Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 7, 36 - 8, 3
Door Koos van Etten

Vergeving

De kern van beide lezingen van vandaag is helder; het gaat over vergeving, vergeving van zonden. Maar wat is zonde en hoe werkt vergeving?
Laat ik beginnen met de eerste lezing. De profeet Natan heeft gehoord, dat David, de koning, zijn macht heeft misbruikt. Hij heeft gehoord dat David overspel heeft gepleegd door de vrouw van Uria tot zich te nemen; dat hij Uria, een gewoon soldaat, met een list om het leven heeft gebracht en zo in verhouding tot God eigenmachtig is opgetreden. Het is de drievoudige structuur van het kwaad: een verkeerde verhouding naar de vrouw, naar de man als zijn medemens, en zo naar God. Natan heeft het gehoord en denkt: dat mag ik niet laten zitten, maar hoe zeg ik dat de koning? Hij vertelt hem dan een parabel, waardoor David verontwaardigd wordt en zegt: die man moet onmiddellijk gestraft worden! Natan, de profeet, zegt dan: die man bent u! Op dat moment dringt het pas tot David door dat hij fout heeft gehandeld. Hij draait er niet meer omheen, maar zegt: Ik ben het die heb gezondigd; ik ben in de fout gegaan. Op dat moment, wanneer David zich omkeert en berouw toont, kan Natan de vergeving aanzeggen, vergeving, omdat deze profeet overtuigd is van Gods vergevende liefde, al vanaf het begin van de schepping. Dat de zonde, het kwaad niet per sé hoeft te leiden tot vernietiging en dood, maar dat er herstel mogelijk is.

Maar er is nog een diepere laag die openkomt door het evangelie. Er komt een vrouw binnen in het huis van een farizeeër. Zij begint te huilen, droogt de tranen af met haar haar en kust de voeten van Jezus. Dat is toch wel een vreemd verhaal, niet alleen voor ons nu, maar ook voor de toenmalige cultuur. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de farizeeër zich ergert, want hij is een man die weet heeft van de Thora en die zijn leven daarnaar ook heeft ingericht door te zoeken naar de zuiverheid van leven. Hij ergert zich aan het feit dat een zondige vrouw in zijn huis binnenkomt en zich zo laat gaan in het contact met Jezus. De farizeeër ergert zich ook aan Jezus dat hij die vrouw zomaar toelaat, er niets van zegt, haar niet tegenhoudt. Dat kan gewoonweg niet!
Daartegenover staat dan Jezus. Hij leeft evenzeer vanuit de Thora, Hij heeft weet van wat kwaad is, waartoe zondig gedrag kan leiden, hoe het de verhouding tussen mensen kan schaden. Hij keurt het gedrag van de vrouw hiervóór niet goed. Maar Hij ziet hoe zij zich heeft omgekeerd. Hij ziet, hoe zij in het openbaar haar verdriet de vrije loop laat, het verdriet om wat zij gedaan heeft, maar Hij ziet ook hoe zij verlangt naar een ander leven, verlangt naar herstel en een appèl doet op Gods onvoorwaardelijke liefde. Jezus is overtuigd van Gods vergevende liefde. Hij gelooft erin dat er een nu en hier een kans geboden wordt. Hij vertelt dan ook een parabel, waardoor Simon, de farizeeër, overtuigd raakt van diens gelijk. En dan laat Jezus op een pijnlijke manier zien, wat er voor een verschil ligt in de handelwijze van de farizeeër en de vrouw. De farizeeër is zo uit op de zuiverheid van leven, dat hij de elementaire regels van de gastvrijheid verwaarloost. De vrouw laat echter zien, hoe zij met heel haar hart zich heeft omgekeerd en haar liefde laat zien aan deze man Gods Jezus op wie zij vertrouwen heeft gesteld. Jezus zegt haar dan vergeving aan: je zonden zijn vergeven. En verder: Ga heen in vrede. Eigenlijk staat er: Ga heen, naar vrede toe; het is vergeven worden, maar tegelijk met een opdracht.

Ik moet denken aan wat mij ooit is overkomen. Eens heb ik in een groep mensen mijn fout bekend; ik voelde dat het fout zat en was gespannen wat mij zou overkomen, als ik zou bekennen. Maar daarna werd mij die fout vergeven en ik was beduusd, verwonderd: dat die vergevende liefde mij overkwam! Het gaf een geweldige ruimte en vrijheid om verder te leven.
Zo denk ik ook wat ons gezamenlijk is overkomen met Pinksteren. We hebben ons met elkaar verbonden in pinksterbede en grondgemeente; we hadden er hoge idealen van en voor velen is het ook heel dierbaar, nog steeds. Maar verschillenden van hen zijn vertrokken, maar anderen voelden zich buitengesloten. We hebben nu met Pinksteren voor deze verbondenheid vergeving ontvangen en zo is er ruimte gekomen voor een nieuwe verbondenheid. Zo althans heb ik het beleefd: de vergeving is ons overkomen.
Zo worden wij gezonden om te gaan, naar vrede toe. Ga heen, leef vanuit de liefde en vergeving. En zeg aan anderen de vergeving aan!