Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 9, 18 - 24

Door Nel van Cuijk

Wie zeg jij dat ik ben?

Vandaag luisteren we naar dat overbekende verhaal wat drie van de vier evangelisten ons hebben doorverteld. Het is de visie van Lucas.
Het zijn op het eerste oog geen vrolijke verhalen die we te horen hebben gekregen: doorstoken worden, lijden, je kruis opnemen, ter dood worden gebracht. Een gedachtewereld die ons niet zo een twee drie past, denk ik.
En dan zijn we in goed gezelschap: ook de leerlingen verkeren volgens mij in een totaal andere denkwereld, een andere leefwereld.
Ze hebben zojuist hun eerste zendingsopdracht gehad en ze hebben enthousiast geëvangeliseerd, de goede boodschap verkondigd en zieken genezen. De naam van Jezus en zijn volgelingen begint bekend te raken er wordt over hem gesproken tot in de hoogste kringen. Ze hebben succes zou je kunnen zeggen en Jezus heeft net tevoren nog een prachtig wonder gedaan. Het gaat dus goed. Waarom dan nu dit verhaal over veel lijden, over verworpen worden en ter dood gebracht worden?
Jezus bidt en alleen zijn leerlingen zijn bij hem. Wat is de inhoud van dat gebed, wat houdt Jezus bezig? Het is, zeiden we in onze voorbereiding, altijd gevaarlijk om in de psychologie van Jezus te duiken. De vraag ‘wie ben ik eigenlijk?’ is niet echt aan de orde. Jezus weet wie hij is, hij kent zijn weg en zijn opdracht, maar zijn leerlingen, zijn volgelingen, weten zíj wie hij is, waar hij voor staat en waar zij zelf voor zullen staan als ze bij hem blijven? Dat lijkt de inhoud van het gebed te zijn: weten jullie wie ik ben, en weten jullie wat dat betekent voor jullie zelf?
Petrus geeft het ultieme antwoord: ‘Jij bent niet iets, iemand die we al kennen, niet een van de oude profeten, jij bent de Messias de gezalfde van God’.
De ‘gezalfde van God’ is geen duiding van ‘jij zit zo in elkaar’; het is geen psychologische duiding. De ‘gezalfde van God’ is een programma, een wijze van leven, is bevrijding en verlossing van alle machten en krachten die mensen klein en onvrij houden, het is een sociaal, politiek, maatschappelijk program. Het roept beelden op van de oude koning David, van een vrij en rijk land waar het goed is om te wonen.
Het is absoluut goed wat Petrus zegt en toch zegt Jezus heel nadrukkelijk: ‘Praat daar met niemand over’. Wij dachten in onze voorbereiding: dat is terecht; Jezus voorziet dat als dit bekend wordt en mensen met hun verwachtingen op de loop gaan, het gevolg zal zijn dat er binnen de kortste keren een bloedbad ontstaat van jewelste. ‘Zwijg erover tot je weet hoe dat gezalfd zijn van God nu gestalte moet krijgen en wat dat voor jullie betekent’.
Het beeld van het Messiasschap dat Jezus voor ogen heeft, is het beeld van de lijdende dienstknecht, het beeld dat hij bij Jesaja gelezen heeft. Uit andere evangelies weten we dat de leerlingen daar helemaal niets van begrijpen.
En dan wat óns nu wordt voorgehouden. Want er staat “met het oog op allen”.
In het samen optrekken van mensen komt altijd op een gegeven moment de vraag aan de orde: ‘Met wie zijn wij gemeenschap, wat zeggen wij, hoe willen wij gemeenschap zijn? Met wie en op wie kunnen we bouwen – in goede en in kwade dagen, bij succes én bij teleurstelling en terneergang?’. In elke beweging, relatie, overal waar mensen langdurig samen willen gaan, komt er een dag een uur, een tijd van vragen, van spanningen, van niet begrepen worden, van andere beelden hebben, van verwachtingen waaraan niet voldaan wordt, niet meer zien en verstaan waar die ander naar toe wil, wat die ander voor ogen staat. In het optrekken met zijn leerlingen is die tijd voor Jezus nu aangebroken; hij voorziet dat ondanks het gegeven dat zijn leerlingen hem zien als een man van God, als een gezalfde van God, er velen zijn die dat niet herkennen, niet erkennen en dat dat gevolgen zal hebben voor hem en voor zijn leerlingen. Hij en zij zullen verworpen worden, uit de weg geruimd, er zullen mensen zijn onder zijn leerlingen die het niet meer zien zitten, zij zullen vertrekken. Er zijn er onder zijn leerlingen die bij hem blijven, ook al slaan ze allemaal op de vlucht op dat ene moment. Toch is het dankzij die bange leerlingen die er niet zoveel van begrijpen dat we nu het verhaal van Jezus kennen!
Dus als iemand met Jezus wil optrekken, als iemand gemeenschap wil vormen in zijn naam, laat hij of zij dan met zichzelf breken en dagelijks zijn kruis opnemen. Ik weet niet precies wat Jezus voor ogen stond toen hij dat tot zijn leerlingen zei. Misschien dat ze er rekening mee moesten houden dat ook aan hen de doodstraf van het kruis kon gebeuren.
Maar nu. vandaag: wij, ik die Jezus wil volgen en gemeenschap wil zijn in zijn naam, wat betekent dan ‘met jezelf breken en iedere dag je kruis opnemen’?
Laat ik maar beginnen met te zeggen dat ik het antwoord niet weet en niet heb. Maar ik werd wel sterk teruggevoerd naar onze evangeliedagen en Pinksteren. Daar klonk op een gegeven moment: “Ik denk dat het wezenlijk is dat we elkaar niet zeggen ‘ik heb dit of dat te bieden’; maar ‘ik heb jullie nodig om te weten wie ik ben’. Want, jij, wie zeg jij dat ik ben?
Met jezelf breken houdt in dat ik, wij bereid ben, zijn om mijn/onze ideeën, plannen, verlangens te toetsen aan iemand die je dichter bij jezelf en God brengt. Dat ik mijn eigen verlangens in overeenstemming breng met het gezamenlijke belang. Met mezelf breken houdt in dat ik me laat aanspreken op mijn doen en laten, zonder dat ik mijn unieke verantwoordelijkheid ontvlucht, zonder dat ik me te afhankelijk maak.
En dagelijks je kruis opnemen betekent dan voor mij zoiets als: de vraag, de vragen die vanuit gemeenschap naar mij toe komen even licht of even zwaar in mij laten klinken als mijn persoonlijke verlangens.
Het kruis op je nemen is de horizontale en de verticale relatie niet uit de weg gaan. Het is nooit ik òf gemeenschap, òf mens òf God, het is altijd ik én gemeenschap, mens en God.
Ik eindig met een citaat van Loed Loosen:
“De echte mens, de Messiaanse mens sluimert in ieder van ons; het is de mens die liever toegewijd leeft dan toegejuicht, liever ontvankelijk is dan onverschillig, liever betrokken op anderen dan opgesloten in zelfbeklag.
Want de geschiedenis van God met mensen manifesteert zich niet in manhaftigheid en succes, maar in breekbare mensen die niet over macht beschikken en die geen ander gezag hebben dan de integriteit van hun geloof”.
Mensen die kwetsbaar, weerloos en integer hun weg van geloof gaan, zijn messiaanse mensen – ook nu.