|
Preken: Lucas 1, 1 - 4 + 4, 14 - 21
Door Leonie van Straaten, gehouden op 21 januari 2007
Agapè wekt in mensen het vermogen tot gemeenschap
In
het NRC van vorige week schreef de filosoof Govert Buijs:
‘Een vrij kleine groep mensen had rond en door
het optreden van Jezus de indruk, het geloof en de hoop gekregen dat
liefde – en niet noodlot, blind geluk of strijd – het kloppend hart
van het universum is. God doet, God geeft, God is agapè.’
Agapè wijst volgens hem de weg naar een nieuw
samenlevingsideaal, hij ziet agapè als het fundament van een
christelijk-sociale coalitie. In deze visie is agapè het fundament
voor elke plaats waar mensen in onze tijd zoeken naar waarachtig
samenleven, op grond van een christelijke spiritualiteit.
Lucas
zou hem omarmen, vermoed ik, omdat hij even nauwkeurig als Lucas dat
deed het kloppende hart van het universum en de traditie onderzoekt
op implicaties voor ons, als samenleving. Dit artikel hielp mij deze
week om me door het evangelie te laten raken.
Daarom zal ik nu op mijn beurt proberen het verhaal nog eens
ordelijk en nauwkeurig na te lopen.
Want
wat doet Lucas eigenlijk, wat gebeurt er in dit verhaal?
Lucas
staat in zijn tijd in de spanning tussen wat vervuld is en wat in
die geest gedaan zal moeten worden. Hij draagt een sterk verlangen
in zich naar een verwerkelijking van het perspectief dat in Jezus
zichtbaar werd: verbond, vrijheid, liefde.
In een realiteit die niet – nog niet - aan dit
verlangen beantwoordt kiest hij ervoor het verhaal over Jezus
nauwkeurig te vertellen. Velen hebben dit al gedaan, schrijft hij,
maar zijn doel is de betrouwbaarheid. Hoe kan een verhaal
betrouwbaar worden? Als wij die luisteren het verhaal vertrouwen,
dan zullen de woorden invloed hebben op ons doen en laten. Dát is de
inzet van Lucas’ evangelie: dat het woord dat gebeurd is in
en door en met ons tot leven komt. Zo leidt hij zijn evangelie in,
en richt zich tot Teofilus, vriend van God. We mogen ons
aangesproken weten.
Wat
vertelt Lucas ons vervolgens over Jezus, hoe zet hij Jezus neer?
Jezus keerde terug naar Galilea in de kracht van
de Geest. Deze woorden roepen op waar hij vandaan komt: de ervaring
van de doop, waarbij de Geest op hem neerdaalde, en de ervaring van
beproeving in de woestijn liggen ten grondslag aan zijn openbare
optreden. Hij is een man die leeft volgens de gewoonten van zijn
volk. Hij neemt zijn plaats in de traditie in om onderricht te geven
in de synagogen. Toch is hij niet zomaar een schriftgeleerde, hij is
immers vol van geestkracht. Dit maakt Lucas ons duidelijk met de
scène in de synagoge van Nazareth. Jezus ontvangt de boekrol, de
aanwezigen verlangen blijkbaar naar zijn optreden, naar onderricht,
naar een richtinggevend woord. Zoals u misschien vandaag iets
verwacht van deze preek. Maar het gaat blijkbaar niet zozeer om een
goed verhaal.
Jezus
is vol van Geest en hij kent de schrift. Hij kent ook de tijd waarin
hij leeft en hij vindt het woord van Jesaja. Hij leest in de
geschiedenis van God met mensen het perspectief van bevrijding. En
het enige dat hij zelf zegt is: Vandaag is het woord dat u gehoord
hebt in vervulling gegaan. Hij zegt niet: ik ben de vervulling van
dit woord. Dat hadden ze misschien wel gehoopt, want dan weet je
naar wie je moet kijken en dan kun je zelf ook nog achterover
leunen. Nee, hij legt een woord in hun midden en door het uit te
spreken valt dit woord op hem. Maar ieder die dit woord hoort wordt
uitgedaagd om het ter harte te nemen.
Wat
mij raakt is dat er voor alle tijden en plaatsen waar mensen
samenleven een woord in vervulling is gegaan én kan gaan. Jezus
herkende voor zijn tijd het woord van Jesaja en liet zich vol van
geest hierin betrekken en betrok ook anderen hierbij.
De filosoof van het NRC herkent voor onze tijd
het woord van Jezus, het woord van God dat in Jezus openbaar werd
als een blijde boodschap voor onze tijd: agapè, God doet, geeft, is
liefde. De geschiedenis laat zien dat agapè het vermogen in mensen,
in ons wekt om gemeenschap te vormen. Dat dit vermogen in ons is
gelegd heb ik afgelopen donderdag zelf opnieuw ervaren. Ieder van
ons heeft zijn eigen ervaringen met deze dag van storm, ik was met
nog iemand van onze gemeenschap gestrand op een station in
Amsterdam. In de loop van de uren zag je hoe ogen anders gingen
kijken, op gezichten was af te lezen dat allen die daar waren
overgebleven, met elkaar te maken wilden hebben. Het vermogen tot
menselijkheid dat gemeenschap oproept is in ons gelegd. Ik geloof en
heb ook ervaring dat dit vermogen niet enkel wordt gewekt in een
crisis of in rampensolidariteit. Hoezeer verlang ik dat wij ons
vandaag in deze liefde laten betrekken, in het vieren van
eucharistie rond deze tafel en in het delen van ons leven met
elkaar.
|