|
Preken: Lucas 14, 1 + 7 - 14
Door Irene Suasso, gehouden op 29
augustus 2004
Samen aan tafel
Net als vorige week zondag maken de lezingen van
vandaag weer een wat strenge, moralistische indruk. Bovendien lijken
ze een moraal te preken die niet meer geldig is. Wij leven immers in
een tijd waarin iedereen weliswaar gelijke rechten heeft, maar waar
ieder er ook maar zelf voor moet zorgen dat hij zijn recht krijgt of
tot zijn recht komt. In deze samenleving bereik je meer met een
ellebogenmentaliteit dan met bescheidenheid en nederigheid. Hoogmoed
lijkt zo juist beloond te worden. Kinderen van nu leren dat ze
vooral veel moeten vragen, zichzelf moeten poneren, om niet te
worden overgeslagen. En wie in deze tijd nog durft te pleiten voor
een gastvrije houding naar vluchtelingen en mensen uit andere
culturen wordt zo’n beetje als staatsvijand gezien. Moeten wij deze
evangelietekst dan maar als te soft en niet realistisch ter zijde
schuiven? Wat hebben deze woorden van Jezus, die via Lucas tot ons
komen ons vandaag nog te zeggen?
Allereerst is het goed om te bedenken dat in deze
tijd van het kerkelijk jaar de lezingen steeds te maken hebben met
gemeenschapsopbouw. Lucas schreef deze evangelietekst ten behoeve
van de jonge christengemeenschap waar hij deel van uit maakte en die
nog volop in ontwikkeling was. Leonie zei het vorige week al: Jezus
leefde vanuit een visioen. Eens zullen wij leven in een wereld van
vrede en gerechtigheid. Mensen zullen dan samenleven op basis van
barmhartigheid. Net als in onze tijd was de werkelijkheid waarin
Jezus leefde heel anders. Toch probeerde hij daar dwars tegen in
zijn ethiek van barmhartigheid uit te dragen en te leven.
Een van de wijzen
waarop hij dat deed was de manier waarop hij samen met anderen at.
Hij vormde tafelgemeenschap met hen. In Jezus’ tijd betekende samen
met iemand eten meer dan in onze tijd. Met iemand eten was een teken
van wederzijdse acceptatie. Maar dat betekende niet dat men zomaar
met iedereen kon eten. De ethiek van reinheid, die werd aangehangen
door Farizeeën en schriftgeleerden, schreef voor dat je met sommige
mensen niet mocht eten omdat ze onrein waren, zoals zondaars,
tollenaars en prostituees. Eten met hen werd gezien als een zonde
tegen de Thora, tegen God.. Jezus echter at regelmatig met deze
onaanraakbaren en stelde daarmee deze ethiek ter discussie, wat hem
niet in dank werd afgenomen.
De maaltijden die Jezus hield hadden vaak een
feestelijk karakter. “De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan
van spijs en merg en uitgelezen wijnen” zongen we net. De maaltijden
van Jezus leken op deze maaltijd van God. Het was alsof hij tot z’n
disgenoten wilde zeggen: voor God en voor mij zijn jullie de moeite
waard, wees welkom!
In het evangelieverhaal van vandaag gaat Jezus
aan tafel met Farizeeën en schriftgeleerden. Het feit dat ze hem
uitnodigen en hij erop ingaat, is een teken van wederzijds respect.
Desalniettemin houden de gastheren hem in de gaten en heeft Jezus
kritiek op de manier waarop zij maaltijd houden. Hij richt eerst een
vermanend woord tot de gasten, die hij voorhoudt dat ze niet als
vanzelfsprekend de voornaamste plaatsen uit moeten zoeken, en dan
tot de gastheer die hij vraagt werkelijk gastvrij zijn voor meer
mensen dan alleen een vast kliekje van gelijkgestemden. Deze
passages gaan dus over gastvrijheid. Het woord uitnodigen komt er
veelvuldig in voor en is hier eigenlijk het centrale thema. Het is
alsof Jezus de Farizeeën en ook ons vraagt om te allen tijde te
beseffen dat wij genodigden zijn, te gast mogen zijn in het leven,
welke functie of positie wij ook hebben. Dat God degene is die ieder
mens uitnodigt om te delen in de overvloed die hij biedt, maar dat
wij daarom ook nooit vanzelfsprekend recht hebben op een betere
plaats aan tafel dan anderen. Dat God ons vraagt om de gastvrijheid
die Hij biedt ook ruim naar anderen te leven, ook naar hen die ons
niet direct liggen.
Tegen dit licht moeten we ook Jezus’ woorden “wie
zichzelf verheft zal vernederd, en wie zichzelf vernedert zal
verheven worden” verstaan. Wie altijd boven zijn maat leeft en wiens
identiteit en levensgeluk afhangen van de positie en het aanzien dat
hij heeft, komt vroeg of laat bedrogen uit in zijn leven en valt in
het zwarte gat van de zinloosheid. Jezelf vernederen heeft hier
niets te maken met valse bescheidenheid of onderdanigheid. Het duidt
op een levenshouding die laat zien dat men zich ervan bewust is dat
men in het leven een genodigde is. Wie zo leeft zal het leven steeds
meer als een geschenk gaan ervaren.
Wat heeft dit
alles met het bouwen aan gemeenschap te maken? Heel veel denk ik. Je
kunt niet bouwen aan gemeenschap met een mentaliteit van gelijken
onder gelijken en ons kent ons. Ook niet als je alleen contact hebt
met mensen die over alles hetzelfde denken als jij. Je bouwt geen
gemeenschap als je vergeet dat je zelf ook maar genodigd bent, je
laat voorstaan op je verantwoordelijkheid en ondertussen de gasten
eeuwig gast laat blijven en niet werkelijk binnenlaat in je
gemeenschap en de verantwoordelijkheid niet met hen wil delen. Je
bouwt geen gemeenschap als je niet steeds blijft beseffen dat God
het is die je uitnodigt om te bouwen aan gemeenschap en dat je
namens hem gastvrij moet zijn naar anderen en oog moet hebben voor
de zwakken en gebrekkigen. Dit geldt niet alleen voor een
kerkgemeenschap of geloofsgemeenschap als de onze, maar ook voor een
huwelijk, een gezin, een samenwerkingsverband of de samenleving als
geheel.
Jezus’
tafelgemeenschap, die tijdens zijn leven zo’n belangrijk teken was
geweest van zijn verbondenheid met mensen en die nieuwe
verbondenheid schiep van mensen met elkaar, werd na zijn dood in een
ritueel dat men ‘Het breken van het brood’ of ‘Maaltijd van de heer’
noemde voortgezet. Dit ritueel is later uitgegroeid tot onze
eucharistieviering en avondmaalviering. En hoewel er zowel tussen
als binnen kerken discussie is over de betekenis van het ritueel, is
het gebaar van “ Samen maaltijd houden” eigenlijk al veelzeggend
genoeg. De theoloog Erik Borgman zegt daarover in het laatste nummer
van het tijdschrift Speling: “Maaltijd is een icoon van Gemeenschap,
zoals Jezus een icoon is van gemeenschap, van verbondenheid van God
met mensen. De eucharistie voegt individuen samen tot een
samenhangend lichaam van Christus met verschillende ledenmaten.”
Ook wij zijn vandaag uitgenodigd om samen
maaltijd te houden. Om zo gebracht te worden bij dat visioen van
Jezus van een samenleving van vrede en gerechtigheid waarin ieder
mens tot zijn recht komt. Een visioen dat wij delen met hem en met
elkaar.
|