|
Preken: Lucas 12, 49 - 53
Door Hinnêni Peltenburg,
gehouden op 19 augustus 2007
Man tegen man; vrouw tegen vrouw; de jongere
generatie tegen de ouderen: het verleden en de toekomst raken
verscheurd; kan het verhaal van de Enige nog worden verder gedragen,
opnieuw worden vertaald? Verstoorde verhoudingen die tégen
broederschap ingaan en die géén zusterschap bewerkstelligen…
`Vuur! Ik ben gekomen om dat op de aarde te werpen! En hoe verlang
ik ernaar dat het al is ontstoken!´ Dat vuur is het vuur van de
profeten en Jezus staat in diezelfde lijn. Hij is vervuld verlangen
naar de Enige; Hij is bezield met zijn Geest. Het vuur is ook het
verlangen van de Enige naar ons.
`Een
onderdompeling! Ik moet worden ondergedompeld! En hoe beklemd ben ik
totdat die onderdompeling zich aan mij heeft voltrokken!´ Alles wat
Jezus zegt ondergaat hij ook zelf; Hij voorziet een gedoopt worden
met lijden. Het benauwt Hem, en tegelijkertijd verlangt Hij ernaar
dat het volbracht is. In de Jordaan werd Jezus door Johannes gedoopt
met water en Johannes profeteerde naar waarheid dat Jezus het
heilige vuur, de heilige Geest van Vader naar de aarde zou brengen.
Hij geeft ons de goede woorden in en opent tot waarheid en tot
liefde.
Hij maakt ons tot teken van zijn trouw. Trouw,
ja, dat is de kern, daartoe roept Jezus ons. Trouw aan het verbond
dat de Enige vanaf de schepping met ons heeft gesloten en dat ons
steeds opnieuw wordt aangeboden. Dat was en is de taak van profeten,
tegen alles in ons de ogen te openen en Gods verlangen kenbaar te
maken. Vandaag horen wij welke gevolgen het voor Jeremia had, om het
woord van de Heer te spreken tegen mensen die niet inzagen dat
eindeloos oorlog voeren tot niets leidt, maar alles ontwricht en de
dood brengt. Hij zei ronduit: geef je je over dan blijf je in leven.
Blijf je je verzetten, dan wacht je de dood.
En
dat geldt ook nu! Jezus zegt: mannen en vrouwen geef je over aan
mijn vredesvuur:
laat je louteren en blijf in leven. Het water van
de doop is tot zuivering: een op weg gaan met de Enige, de eerste
stappen van het volk werden gezet in het water van de zee van de
doortocht… de doortocht door het water van de doop … alle gedoopten
zijn op de weg gegaan: de weg van het verbond van de Enige. Al
gaande de weg, worden wij gelouterd door het vuur.
En
dat is geen abstract proces; dat gebeurt niet ergens ver weg, maar
dat vuur van de loutering treft ons hier en nu. Heden! zegt Jezus.
Hij kondigt aan dat met zijn komst in een huisgezin van tenminste
vijf leden van nú af verdeeldheid zal heersen. Het is vreselijk om
het te moeten zeggen en te constateren: de keuze voor de God van het
Verbond en Hem trouw blijven zal als een tweesnijdend zwaard zijn;
het zal tussen mensen in werken en de verhoudingen bepalen.
Lucas haalt hier de profetie van Micha aan:
huisgenoten zullen elkaars vijanden zijn. Als dat al zo is in de
kleinst mogelijke gemeenschap, - vijf mensen - hoe zal het dan in
het groot zijn: in gemeenschappen, in Kerken en wereldwijd… Vanaf
heden zullen er vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee,
twee tegen drie. Altijd een ongelijke strijd, dus, niet aan
beginnen! En die strijd gaat heel diep: het is een strijd tussen de
hemel en de aarde; tussen het goddelijke en het menselijke. De
verhoudingen die ten diepste eerbied voor het leven vragen worden op
de proef gesteld; worden gezuiverd met het water van de doop en
gelouterd door het vuur van de onderscheiding van de geesten.
Iedereen raakt betrokken; van neutraliteit kan geen sprake meer
zijn. Man tegen man; vrouw tegen vrouw; de jongere generatie tegen
de ouderen: het verleden en de toekomst raken verscheurd; kan het
verhaal van de Enige nog worden doorgedragen, opnieuw worden
vertaald? Verstoorde verhoudingen die tégen broederschap ingaan en
die géén zusterschap bewerkstelligen. Jezus zegt dat er een
fundamenteel andere gerichtheid nodig is om Hem te kunnen volgen. De
roeping achter Jezus aan, gaat verder dan bloedverwantschap of
familiekring. Toch staat de familieband model voor een leven in
Jezus’ Naam: “Waar twee of drie in mijn Naam bijeen zijn…”
In de
tekst van “Het lied van de aarde” van Huub Oosterhuis, wordt deze
bewogenheid van God met ons door profeten bezongen. Soms schreeuwen
zij het uit, zoals in het volgende lied van onze gloednieuwe CD: de
compositie van Stijn van der Loo is soms fel en confronterend, dan
weer teder en liefelijk. Ik lees de tekst van de vier
profetenstemmen voor:
Wij
sterven en doden elkaar en de aarde.
Ten
kwade zijn wij geschapen.
Er zijn veel mensen die goed doen,
toch heeft het kwade meer macht.
Hij
heeft ons onmachtig gemaakt
het
kwaad te weerstaan.
Hij gaf ons een hart, maar een wankel,
knikkende knieën, slapende handen.
Onze zielen zijn wazige verten. – verten
Geweten: een slang die zich kronkelt en lispelt.
Vrijheid? Je gaat op de wind die je voortwaait.
Ach, God – hij bedoelde het goed, maar het werkt niet.
Stormwinden werken, orkanen, cyclonen.
Woestijn vreet oase. Maar liefde is weerloos, liefde is weerloos
Je
bent naar het beeld van de chaos geschapen.
Dorst
is je moeder. Oorlog je vader.
Aarde en chaos,
duister en licht zijn wij.
Leve hun evenwicht –
of is er overwicht,
zegeviert duisternis,
en gaat alles wat schoon en rechtvaardig is,
op den duur toch naar de verdoemenis zie de hele wereldgeschiedenis!
Of
daagt er licht in de toekomst?
|