|
|
Preken: Lucas 10, 1 - 12 + 17 - 20
Door Niek Werkhoven, gehouden op 8 juli 2007
Leven met hoop moet je doen!
Dit
evangelie zal wel min of meer bekend in de oren klinken. Bekend maar
ook ver van onze dagelijkse realiteit. Toch wordt het ons
voorgehouden als ‘Blijde Boodschap’ en dus niet als informatie over
iets wat eeuwen geleden heeft plaatsgevonden. Zou het ons werkelijk
nog kunnen raken, echt kunnen aanspreken om geloof en leven als één
te zien?
Alleen met de woorden van dit verhaal kwam ik er niet uit. Ik moest
mezelf wel afvragen wat me eigenlijk bezighoudt, met andere woorden:
wat ik wil horen in dit evangelie.
Dat
was enerzijds een krantenartikel van een Amerikaanse socioloog die
schreef: “stel je prioriteiten goed: veiligheid komt vóór
democratie: veiligheid is het begin van alles”. Anderzijds was het
wat ik las van een Duitse theoloog die schreef hoe christenen
tegenover de toekomst staan: christenen hopen! Maar hopen is iets
anders dan optimisme verspreiden.
Door deze bril kijkend besefte ik hoe vreemd dit
verhaal eigenlijk is, en dat kan geen toeval zijn: Lucas doet dit
naar mijn mening heel bewust. “Hierna wees de Heer 72 anderen aan”,
hoezo? Heeft Jezus een heel legertje om zich heen dat hij er zo maar
72 man kan aanwijzen en op weg kan sturen? En waarom staat er niet
gewoon ‘Jezus’, maar ‘de Heer’, ‘Kurios’, een woord dat veelal naar
God verwijst? En wie zijn dan die ‘anderen’, en ten
opzichte van wie zijn dat anderen? En dat vreemde gaat nog
verder: Jezus zegt hen dat ze de Heer van de oogst moeten bidden om
arbeiders, en in één adem zegt hij dan: “Ga, Ik zend jullie”. Is Hij
zelf dan de Heer van de oogst? En dat gezonden worden is
klaarblijkelijk geen flauwekul: Kijk, ik zend jullie als lammeren
onder de wolven. Zoiets verwacht je toch niet van de Goede Herder
die er bovendien aan toevoegt dat ze niets moeten meenemen om zich
teweer te kunnen stellen.
En
zo kun je bij iedere zin vragen stellen, want echt realistisch is
dit verhaal niet, lijkt het. En als Lucas dat bewust zo vertelt, wat
zou hij dan willen, wat zou hij ons, nu willen vertellen? En dat
juist nu in een vakantie tijd, de ruimte van “nu even niet”, nu even
niet al die donkere schaduwkanten van het leven, al dat nieuws over
oorlog en schandalen.
Toch, juist nu is dit verhaal op zijn plaats, juist nu kan het
klinken als weg naar hoop, als gelovig realisme van leven met hoop,
als inspiratie en bemoediging.
Letterlijk is het natuurlijk gekkenwerk om lammeren los te laten op
wolven, maar volgens mij roept Lucas hier de profeet Jesaja in
herinnering: De wolf en het lam wonen samen, een kind speelt bij het
hol van de adder...niemand doet nog kwaad…want de kennis van de HEER
vervult heel het land…!” Visioen van vrede, beelden, dromen,
verlangens naar veiligheid naar leven in overvloed.
En
dat vlecht Lucas dan even in het zijn verhaal over Jezus die
vastberaden naar Jeruzalem trekt waar Hij weggenomen zal worden!
“Weggenomen” een bitter einde dat evenwel geen onherroepelijk,
absoluut einde bleek te zijn. Dat weet Lucas als hij dit schrijft,
veel jaren na Jezus’ leven, in een tijd waarin de volgelingen van
deze Jezus nog in een bedreigde situatie verkeren. Hoop is wedden op
de toekomst, juist als er geen grond is voor optimisme!
Als
historische persoonlijkheid behoort Jezus uiteraard tot het
verleden, maar hij is het Woord van God, en als Woord spreekt God
verder door Hem. Wat nu is, wat nu gebeurt is niet af en voltooid,
dat wil zeggen: het nog niet aan het eind zijn, nog niet ten einde,
het gaat verder. Zo is toekomst!
En
dan kunnen we ook verstaan waarom Jezus, de Heer, 72 ‘anderen’
aanwijst. Juist ervoor, we hoorden dat vorige week, was er sprake
van mensen die riepen “ik wil u volgen” of die hoorden “volg mij”
telkens gevolgd door “maar laat me eerst…” En dan werden
beslist geen onnozele uitvluchten te berde gebracht. Het kan ook
niet de boodschap van het evangelie zijn dat we over onze
werkelijkheid heen walsen. Waar het wel om gaat: dat we de wetten
van onze logica wat opschorten. Wat de dag van morgen brengt, voor
ieder persoonlijk, voor de samenleving als geheel, is nu nog een
gesloten boek voor ons. We kunnen daar zorg om hebben, angst, we
kunnen ons op veel manieren instellen op de toekomst. Maar als
christenen gaat het er om van onze dagen metterdaad een levensweg
maken. Een weg die geleid wordt door Gods beloften. Beloften die
altijd aankondigingen zijn van nieuwe grote daden van God voor de
mensheid.
En die levensweg gaan, zegt Lucas in dit verhaal,
is niet rekenen op onze bagage, ons kunnen, of ons verschuilen
achter niet-kunnen. Ga, en laat je eerste woord ‘vrede’ zijn. Vrede
die bevochten is op je angst, je onveiligheid, ontmoediging en wat
dies meer zij. Ga, want God roept de mensen niet alleen om zijn
beloften te ontvangen, maar om zelf tot zegen te zijn, veelbelovende
mensen, beloftevolle mensen. “Eet wat je aangereikt krijgt” zegt de
Heer middels Lucas, en genees de zieken. Waar je niets hebt maar
kunt ontvangen, daar wordt je van ontvanger degene die geeft.
Mogen we in deze tafelgemeenschap met de Heer zulke ontvangers
worden!
|