Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 12, 13 - 21
Door Niek Werkhoven

Over leven en geluk

Soms moet je door een harde schil heen om iets in een evangelie verhaal te horen waar je warm voor kunt lopen. Het evangelie van vandaag geeft daar ook alle reden toe. Als je deze woorden hoort zonder er echt naar te luisteren, hoor je waarschijnlijk alleen maar “pas op”, “hebzucht” en dat mag niet!

Toch, als je er wat aandacht aan besteedt, zo in de trant van vorige week: vraag en je zult krijgen, zoek en je zult vinden, klop en er wordt voor je opengedaan, dan, ja dan verneem je iets van bezieling, van begeestering die aanstekelijk is, kan zijn!
Wat is er eigenlijk mis aan de vraag van zo’n man die Jezus vraagt of hij zijn broer nu eens tot de orde wil roepen? Dat is toch een soort vraag die we telkens weer tegenkomen, vragen die een stuk onvrede blootleggen over de werkelijkheid zoals we die ervaren. Vragen die dikwijls verwijten zijn. We kunnen inderdaad heel wat aanwijzen, in onze onmiddellijke omgeving en in de wereld om ons heen, die een ongerustheid wettigen ten opzichte van de heersende geest. Maar klaagzangen moeten niet te lang duren en niet moralistisch uitvallen omdat die onmacht alleen maar ontmoedigt, las ik van de week en dat hielp me bij het luisteren naar dit evangelie. We hebben creatieve verbeelding nodig om tegenwicht te vinden ten opzichte van wat we zien en voelen.
Die creatieve verbeelding kunnen we horen in dit evangelie, tenminste als we deze zinnen niet uit hun verband rukken. En dat verband kunnen lezen in het hele hoofdstuk waarin dit stukje staat. Het gaat daarin om een geweldige menigte, maar omgeven door die menigte, - zeg ‘maatschappij’, ‘deze tijd’ of ‘wereld’, - richt Jezus zich eerst tot zijn discipelen. Ja, ik gebruik nu het woord discipelen want het gebruikelijke ‘leerlingen’ zou ons kunnen doen denken aan ‘mensen in opleiding’. Maar de mensen die hier aangesproken worden als ‘mijn vrienden’, zijn echter vrouwen en mannen die iets met hun leven wilden, beslist geen familie doorsnee. Vrouwen en mannen die iets zagen in de creatieve geest van Jezus en daar hun veiligheid en overzienbaar bestaan voor over hadden. Menigte, de massa aan de ene kant en ‘mijn vrienden’ daarin of daar voor dat moeten we voor ogen houden. willen we de vraag van ‘iemand uit de massa mensen’ recht doen.
Die goeie man wordt door Jezus niet afgepoeierd alsof hij een grote egoïst is – je zou dat antwoord van Jezus met wat humor moeten horen, altijd een goede remedie om het evangelie van moralisme te ontdoen heeft mijn leermeester me ooit gezegd. En dat helpt!
“Man, ik ben toch geen rechter, je bent aan het verkeerde adres, je kan bij mij komen als je wilt horen hoe jij broer van je broer kunt zijn!” Broederschap, eenheid begint niet waar we hebben of krijgen, kunnen of zijn wat een ander heeft, doet of is.
En deze vraag is meteen weer een aanleiding voor Jezus om ‘tot jullie mijn vrienden’ te zeggen wat hij op zijn hart heeft. “Pas op voor iedere vorm van hebzucht” – om dit te ontdoen van het beruchte wijsvingertje, zo kan ik me Jezus niet voorstellen, zou ik een stukje van Huub Oosterhuis willen laten horen :
We worden dagelijks bestormd door verbeeldingen van het menselijk bestaan, lichte. Daar komen ze aan in speedboten, zeiljachten, de Martini on the rocks- en de Heineken-helden; met hun prachtige gespierde armen, parelende tanden, begerige monden. Alles flitst, lacht, iedereen zeker van zichzelf zonder één aarzeling, zo moet je dat doen, leven. En als je nou in je eentje, in je Ikea-kamertje met uitzicht op hoge banktorens of lage armeluisbouw, zo’n glaasje drinkt, heb je toch nog een beetje deel aan de lichtheid van dat goden- en godinnenbestaan; denken we, dagdromen we, even; maar we zijn het niet zelf, en dat weten we – en zelfs als we zeiljachten en mooie tanden hebben en goed geld is ons leven niet licht en gewoon leuk. Maar waarom niet? Waarom is het leven, of voorzichtiger, mijn leven, zwaar, moeilijk, ingewikkeld?
En Oosterhuis antwoordt dan: Omdat het niet goed gaat met de wereld, omdat je weet wat goed en niet goed is!
De bijbel heeft een woord dat zowel zwaarte, gezicht én uitstraling, glorie, heerlijkheid betekent: het woord kabood! En dit lijkt me nu ook precies de kern waar het vandaag om draait. Jezus heeft de volle zwaarte van het leven gedragen om zo zijn heerlijkheid, zijn uitstraling tot op vandaag te verwerven.
En dan zijn we weer terug bij het begin: de grote massa en enkele discipelen, leerlingen, die ‘zijn uitstraling’ doordragen, in en voor de ‘menigte’. Niet alles is gelijk en om het even, niet overal en alles is vindplaats van geloof, hoop en liefde. Als we nu rond de tafel zijn Naam weer noemen en ons te binnen brengen, doen we dat om ons niets wijs te maken maar om de zwaarte van het bestaan tot heerlijkheid en glorie te laten komen. Vorige week werd ons toch gezegd dat de Vader ons heilige Geest zou geven. Heilige Geest die bevrijdt van materiële én geestelijke ‘hebzucht’ dat is eerst de voorwaarden stellen, opsommen wat ons ontbreekt om te kunnen leven. Van deze vergiftiging bevrijd worden. Dit mogen we vragen en vieren, opnieuw als een uitnodiging: geef je leven en ontvang de Geest.
Zo moge het ons, ieder van ons, gegeven worden.