|
|
Preken: Lucas 1, 1 - 4 + 4, 14 - 21
Door Leonie van Straaten
Dit Woord gaat vandaag in vervulling!
Vandaag maakt Jezus zichzelf openbaar door een
woord, een profetenwoord dat hij op zichzelf betrekt. Er breekt in
die woorden iets van vreugde door, omdat er nieuw perspectief,
nieuwe levenskansen mogelijk worden. Verdrukten zullen vrij zijn,
blinden zullen zien: er klinkt een belofte van heelwording, van
heelheid en kwaliteit van leven, het is de kern van een blijde
boodschap.
Ook ik kreeg voor deze dag de boekrol aangereikt.
Wij krijgen allen in deze viering het Woord aangereikt. Kunnen wij
zeggen dat dit Woord vandaag in vervulling gaat? In mij roept dit zo
bekende verhaal de vraag op wat het nu voor ons betekent, dat Jezus
toen deze woorden sprak en zichzelf ermee openbaarde. De eerste
lezing kan helpen om te verstaan, wat er gebeurt als een woord echt
gesproken én gehoord wordt.
In het boek
Nehemia lezen we dat het volk terugkeert uit de ballingschap. Zij
zijn vol idealen van wederopbouw maar zitten letterlijk met lege
handen, tussen de puinhopen van Jeruzalem. In deze verscheurdheid
tussen een diep verlangen en de werkelijkheid vragen zij aan Ezra om
het boek te gaan halen van de leer van Mozes. Zij vragen om
richting. Ezra brengt de leer bij het volk. Hij leest voor van de
dageraad tot de middag. Hij leest uit de leer van Mozes, maar zal
zeker aangesloten hebben bij de vragen van het volk. Hij vertelde
het verhaal verder, vermoeden wij. En het verzamelde volk barstte in
tranen uit. Blijkbaar raakte dit gehoorde woord zozeer de pijn van
hun realiteit, dat hun hart geraakt kon worden. En daarbij klinkt
dan een richtinggevend woord van Ezra: "Ween niet, deze dag is aan
de Heer gewijd". Zijn aansporing om de tranen te drogen, te eten en
te drinken en te delen met wie niets heeft. laat iets doorschemeren
van gekend zijn in de pijn én van troost, van het "Leef nu, er is
hoop". Het woord is herontdekt, opnieuw geopend en gehoord en geeft
richting in het leven, het kan gevierd worden.
Daarnaast horen we
het verhaal van Lucas. Wie heeft hij voor ogen, als hij de blijde
boodschap wil gaan optekenen? Teofilus, vriend van God, Gods
dierbaren – velen zullen zich aangesproken weten, wij ook? De tijd
waarin Lucas schreef, had het nodig om verhalen over Jezus geordend
en als betrouwbaar te ontvangen. Lucas staat misschien niet zover af
van de ervaring van het volk in de tijd van Nehemia, want de eerste
christenen zijn vol idealen, maar de tempel is verwoest en ze staan
niet vrij in hun geloof. In zijn tijd zoekt Lucas naar woorden voor
de betekenis van Jezus in het leven. Opdat het een blijde boodschap
kan zijn. Zo horen we het verhaal van Jezus’ optreden in de
synagoge. Een synagoge als plaats waar men samenkwam voor
onderricht, om woorden te vinden die richting gaven aan het leven.
Het was gebruikelijk om samen te leren. Blijkbaar onderhield Jezus
deze gewoonte. Maar het zal niet zo gebruikelijk zijn geweest dat
een leraar een profetenwoord op zichzelf toepaste! Want het volk
kwam trouw naar de synagoge, hoorde het woord, leerde wel volgens
gewoonte maar wie betrok het op zichzelf? Wie trok zich dit woord
werkelijk aan? Het is spannend dat Jezus dit doet. Hoe kwam hij
erbij dit woord zo op zichzelf te betrekken? De boekrol werd hem
aangereikt. Hij poneerde niet zichzelf. Nee, het woord werd
aangereikt. Daarin is ruimte voor de andere kant, voor goddelijk
handelen. En in die ruimte confronteert hij de toehoorders met de
werkelijkheid. Nu is het de tijd. Want dit woord is vervuld.
Geestkracht is op mij. Hij eist de geest niet exclusief voor
zichzelf op, maar hij neemt wel zijn unieke plaats in in de
geschiedenis van God met mensen. Als een mens zo spreekt, dan
spreekt hij met gezag. In Jezus wordt het woord herontdekt, het
gebeurt, het geeft richting en nieuw perspectief aan het leven: dat
roept vreugde op.
Dit brengt mij
terug bij mijn eerste vraag. Wat betekent dit "woord-gebeuren" nu
voor ons? Want is onze realiteit wel zo anders als die van de
ballingen uit Nehemia of de christenen die Lucas voor ogen had: ook
wij zijn a.h.w. een kleine rest, we zitten op de puinhopen van onze
materiële welvaart, van geestelijke armoede, van verdeeldheid en
eenzaamheid in de kerken, van onverschilligheid t.o.v. eeuwenoude
waarden. Je hoeft maar één zaterdagse krant te lezen om hier
tientallen voorbeelden bij in te vullen. In en door Jezus ís Gods
woord herontdekt. En als dit in hem kon gebeuren, waarom zou het dan
niet in ons kunnen gebeuren? Ik geloof dat dit kan zolang er mensen
zijn, mannen en vrouwen, die niet zichzelf poneren, maar die in de
kracht van de Geest woorden opnemen, de leer van wet en profeten zó
bij het volk brengen, dat het hart geraakt wordt en mensen richting
ontvangen. Dit kan zolang er plaatsen zijn waar mensen samenkomen om
te leren, om perspectief te gaan zien, nieuwe levenskansen. Ieder
moment dat wij elkaar het licht in de ogen gunnen en oog hebben voor
de verdrukten van onze dagen, de vluchtelingen, de minima, de
kinderen van de rekening, de zieken, de naaste, de vreemde, gaat dit
woord in vervulling. Het woord herontdekken betekent niet meer en
niet minder dan deze blijde boodschap levend maken; of we nu híer
samen zijn of vanmiddag in de Hofkerk in een oecumenische viering,
of elders op eigen plek: ook deze dag is een kans om het woord te
horen, te vieren én te doen!
|