|
|
Preken: Lucas 11, 1 - 13
Door Koos van Etten
Leren bidden
In het evangelie klinkt de vraag van de
leerlingen: Heer, leer ons bidden. Hoe is die vraag opgekomen, want
zij waren toch gelovige joden die hun gebeden konden opzeggen? Ja,
maar die vraag is opgekomen, omdat ze Jezus zagen bidden: hoe Hij
omging met God, hoe Hij zijn vragen en zoeken voorlegde en tot
handelen kwam. Zij wilden van Hem leren om eenzelfde weg te gaan.
Trouwens, het is ook onze vraag. De meesten van ons hebben best
bidden geleerd, maar telkens opnieuw komt de vraag op: leer mij de
zin van het leven te ontdekken, nu, in deze situatie. Aan ons in de
gemeenschap is een heel boekje gestuurd met veel aanbod op het
gebied van studie en vorming, maar wat is de onderliggende vraag.
Wat geeft mij richting in het komende jaar? Wat heb ik nodig? Waar
zou ik van kunnen leven?
Het antwoord dat
Jezus geeft op de vraag van de leerlingen, is op de eerste plaats:
binnengaan in de ruimte van God. Hij zegt: ‘Vader, uw Naam worde
geheiligd, uw rijk kome’. Het is je openstellen voor de Ander, zoals
dat ook bij ons mensen gaat. Ik moet denken aan de tijd dat ik in
Indonesië was. Parochianen kwamen soms naar me toe op de pastorie en
ik als westerling was geneigd snel op hun vraag te reageren. Maar
zij namen er alle tijd voor, vroegen hoe ik het maakte en wat mij
bezighield. Zo, al pratende, ontstond er een verbondenheid en pas
dan stelden zij hun vraag. Ik heb daarvan geleerd, om ook bij hen zo
binnen te komen: eerst te horen waar zij mee bezig waren, wat hun
zorgen of hun vreugden waren, en pas dan over te gaan tot de meer
zakelijke kant van mijn komst. Binnengaan in de ruimte van de ander:
in het verlengde daarvan geldt ook het binnengaan in de ruimte van
God. Hem aanspreken in die vertrouwde vorm van Vader, Abba, zoals
Jezus deed. Je bekommeren om zijn Naam, dat mensen respect voor die
Naam opbrengen. Bidden dat zijn rijk mag komen, een rijk van vrede
en gerechtigheid.
Pas daarin klinken
de vragen voor onszelf: eerst een vraag om het nodige brood, zodat
we in leven blijven; en we weten hoeveel mensen zelfs die eerste
levensbehoefte moeten missen. Dan een vraag om vergeving van schuld,
zodat we verlost worden van elkaars last en druk en elkaar als
broeder en zuster willen zijn. En tenslotte een vraag om in de
beproevingen die op ons afkomen, niet te bezwijken, zodat we niet
overspoeld worden door het kwaad, er niet onder doorgaan, maar er
levend met God doorheen komen.
Bovendien komt daar nog een aspect bij. Bidden is bij je vriend op
een ongelegen moment binnenvallen, hem lastig vallen. Die
vrijpostigheid. Of het is als tussen ouders en kinderen: geven wat
er gevraagd wordt. Of kijken we naar Abraham: in zijn gesprek met
God blijft hij aandringen: als er nu eens dertig of twintig of zelfs
maar tien rechtvaardigen zijn… . Er is wel eigenbelang bij, want
zijn neef Lot woont daar, maar toch komt hij op voor de hele stad.
Sodom. Hij zegt: Het kan toch niet waar zijn, dat de rechtvaardigen
samen met de boosdoeners vernietigd worden? Als er tien
rechtvaardigen zijn, blijf dan de stad bespaard? Naast Gods
rechtvaardigheid (het kwaad moet gestraft worden), doet Abraham een
beroep op Gods barmhartigheid: al zouden er maar tien rechtvaardigen
zijn. Ja, is het antwoord, dan blijft de stad bewaard. Dat antwoord
is als een bemoediging voor degenen die bidden. Want die tien doen
denken aan de joodse minjan: het gebed kan pas beginnen, als er tien
mannen bijeen zijn. En Jezus gaat nog verder: waar twee of drie in
mijn Naam bijeenzijn, daar ben Ik in hun midden. Toch voelen we ons
bij dat smeken ook op moeilijk terrein. Kan ik opkomen voor onze
wereld nu; het lijkt soms niets uit te halen? Denk aan de situatie
in Sudan waar mensen die zelf al zo arm zijn als wat, nog opgejaagd
worden, met geweld onderdrukt, waar vrouwen worden verkracht/
vernederd…het is Godgeklaagd! Hoe kunnen wij dat kwaad keren?
Ik moet denken aan
de tv-uitzending vorige week van Soeur Minke en Grand Champs: er
zijn van die plekken waar rechtvaardigen zijn die zo hun leven
willen inrichten, dat zij opkomen voor een andere wereld; dat zij
hun leven ervoor willen geven. Zo kan ook ons leven gevuld worden
Het is belangrijk dat we ons leven zinvol zien, dat we meewerken aan
een rijk van vrede en gerechtigheid om de kwade krachten te kunnen
keren; om te blijven geloven in het onmogelijke.
|