Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 13, 22 - 30
Door Leonie van Straaten, gehouden op 22 augustus 2004

Leven met God is alle moeite waard

Het is geen gemakkelijke en vriendelijke taal die vandaag klinkt. De weg naar het koninkrijk is smal, en als je te laat bent sta je voor de dichte deur. Wie kan er nog gered worden? Maar tegelijk klinkt er ook een visioen: allen, uit noord en zuid, uit oost en west zullen gered worden en aan tafel gaan in het koninkrijk. Eén groot feest, wereldwijde vrede: een droom waar we alles voor over zouden hebben, ook in onze dagen.
Is dat werkelijk zo? En zo ja, wat is daar dan voor nodig?
Om hier wat dichterbij te komen heb ik geprobeerd te luisteren naar Lucas.

Jezus is onderweg naar Jeruzalem. Voor Jesaja de plaats waar allen naar toe zullen trekken, vanuit de ballingschap, een centrum van heiligheid, als woonplaats van de Heer. Je kunt verstaan dat Jezus, die leeft in die Joodse verwachting en met die hoop, Jeruzalem als zijn bestemming ziet. Hij leeft met een droom over een andere samenleving, waarin ruimte is voor God – en daarom ook voor allen. Hij heeft er alles voor over.
Op zijn weg, onderweg, geeft hij onderricht. Dit onderricht roept vragen op, want als je met beide benen op de grond staat, dan vraag je je regelmatig af hoe je kunt blijven geloven in een andere samenleving, in een wereldwijde vrede. Ook wij zien mensen hun leven vergooien, zelfs anderen meeslepen in hun vernietiging. De anonieme vragensteller uit onze evangelietekst vertegenwoordigt voor mij de grote groep mensen die met angst is vervuld en door de ontmoedigende werkelijkheid bijna niet meer durft geloven ‘we het gaan redden – met de schepping van God’.
Jezus neemt de vraag heel serieus: ook al ben je op weg met een droom, het is niet vanzelfsprekend dat dit realiteit kan worden. Het is geen gemakkelijke weg. Jezus wist voor zichzelf dat hij door een nauwe poort naar Jeruzalem – naar zijn bestemming zou moeten gaan. En het is onontkoombaar dat ook zijn volgelingen door een nauwe poort moeten gaan, als ze staande blijven met die droom.
Er zijn in onze dagen genoeg mensen die alles op alles zetten om hun droom te verwezenlijken, zoals we nu bijvoorbeeld zien in de Olympische Spelen. Voor een gouden plak gaan ze door een nauwe poort, zonder meer. En zolang dat mooie dromen zijn is er ook niets mis mee.
Maar Lucas schrijft zijn Evangelie vanuit een ander perspectief. Hij is vol van de opbouw van de jonge gemeenten en ziet daarin dat niet ónze droom, maar Gods droom met ons, met zijn wereld, een kans krijgt. En dat daarin voor het geluk van mensen – hun redding, ruimschoots plaats is. We hoorden vorige week nog hoe Maria het vol vreugde uitzingt, omdat zij met heel haar leven God groot maakt!
Wat is er dan nodig om deze droom van God met ons levend te houden en verder te dragen?
Lucas lijkt me daarin heel duidelijk: Doe alle moeite, doe wat jij kunt en maak ruimte voor God in je leven. Velen zullen aankloppen en er vanuit gaan dat ze wel worden binnengelaten. Maar op grond waarvan? Is het voldoende om in zijn gezelschap te hebben verkeerd, om met hem te eten en te drinken? Blijkbaar niet, want tot twee keer toe horen we: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?” Het is een afwijzing, omdat je leven door dit eten en drinken niet veranderde, omdat het onderricht je doen en laten niet beïnvloedde. Een afwijzing, maar ook misschien, een aanwijzing van Lucas, een laatste kans: als je je laat kennen, als je je geschiedenis op je neemt en aansluit op de oeroude droom van recht en gerechtigheid, van aartsvaders en profeten, en je wilt investeren in diezelfde droom, dan zul je met hen, met velen aanzitten in het koninkrijk van God.
Omdat Lucas schrijft vanuit zijn vreugde om de jonge gemeenten én vanuit zijn zorg om de toekomst, sluit hij aan op ons verlangen naar christelijk leven.
Ook wij geloven in de opbouw van gemeente, van gemeenschap in Zijn naam, op vele plaatsen in onze wereld - en ook hier. Plaatsen als kleine lichtpuntjes, die iets van Gods droom kunnen doen oplichten. Dat hopen we, terwijl we regelmatig ontnuchterd of ontmoedigd worden, dat is onvermijdelijk.
Want onderweg met elkaar is het niet altijd duidelijk met wie je door die nauwe poort kunt en zult gaan. Wat mag het mij, wat mag het jou kosten? Wat kunnen we aan elkaar vragen?
Als ik daarmee stil word, dringt het besef op: God wil tussen ons in leven. En daarmee kan ik onderweg blijven – Hij zal ons verbinden, opdat wij recht doen aan elkaar en onszelf. Dit zal ook regelmatig om verandering vragen.
Het speelt nu onder ons in het nadenken over de invulling van ons engagement. Investeren doet soms pijn, maar met een visioen voor ogen wordt het leven misschien lichter dan je dacht.
Zelfs tot in het visioen worden onze beelden overhoop gehaald: Als je dacht dat je wel goed zat, als eersteling, omdat je er allang bij hoorde, zoals in Lucas’ tijd de Joden, nou vergeet het maar. Niets is vanzelfsprekend. Leven met God, zoals Jezus ons leert, is niet voorbehouden aan een elite, aan een select gezelschap. Dat geloofde Lucas, en dat geloof – dat vele deuren opent - wordt ook van ons gevraagd. Het is álle moeite waard.
Om ons te bemoedigen zullen we vandaag nog hier met elkaar aan tafel gaan.