Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 7, 36 - 8,3

Door Leonie van Straaten, gehouden op 17 juni 2007

 

De inhoud van de goede boodschap over het koninkrijk van God gebeurde in dit huis…

 

Tot zover het verhaal volgens Lucas.

Kan dit oude verhaal ons inspireren en richting geven aan ons eigen verhaal?

Afgelopen vrijdag las ik in Trouw een term van van Kooten en De Bie, die me meteen aansprak: wij leven in een ‘bloosloze’ samenleving. Blozen verraadt dat je verlegen bent met jezelf of met de ander. Wij stellen ons niet meer zo snel kwetsbaar en onzeker op. Over het algemeen hebben we ons leven naar buiten toe goed in de hand en lijkt het of we zicht hebben op wat goed en slecht is. We hebben snel ons oordeel klaar over een ander of vervreemden van elkaar omdat we opgaan in ons eigen goede doen. Een bloosloze samenleving roept de vraag op hoe wij onszelf zien en hoe we met elkaar omgaan.

 

Het verhaal van Lucas inspireert me om daar wat hoopvoller over te denken en te spreken. Want de samenleving van Lucas was niet veel hartelijker dan de onze, vermoed ik, en dit verhaal laat zien dat er wél nieuwe kansen geboden worden, voor iedere mens.

 

Het is een wonderlijk gebeuren in dat huis van Simon. Hij is gastheer en ontvangt voor een maaltijd. Fatsoenlijk, welwillend, zoals men gewend was. Dat is herkenbaar: wij kunnen ook fatsoenlijk en welwillend met elkaar omgaan in onze samenleving, terwijl we een slag om de arm houden in wat we van de ander vinden.

Dan komt er een zondares binnen, ongenodigd en misschien ook wel ongewenst. In ieder geval lijkt me haar gedrag niet bepaald gepast en ik kan me voorstellen dat de gastheer hierdoor ontstemd is. Maar wie is deze zondares? Mijn eerste beeld was dat van een prostituee. Dat denken velen, dat is ook veilig – want dat is een zonde die we buiten ons kunnen plaatsen. In dit verhaal wordt een andere duiding gegeven: de vrouw heeft namelijk een albasten flesje mirre bij zich, dat is kostbaar en betekent dat ze een vermogende vrouw was. Als we dit aannemen, komt haar zonde misschien wel veel dichter op onze huid.

Wat is dan haar zonde? De zonde van vermogende mensen in alle tijden kan zijn dat zij door hun rijkdom hard worden, eigenmachtig optreden. Zij leiden een schaamteloos en dus bloosloos leven. En deze vrouw is zich blijkbaar bewust van haar geïsoleerde en verspillende leven: zij geeft zich over aan Jezus en laat alle hardheid varen. Zo kwetsbaar dat haar wanhoop en het verlangen naar vergeving niet langer verborgen blijven. Zij heeft al haar hoop op deze leraar gesteld.

De Farizeeër heeft zo zijn eigen gedachten. Zoals ook wij vaak met beelden van anderen zitten, zo heeft hij een etiket op haar geplakt. Een etiket dat klopt, zij is een zondares, dat ontkent Lucas niet in dit verhaal, integendeel. Maar als een etiket een grond van waarheid heeft, is daarmee dan alles gezegd? Als iemand zich onmogelijk gedraagt, mij echt gekwetst heeft, is er dan nog ruimte in mijn hart om te geloven dat hij of zij kan veranderen? Of is het etiket definitief? Voor de farizeeër, die in zijn vroomheid een eigen zicht heeft op goed en kwaad, is het definitief, en bovendien doet het hem twijfelen aan de identiteit van Jezus, omdat hij haar toelaat. Is hij dan wel een profeet? Dit alles zegt de Farizeeër enkel bij zichzelf, bloosloos ziet hij het tafereel aan.

Op dit punt neemt Jezus het initiatief om de ogen van Simon te openen. Hij spreekt hem heel persoonlijk aan, neemt hem mee in een logica die hij wel begrijpt en vraagt aansluitend: Zie je deze vrouw? Hij vraagt niet: zie je deze zondares – want haar had Simon al gezien. Maar Jezus opent zijn ogen om de mens in de zondares te zien, een mens in wanhoop en vol verlangen naar goed leven. Gun deze vrouw dat zij tot leven komt en gelóóf, dat het mogelijk is om te veranderen.

Want de vergeving die Jezus aan de vrouw schenkt is er niet één van vergeven en vergeten. Tegenover het uitsluiten van mensen als gevolg van de vaste schema’s van goed en kwaad die wij in ons hoofd hebben, stelt Jezus een onuitputtelijke liefde waardoor hij iedere mens insluit. Deze liefde kan echter alleen vruchtbaar zijn als de mens aan wie dit overkomt zichzelf niet langer buiten spel zet, maar vanuit liefde en geloof anders gaat leven dan tot nu toe. Jezus zegt tot de vrouw: je geloof heeft je gered. Gods liefde én het geloof van de mens, haar hoop op vergeving: samen bieden ze een nieuwe levenskans.

 

Deze kans tot menswording overkomt zowel Simon als de vrouw. Want de farizeeër wordt Simon en de zondares vrouw.

De inhoud van deze goede boodschap van het koninkrijk van God is wat er in dit huis van Simon gebeurde: de uitnodiging aan Simon om met nieuwe ogen te kijken naar het leven en de levenskansen van de ander.

Het antwoord van Simon blijft uit en zo is dit verhaal een uitnodiging aan ons. Het opent voor mij de mogelijkheid om te getuigen van de hoop die er in mij leeft, dat wij, christenen van verschillende kanten, met elkaar te maken willen hebben op de plaats waar we geroepen zijn om te leven. Concreet vraagt dit om de beelden over een ander niet het laatste woord te geven. Om samen, creatief te zoeken naar wat ten goede leidt en wat niet.

Werkelijke menswording is immers tot lof en eer van onze God, zoals Ireneus zegt: de glorie van God is de levende mens. Dat mogen we hier en nu samen vieren!