wij dat verstaan, in de juridische zin. Als iemand een misdaad
gepleegd heeft, moet hij gestraft worden. Er is een norm overtreden,
en daar moet paal en perk aan gesteld worden. Er moet recht gedaan
worden: aan het slachtoffer en aan de orde die verbroken. In de Tora
of Wet van Mozes staan vele regels die dit rechtvaardig handelen
oproepen.
Maar in de Schrift wordt ook een andere betekenis van
‘gerechtigheid’ wordt gebruikt. Dat heeft te maken met het verbond,
dat er bestaat tussen God en zijn volk. Er is sprake van een
relatie. Gods gerechtigheid is dan zijn heilzaam en reddend optreden
die opkomt voor zijn volk, en vaak juist voor een volk dat is
verdrukt. Het gaat om een herstel van de juiste orde. En daarover
spreekt de profeet Amos: hij wil dat er onder het volk gerechtigheid
gedaan wordt. Daarover spreekt ook Jezus: dat er recht gedaan wordt
en betrouwbaarheid is in het kleine.
Ik denk dat wij in deze dagen wat onze beleving betreft tussen deze
twee betekenissen instaan: er is onrecht gedaan aan mensen, er is
inbreuk gedaan op de veiligheid van een staat en volk van Amerika,
onschuldige slachtoffers zijn er gevallen; het is nodig dat dit
onrecht hersteld wordt; dat er rechtvaardigheid gebeurt in de
juridische zin: de schuldigen moeten gestraft worden en de
onschuldigen gewroken.
Maar in ons schreeuwt het ook om een andere gerechtigheid: dat er
breder gekeken wordt dan dit moment. Dat er gerechtigheid gebeurt
aan arme mensen en landen, opdat er vrede kan komen, en de kloof
tussen rijk en arm uiteindelijk gedicht wordt. Er is gerechtigheid
nodig tussen mensen, opdat we gaan leren van andere culturen en
andere godsdiensten, en er broederschap ontstaat tussen volkeren. Er
is gerechtigheid nodig, gegrond op de waarheid ja, maar bedoeld om
de tegenstellingen tussen mensen te verkleinen en we samen een
bewoonbare wereld mee helpen opbouwen. Die gerechtigheid vraagt van
ons allen een omkeer, een verandering van mentaliteit, een andere
instelling. En dit zal ook een lange weg is; die gerechtigheid
gebeurt niet van de ene op de andere dag, maar we blijven hopen, dat
die gerealiseerd kan worden, ondanks en door alles heen.
|