Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 9, 51 - 62

Door Hinnêni Peltenburg, gehouden op 1 juli 2007

 

“Goed bedoeld, maar dat werkt niet,” zegt Jezus. “Ik kies voor het Koninkrijk van mijn Vader, waar vrede, welzijn, respect en barmhartigheid centraal staan. Want je kúnt Mij volgen, maar het hóeft niet als jij daar niet vrij voor bent, of wanneer jij jezelf er niet vrij voor kunt of wilt maken!”

 

Indrukwekkend zijn deze twee lezingen! Er zit vaart in: de onstuimigheid van Elia, die overslaat op Elisa en de vastberadenheid van Jezus, die op weg is naar Jeruzalem. Beiden getuigen van hun trouw aan het oerverhaal van de Enige met mensen.

Elia komt van de berg Horeb, waar de Enige hem heeft willen ontmoeten op een totaal andere manier dan de vurige Elia gewend was, maar die hij toch ten diepste herkent. Hij moet zich op weg begeven. Het vuur waardoor hij nu wordt gedreven is het vuur van de Enige, dat profeten tot daden aanzet, voorbij aan zijn eigen persoon, zijn eigen voorkeuren. En met dat profetenvuur gooit hij zijn mantel over Elisa. Die komt er dan ook niet meer onderuit. Ik heb je tot niets verplicht …, maar de Enige wèl, zegt hij. Elisa vertrekt, nadat hij gedaan heeft wat hij meent te moeten doen: eigen onderscheiding blijft gevraagd in het volgen. Hij volgt Elia… waarom, want hij is nou toch zelf als profeet aangewezen? En hij wordt zijn dienaar…. waarom gaat hij geen eigen zaak beginnen?

Lucas gebruikt in zijn evangelie de woorden: en het geschiedde dat voor Jezus de tijd nadert dat… dat Hij zal worden weggenomen; dat Hij zal worden opgenomen…. Lucas zegt dat Jezus vastberaden is om de weg naar Jeruzalem te gaan; huiveringwekkend op weg naar zijn einde. Want na de woorden “en het geschiedde”, gebeurt het ook echt. Het is een signaal voor ons lezers: let op, nu gebeurt er iets fundamenteels in de geschiedenis van de Enige met zijn volk. Jezus is op weg naar Jeruzalem: het centrum van de verbondsgeschiedenis. Jezus is Zoon van het Verbond en Hij zoekt het centrum van het verbond op. Jeruzalem, plaats waar de Vader woont, de plaats van vrede, plaats vanwaar de vrede en het welzijn zullen, of zouden moeten overstromen naar alle volkeren op aarde. Althans, dat is de diepste bedoeling van de Enige.

De leerlingen begrijpen het ten dele en ook degenen die Jezus willen volgen begrijpen het ten dele. Dat blijkt uit de reactie van Jakobus en Johannes: profetisch vuur dragen zij als oplossing aan om anderen te bekeren… “Goed bedoeld, maar dat werkt niet,” zegt Jezus. “Ik kies voor het Koninkrijk van mijn Vader, waar vrede, welzijn, respect en barmhartigheid centraal staan. Want je kúnt Mij volgen, maar het hóeft niet als jij daar niet vrij voor bent, of wanneer jij jezelf er niet vrij voor kunt of wilt maken.!”

 

Of wij geslaagde mensen zijn heeft Hij ons niet gevraagd/of schuld ons ter neerdrukt, of zwakte ons boeit…/verbijsterend is het dat Hij het met ons waagt…

 

Jezus zegt alleen iets van zichzelf:

Ik heb geen steen om mijn hoofd op te leggen;

Ik zeg de doden de doden te laten begraven;

Ik zeg eenmaal de hand aan de ploeg geslagen, dan ook doorgaan….

Het is Jezus’ eigen ervaring, zó leeft Hij terwijl Hij op weg is.

Hoe komt Jezus zo radicaal en toch zo vastberaden? De antwoorden die Hij geeft, willen mensen niet uitsluiten, maar oproepen. Jezus heeft - en Elia heeft dat moeten leren - een andere boodschap: geen kritisch verterend vuur uit de hemel, maar een boodschap van een álles vragende vrede. Je moet daar alles voor over hebben, er alles voor opgeven, om een vredelievend mens te worden, te zijn; om met Jezus deel te gaan uitmaken van de nieuwe familie die Hij om zich heen verzamelt.

Als je er niet blij van wordt, van dat Koninkrijk van God, dan is het dodend en ben je doden aan het begraven. Kijk, dat staat er eigenlijk: als je Mij volgt, dan kunnen alle zorgen over jezelf tot het minimum worden teruggebracht; als ik Jezus, de Heer, volg, dan kies ik voor leven, ook al heb ik duizend en één redenen om dat niet te durven, om dat niet te vertrouwen, omdat de kwetsuren en de blauwe plekken van mijn persoonlijke levensgeschiedenis mij bang en op mijn hoede hebben gemaakt en ik daardoor tot op de dag van vandaag geregeld verdrietig en onzeker ben; als je Mij volgt, zegt Jezus, doe dan wat je moet doen en wees barmhartig en vrij in je relaties.

Doe nu je ogen even dicht en stel je Jezus maar voor: Hij legt zijn beide handen op jouw schouders en kijkt jou liefdevol aan terwijl Hij dat persoonlijke, nabije woord tegen jou zegt…

(Stilte).

 

Aan een monnik die in Vlaanderen woont, wordt tijdens een interview de vraag gesteld:

Kunt u kort uw eigen geestelijke weg beschrijven? Hij antwoordt:

“Sinds altijd heb ik de roep van de Heer in mijn hart gevoeld, op de een of andere manier. Ik wist dat Hij heel mezelf wou, zelfs al probeerde ik hieraan te ontsnappen. Telkens wanneer ik het niet verwachtte was Hij daar. Toen verloor ik een vriend door een ongeluk. Dat zette al mijn ideeën over God en over de godsdienst danig ondersteboven. Ik begon te twijfelen over sommige punten van de klassieke theologie en trachtte te praten met een Abt, met de jezuïeten, met de theologen van het seminarie... Zij gaven mij niet de goeie antwoorden. Ze zeiden mij dat het Gods wil was en dat ik het zondermeer moest aanvaarden. Ik vervolgde mijn zoektocht en ging te rade bij de Protestanten en daarna bij de Joden. En daar heeft Opperrabbijn Dreyfus van Brussel mijn hart geraakt. Hij kwam niet aanzetten met theologische argumenten, maar hij zei me heel eenvoudig: "Broertje, ik ben de enige van mijn familie die in leven is gebleven. Zij zijn allemaal gestorven in de concentratiekampen, en toch geloof ik dat de Heer de "God van de Levenden" is. En toen sloeg hij zijn gebedssjaal om en begon voor mijn vriend het Kaddisj, de gebeden voor de overledenen, te zingen. Op dat ogenblik opende mijn hart zich weer en tegelijk ook de weg naar God….”