|
|
Preken: Lucas 12, 13 - 21
Door Koos van Etten
Ontmoeting
De lezingen van
vandaag zijn op het eerste gezicht niet zo inspirerend. In de eerste
lezing horen we Prediker zeggen: Alles is lucht; wat heeft een
mens aan zijn gezwoeg en getob? Zijn leven is één lijdensweg, zijn
werk een bron van ellende. Zo’n woord is niet opwekkend om weer
een volle werkweek te beginnen En in het evangelie horen we God
zeggen tegen de rijke man die plannen zat te maken om te genieten
van zijn rijkdom: Dwaas, nog deze nacht komt men je leven van je
opeisen, en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie
zijn die dan? Het lijken sombere opmerkingen, die niet zo
getuigen van ‘blijde boodschap’, van hoop. Wat willen deze lezingen
ons toch zeggen?
Als ik kijk naar het evangelie, dan begint het met een vraag van
iemand uit het volk: Rabbi, zeg aan mijn broeder dat hij met mij
de erfenis deelt. Die vraag kan terecht zijn: de vader van de
broers is gestorven, en nu moet de inboedel verdeeld worden. Zo’n
vraag werd in die tijd ook voorgelegd aan een rabbi. Maar Jezus gaat
er niet direct op in, of als je wilt, op een diepere laag: wacht
je voor alle hebzucht, want geen enkel bezit kan je leven veilig
stellen. Waarom zegt Hij dit? Omdat Hij tegen rijkdom is? Nee,
maar Hij is zelf onderweg naar Jeruzalem, Hij is een gedrevene en
voelt intuïtief aan, wat wezenlijk is en wat bijzaak. Hij voelt in
de vraag van die man een verkeerde gedrevenheid, een verkeerde
hartstocht: hebzucht. Daarom reageert Hij zo tegen die man.
Het is een echte ontmoeting: tussen Jezus en die man. Een ontmoeting
die best lastig is, want zo’n gedrevenheid schudt je wakker, zet je
in beweging, maakt dat je anders gaat denken. En ook voor Jezus is
zo’n leven lastig in die zin dat Hij niets in handen heeft, geen
veiligheid, geen zekerheid, en toch weet Hij innerlijk dat Hij die
weg moet gaan. Datzelfde gebeurt ook in ontmoetingen tussen ons: als
er iemand opkomt voor een goede zaak en die niet loslaat, voel je:
er moet iets. Ik kan dit niet zomaar laten liggen! Of als iemand een
keuze maakt voor zo’n leven, zonder zekerheid, zonder veiligheid,
dan voel je de kwetsbaarheid en maakt het je stil.
Hetzelfde zegt Jezus nog eens op een andere manier, nu aan alle
mensen om Hem heen, door een gelijkenis. Daardoor wil Hij ons wakker
schudden: mens, waar ben je mee bezig? Het mij valt op, dat die
rijke man helemaal in zichzelf gekeerd is: almaar ‘ik’, ‘ik’ zegt.
Hij heeft véél bezittingen, maar is erg eenzaam. Met wie wil hij die
rijkdom delen? Zo te horen met niemand. Zijn rijkdom bouwt niet op
tot broederschap, zoals de erfenis van zojuist eerder een scheiding
aanbrengt tussen de broers dan broederschap opbouwt. Toch is dat de
grondtrek die telkens terugkomt in de Schrift: broederschap,
zusterschap. Hoe kunnen we zo met het materiële, ja met ons leven
omgaan dat het leidt tot opbouw en niet tot afbraak tussen mensen?
Dat is hele weg!
Kijken we nu naar Prediker. Die man is niet iemand die al bij
voorbaat waarschuwt tegen de schijn van het leven, maar iemand die
veel heeft geëxperimenteerd en tot de slotsom komt: er is niets
nieuws onder de zon, alles is betrekkelijk. Waarvoor zou je je druk
maken? Ook al gaat het je goed, er komt toch een moment dat je
sterft en dan moet je alles aan je opvolger doorgeven. Wat hij doet,
is dus het leven terugbrengen tot het wezenlijke, tot waar het om
gaat. Dat gebeurt ook in de gelijkenis van de rijke man. Beide
lezingen willen ons bij dat punt brengen, waarop we ten diepste bij
onszelf zijn en meest wezenlijk voor God. Het is het stille punt,
waar we in de juiste verhouding zijn met God en de mens naast ons.
En dan gaat Prediker verder met te zeggen: Het beste voor de mens
is nog: eten en drinken en genieten van hij met veel zo-even heeft
bereikt.
Ik dacht: wonderlijk zo’n zin en toch raakt aan wat wij in deze
tijd ervaren, in deze van vakantie. We zeggen het naar elkaar; op
brieven en kaarten horen we niets anders dan: ‘Het is hier mooi; we
genieten van de natuur, van de stilte, van elkaar’. Drukken we
daarmee niet het wezenlijkste uit, daar waar het in ons leven om
gaat? Werkelijk genieten lukt niet in je eentje, maar kan pas vanuit
verbondenheid, of je nu alleen of met meer mensen op vakantie gaat.
Genieten van het materiële kun je pas, als je deelt met anderen, als
je broederschap/ zusterschap opbouwt. Daarom denk ik, dat de
lezingen ons brengen tot de eenvoud van leven, tot dankbaarheid ook,
zoals Riet afgelopen week liet blijken in haar voorbede na een
grandioos feest.
Ik wil eindigen
met een midrasj die mij heeft geraakt. Er waren twee broers die een
akker in eigendom hadden. Het was juist oogsttijd en ze hadden ieder
een gelijke hoeveelheid koren opgestapeld. ’s Nachts werd de een
wakker en zei bij zichzelf: Mijn broer heeft een gezin met kinderen
en ik ben maar alleen; het deugt niet dat ik evenveel heb als hij.
Hij stond op, voegde een groot deel van zijn koren aan de stapel van
zijn broer en sliep de slaap der rechtvaardigen. Maar ook de andere
broer werd wakker en dacht bij zichzelf: Ik ben rijk, want ik heb
een gezin en mijn kinderen kunnen mij straks, als ik ouder word,
helpen. Ook hij voegde een deel van zijn koren aan de stapel van
zijn broer, en sliep de slaap der rechtvaardigen. De volgende morgen
bleek… dat zij beide nog evenveel hadden.
Mag die Geest ons bezielen.
|