|
Preken: Lucas 13, 22 - 30
Door Leonie van Straaten, gehouden op 26 augustus 2007
Waar het onderweg op aankomt, is dat wij met hart en ziel aanwezig
zijn, en niet enkel met lijf en leden
Wij
leven in een samenleving waarin heel veel kan. De vrijheid in onze
democratie is een groot goed. Maar in onze luxe positie schuilt ook
risico. Want door wat of door wie laat ik me leiden in mijn keuze
voor een bepaalde weg? In hoeverre worden we nog gewekt, om onderweg
keuzes te maken die niet alleen goed voor mezelf zijn, maar die ik
ook afstem op het geheel?
De
politieke filosoof Henk Woldring schreef in Trouw een artikel waarin
hij deze vragen voor mijn gevoel onderstreept. Hij schrijft: ‘We
denken dat onze democratie niet op kan. Wat me verontrust is dat er
zo weinig oog is voor het geheel, geen besef ook van de broosheid
ervan.’ Hij is ervan overtuigd dat we met verschillende mensen,
verschillende bevolkingsgroepen kunnen samen leven, mits we bereid
zijn elkaar ruimte te geven én samen verantwoordelijkheid te dragen
voor het geheel.
Dit
samengaan van vrijheid en verantwoordelijkheid nemen voor het geheel
boeit mij al veel langer en het lastige evangelie geeft er een eigen
illustratie bij.
Lastig vind ik Lukas vandaag. Mij irriteert die
nauwe deur: het roept iets op van: als het maar moeite kost dan is
het goed. En begrippen als ‘binnen zijn’ en ‘buitengeworpen worden’
liggen me ook niet zo goed.
Bij
deze irritatie helpt het mij om voor ogen te houden dat Jezus hier
iets over zichzelf zegt. Hij is onderweg naar Jeruzalem en daarmee
kiest hij niet de gemakkelijke weg. Maar het vuur dat in hem brandt
– dat hoorden we vorige week - dwingt hem trouw te blijven aan zijn
roeping, zijn bestemming. Het perspectief van Gods Rijk trekt hem
verder dan hij op eigen kracht zou komen. Maar het risico dat deze
weg op een mislukking uitloopt is reëel aanwezig. Dat dit Jezus zelf
benauwt, weten we vanuit andere teksten. Hij moet zelf door een
nauwe poort.
Wat ook helpt bij mijn irritatie is het besef dat
Lukas dit schrijft omwille van de gemeente waarin hij leeft. Er zijn
daar christenen die zich er op laten voorstaan bij de gemeente te
horen. Ze voelen zich zeker van hun zaak, zij zijn immers op de
goede weg. Ja, zegt Lukas, de weg van geloof is de goede weg,
maar weet wel: deze weg moet je helemaal gaan met alle
consequenties, met alles wat het van je zal vragen. Hij maakt zich
blijkbaar zorgen om hun valse zelfverzekerdheid. Is het visioen van
Gods rijk, en dan niet ooit, maar hier en nu, nog een leidraad in
hun keuzes?
Lukas
maakt ons duidelijk, dat niemand zich de belofte van de maaltijd op
de berg kan toe-eigenen, of je nou al je hele leven een goed
christen bent, of je nou al 25 of zelfs 40 jaar in de Hooge Berkt
bent, je wordt niet gered, je wordt niet vrij, door je daar op te
laten voorstaan.
Lukas
maakt ons dit duidelijk aan de hand van een vragensteller: iemand
vraagt of het er weinig zijn die gered zullen worden. Een vreemde
vraag. Blijkbaar heeft Jezus’ onderricht én zijn radicale keuze om
zelf de weg naar Jeruzalem ten einde te gaan, bezorgdheid
opgeroepen. Het is een vraag waar de angst in doorklinkt, want wie
kan die weg ten einde gaan, maar ook hoor ik het verlangen naar
redding, naar bevrijding.
Jezus geeft eigenlijk geen helder antwoord. Maar
hij spoort aan om het zelf op je te nemen en niet af te wachten; doe
wat jij kunt, niet meer, maar ook niet minder, opdat je deelt
in die vrijheid, die gemeenschap die samen tafelt in het koninkrijk.
De aartsvaders en de profeten, mensen die zelf op weg gingen omwille
van een bewoonbare wereld, mensen die daarbij niets uit de weg
gingen, zij zijn zichtbaar aanwezig.
Waar
het onderweg op aankomt, zo versta ik het vandaag, is dat we met
hart en ziel in het leven aanwezig zijn, en niet enkel met lijf en
leden. Waar dat niet gebeurt klinkt Jezus’ woord ‘ik ken je niet’ en
dat is een pijnlijk en hard woord. Want wat is erger in een
mensenleven dan niet gekend zijn, in de betekenis van geliefd.
Gekend zijn vraagt dat je je laat kennen. Je laten kennen maakt
zichtbaar dat je de ander nodig hebt. Dat is kwetsbaar, onhandig,
maar als je het waagt kan het uitmonden in nieuw perspectief.
Dan
doe je recht aan jezelf, aan de ander en aan God. Dit heb je nooit
alleen in eigen hand en dat ik ernaar blijf zoeken, is enkel en
alleen op basis van het vertrouwen dat ook ik gekend en geliefd ben
door God zelf. Van Hem heb ik het leven, met alle kansen en
risico’s, ontvangen om het voluit te leven.
Ik
hoop vaak dat wij niet zo hard met elkaar hoeven omgaan als Jezus
volgens Lukas deed. Dat we elkaar niet buiten laten staan of
buitensluiten. Tegelijkertijd besef ik en weet ik uit ervaring dat,
als je alles van elkaar goed vindt, je de oprechtheid verliest. Dan
verflauwt de kracht van het samen in perspectief onderweg zijn, de
hartstocht voor het geheel.
Precies daar zit voor mij ook de parallel met het pleidooi van
Woldring, dat het grote goed van de eigen vrijheid gepaard gaat met
verantwoordelijkheid voor het geheel. In de ogen van de ander licht
op, wat in vrijheid van je gevraagd wordt.
Als
het vuur in ons brandt zullen we met elkaar omgaan zoals Jezus deed
– dan zullen er soms ook harde woorden vallen. God zelf zal ons
thuisbrengen, samen met velen uit alle windstreken. Het kost wat,
maar ik geloof dat dit meer dan de moeite waard is.
Mogen
we rond deze tafel samen vieren dat het mogelijk is!
|