|
Preken: Lucas 10, 38 - 42
Door Koos van Etten, gehouden op 22 juli 2007
Gastvrijheid: geven én ontvangen
Beide
lezingen gaan over gastvrijheid. In onze voorbereiding van gisteren
bleek dat het evangelie allerlei reacties oproept: vooral over de
tegenstelling tussen actie en contemplatie. Er zijn dan allerlei
weerstanden. Maar kunnen we die reacties even laten rusten en
opnieuw luisteren? Wat laat ons het evangelie zien over
‘gastvrijheid’?
Jezus is samen met zijn leerlingen op reis naar
Jeruzalem, de plaats waar hij het lijden en sterven zal ondergaan,
maar ook zal opstaan tot nieuw leven. En belangrijk is het of mensen
hem onderweg zullen ontvangen of niet. Vlak hiervoor staat dat Jezus
in een Samaritaans dorp niet ontvangen werd, omdat zijn reisdoel
Jeruzalem is. Hier wordt hij dus wel ontvangen: door Marta en Maria,
twee bijzondere vrouwen, die in de jonge christengemeente een
duidelijke betekenis gehad moeten hebben. Zij ontvangen hem ook als
‘Heer’, als iemand die van Godswege komt. Bovendien wordt van Maria
gezegd, dat zij aan de voeten van de Heer zit: een
uitdrukking die betekent dat zij in de leer wil gaan, zoals
leerlingen bij een rabbi of Paulus aan de voeten van Gamaliël. Hier
is het een vrouw die aan de voeten van Jezus zit, bij hem in de leer
wil gaan en luistert naar zijn woord, op grond van de Tora. Dat
betekent dus: luisteren én bereid zijn om te doen, want die twee
horen bij elkaar.
Nu gebeurt er iets merkwaardigs. Want Marta is
druk doende met de dienst aan deze gast en dat op zich is heel
positief. Maar terwijl Maria aan de voeten van Jezus zit, komt zij
erbij staan en zegt – nota bene tegen deze gast -: ‘Kan het u
niet schelen dat mijn zus mij alleen laat bedienen? Zeg haar
dat zij mij komt helpen? Ik dacht: kan zij haar zus niet
rechtstreeks aanspreken? Heeft zij daarvoor de gast nodig? Wij
zouden dat toch maar raar vinden, wanneer wij gasten ontvangen in de
Lavra.
Maar wat is Jezus’ reactie? Hij is onderweg naar
Jeruzalem in de hoop dat het rijk van God doorbreekt en vanuit die
bewogenheid zegt hij: Marta, Marta, wat maak je je druk om veel;
één ding is slechts nodig. Hij zegt zoiets als: ‘Marta, Marta,
verlies je niet in het vele waar je mee bezig bent, maar houd je
aandacht bij de Ene’. Hij roept haar bij haar naam en brengt haar
bij zichzelf, bij de eenvoud van wie ze is. Hij wijst haar als
persoon dus niet af, ook niet haar dienstbaarheid, maar wel haar
kritiek op haar zus. Het gaat dus om die ontmoeting: dat er iets kan
gebeuren door de ontmoeting heen!
Ik herken me in Marta. Soms ben je met zoveel
bezig, zoals wij vorige week op het kantoor, dat we vergeten waar
het eigenlijk om gaat, dat we de zin van het leven uit onze handen
laten glippen. En zijn we als gemeenschap ook niet op zo’n punt, dat
we zeggen in het verhaal vanuit de gemeenschapsdagen: laten we ons
niet verliezen in de organisatie, er moet meer eenvoud komen, zodat
de vreugde van het samenleven kan doorkomen?
Wat de gastvrijheid betreft: gastvrij zijn,
jezelf geven is goed, maar het is belangrijk dat je ontvankelijk
blijft voor wat je gegéven wordt, dat je je openstelt voor het komen
van het rijk van God, dat zich in een vreemde die binnenkomt kan
realiseren.
Hoe
het wel kan, zien we in de eerste lezing bij Abraham dat ook in onze
gemeenschap zo’n geliefde lezing is. Abraham heeft net de
besnijdenis ontvangen, teken van het verbond. De pijn in zijn
lichaam voelt hij nog. Het is ook op het heetste van de dag. Toch is
Abraham een gastheer voor de vreemdelingen die bij hem binnenkomen.
Het valt mij op, dat Abraham evengoed druk doende is om zijn gasten
te ontvangen. Eerst zegt hij dat hij een stuk brood voor ze zal gaan
halen, maar direct daarna doet hij van alles: hij haalt boter en
melk en laat zelfs een kalf slachten. Hij heeft wel de hulp van zijn
vrouw en van zijn knecht; dat wel. Toch is de inzet bij Abraham heel
duidelijk. Maar in die dienstbaarheid is hij open voor iets nieuws
in deze vreemdelingen. Op het eind van het verhaal wordt hem dan ook
beloofd, dat volgend jaar Sara, zijn vrouw, een zoon zal hebben; dat
hij toekomst heeft: een zoon waar hij zo lang op gewacht heeft! Dat
is een belofte van leven! Voor hem is dit een teken, dat de Heer
zelf, zich heeft laten zien in deze vreemdelingen.
Slechts één ding is nodig: Abraham was gericht op de Ene, want
zijn het nu drie gasten of is het er maar één? In dit verhaal lopen
die werkelijkheden door elkaar. Daarom heeft dit verhaal zoveel
iconenschilders geïnspireerd om naast de gastvrijheid van Abraham
ook de diepte van God uit te beelden. In de gast kan God doorkomen!
Mogen
beide lezingen ons opnieuw inspireren in ons leven en bij onze
manier van gastenontvangst: het is geven én ontvangen, dienen én
ruimte laten in jezelf voor het onverwachte.
|