Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 14, 25 - 33

Door Jelle de Groot, gehouden op 9 september 2007

 

Kleine profeet: sta op!

 

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik de lezingen niet gemakkelijk vind. Ze liggen niet gemakkelijk in mijn gehoor, en misschien ook niet in het uwe.

Toen ik ze de eerste keer las, dacht ik dat wordt een klus: een klus om woorden in een andere taal die zo’n tweeduizend jaar oud zijn te vertalen naar onze tijd toe.

 

Ik ga weer even terug met u naar de eerste lezing.

Er staan vragen en antwoorden in.

De eerste vraag is: wie van de mensen kan Gods plan, Gods bedoeling doorgronden, wie ontdekken wat de heer wil? Vroeger en ook nog veertig jaar geleden vroegen mensen zich af: wat is Gods weg, Gods wil voor mij? Nu zeggen wij: wat wil ik ten diepste met mijn leven? Die vraag kent ieder van ons die hier zit van tijd tot tijd.

Wat wil ik ten diepste met mijn leven? En soms bidt er vast nog wel iemand zachtjes: wat wil jij God van mij op dit moment?

De schrijver van het boek Wijsheid is geïnspireerd door koning Salomo. In het verhaal van vandaag bidt Salomo.

Een prachtig verhaal in 1 Kon 3 laat zien waarom hij bidt. Omwille van de tijd vat ik het kort samen.

Het verhaal gaat dat koning Salomo zijn liefde voor God toont door in het voetspoor van zijn vader David te gaan. Toch offert hij op het altaar in Gibeon, ver van Jeruzalem. En dan verschijnt precies in dat Gibeon God ’s nachts in een droom aan Salomo en zegt: “Wat wilt ge dat ik u geef?” en Salomo antwoordt: “Gij hebt mijn vader David een grote gunst bewezen. Omdat hij luisterde naar u, hebt gij hem een zoon gegeven. Die zoon is nu koning hoewel ik maar een jonge man ben en nog niet weet wat ik doen of laten moet. Geef uw dienaar een opmerkzame geest want wie is in staat recht te spreken voor dit grote volk van u?” Dit verzoek behaagde de heer. “Omdat ge juist dit hebt gevraagd, geen lang leven, rijkdom of de dood van uw vijanden, maar alleen inzicht, om recht te kunnen spreken, geef ik u een geest vol wijsheid en inzicht.” Als Salomo wakker wordt, gaat hij naar Jeruzalem terug. Daar gaat hij staan voor de ark van het verbond met de heer, offert en richt een feestmaal aan voor al zijn hovelingen.

Het verhaal leert ons hoe Salomo in een droom van godswege zijn weg vindt als jonge koning.

 

En nu het evangelie. Daar staat nog al wat.

Eerst staat er: ‘In die tijd trokken talloze mensen met Jezus mee’.

Hij keert zich om en zegt: ‘Wie niet met zijn familie breekt, ja zelfs met zijn eigen leven, kan mijn leerling niet zijn’. En: ‘Als iemand zijn kruis niet draagt en mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn’.

Mijn eigen eerste reactie bij zo’n tekst over breken en kruisdragen is: wegwezen; dit is van vroeger; dit is voorbij. In de Statenvertaling staat ‘haten’ i.p.v. ‘breken’.

 

Ik ben gaan ploegen en pluizen vanwege zulke woorden als breken met, haten of verfoeien.

Het verhaal gaat dat Jezus vastberaden naar Jeruzalem gaat. Hij wordt gewaarschuwd: “Herodes is van plan je te doden.” Hij antwoordt: “Het past niet dat een profeet buiten Jeruzalem omkomt.” Jezus beseft: als ik trouw blijf aan mijn roeping dan kost dit mijn leven. Hij die zich verbindt met armen, kreupelen, lammen, blinden, tollenaars en zondaars, mensen die er niet bijhoren, mensen die niet meetellen, roept grote weerstand op bij de gevestigde orde. ‘Zo hoort dat niet. dat doe je niet, wij doen dat niet….pas op jij!!   dat kost je de kop!’

Hij gaat naar Jeruzalem – de stad van God – is dat een stad van de vrede? En talloze mensen trekken met hem mee.

Jezus beseft dat mensen meetrekken om verschillende redenen. Sommigen trekken mee omdat ze verwachten dat hij de Romeinen eruit gooit. Meetrekken is nog geen volgen.

Ik kom even terug op dat woord ‘je eigen leven haten om zijn leerling te zijn’. In Deuteronium 13 lezen we:

‘Wie door zijn familie, zelfs zijn liefste vrouw of beste vriend in het geheim verleid wordt om andere goden te dienen, dan moogt ge daar niet naar luisteren. Je moet die persoon zonder uitstel doden.’

Het leven van jou en van het hele volk staat op het spel. Ten diepste gaat het verhaal van God met mensen, het verhaal van Jezus over leven en dood, over liefde en haat, over zingeving of zinloosheid. Ons leven staat op het spel.

 

Wat betekent dat voor vandaag voor ons en voor de komende week?

Ik hoor twee vragen:

1. God vraagt aan mij en aan jou: “wat wil je dat ik je geef?”

2. Jezus vraagt aan jou en aan mij: “Wil je echt mijn leerling zijn? Helemaal, als mens uit één stuk? Met heel je hart, heel je ziel, al je krachten?”

Die twee vragen komen op ons af. We worden vandaag uitgenodigd er persoonlijk en gezamenlijk antwoord op te geven in de komende dagen.

 

Nog twee slotopmerkingen:

 

1. In de tijd van Jezus, in de jonge kerk en in de situatie dat mensen zich volwassen laten dopen kan Jezus volgen betekenen dat je breekt met de oude mens. Door de doop wordt je een nieuwe mens. Je begint een nieuw leven met een andere levensstijl. Toen ik hier een exodus had gedaan, kon ik niet terug naar mijn studentenleven.

Wij in onze tijd zijn vaak van geboorte af christen maar betekent dat meestal niet dat wij het als vanzelfsprekend beleven i.p.v. heel bewust er aan werken? Juist onze tijd vraagt om bewuste christenen. Trouwens de moslims in Nederland roepen ons daartoe ongewild op.

 

2. We leven soms/vaak ten koste van anderen – dichtbij en wereldwijd. Het geld, de economie is vaak onze afgod,   dat kan toch niet anders?! Binnenkort begint de vredesweek. Doen wij mee?

Jezus vraagt ons: “wat zijn jullie afgoden vandaag de dag?” Bezit, bezet en bezetenheid liggen soms dicht bij elkaar. Hij nodigt ons uit hem ten diepste te volgen, hem lief te hebben, meer dan wie of wat dan ook.

De komende dagen zullen ex-moslims zich presenteren. In de geest van Jezus mogen wij luisteren, niet oordelen.

 

Ik wil graag sluiten met een korte tekst die me treft:

 

Er zijn grote en kleine profeten,

voortrekkers die de publiciteit halen

en anderen, die in het klein werken.

Een gemeenschap heeft ze nodig ,

de massa moet bewogen worden.

 

Ook de kleine profeet is van gewicht

voor zijn eigen omgeving.

Het is iemand die

gegrepen is door een ideaal,

daarvoor zijn nek uitsteekt,

zich kwetsbaar opstelt.

 

Hij of zij praat erover in eigen kring,

dialogeert erover,

misschien zelfs wat drammerig.

Hij of zij vormt kernen,

die uiteindelijk een grote kracht uitmaken.

 

Geen ‘profeet’ hoeft zich te klein

en te machteloos te achten.

Kleine profeet: sta op!