|
|
Preken: Lucas 9, 11b - 17
Door Koos van Etten
Met elkaar maaltijd houden
Sacramentsdag
roept de viering van Witte Donderdag op: het breken en delen van
Jezus’ leven op de avond vóór zijn lijden. Afgelopen jaar hebben we
dat hier in de Roeach gevierd op een indrukwekkende manier. De
woorddienst en de tafeldienst sloten zo op elkaar aan, dat de
uitbeelding van het laatste avondmaal en de werkelijkheid ervan,
dicht bij elkaar kwamen. Maar al roept deze dag de viering van Witte
Donderdag op; we kunnen die niet herhalen. Deze dag vraagt om een
eigen invulling van de liturgie. We hebben daarom gekozen voor de
drie lezingen van zojuist en ik wil proberen er de rode draad uit op
te nemen. Alledrie de lezingen gaan over brood en wijn, over
eten en drinken, over met elkaar maaltijd houden.
- In de eerste lezing komt Abram net terug van
het slagveld. Hij, die in zijn hart tegen
alle geweld was, is uiteindelijk met
zijn eigen manschappen mee gaan vechten. Dit deed hij om op te komen
voor recht en gerechtigheid en het kwaad niet de overhand te laten
hebben. Het gebeurde in de nacht en in de morgen komt hem een
vreemde tegemoet: Melchisedek, koning van gerechtigheid, die hem
brood en wijn aanbiedt en een zegen uitspreekt: gezegend ben jij
Abram…en gezegend is de allerhoogste God. Het is een zegen die
hem vrede toespreekt en de moed geeft de weg van gerechtigheid
verder te gaan. En Abram deelde van een alles een tiende.
- In de tweede lezing wordt het gebeuren van
Witte Donderdag opgeroepen. Jezus houdt
met zijn leerlingen een maaltijd,
misschien een paasmaaltijd, maar dat is niet eens. Als joodse
huisvader heeft het brood genomen, er de zegen over uitgesproken,
het gebroken en uitgedeeld aan zijn leerlingen. Eigenlijk een heel
eenvoudige joodse maaltijd, maar het gebeurde op de avond vóór zijn
lijden of zoals Paulus zegt: in de nacht waarin Hij werd
overgeleverd. Dat is bij de leerlingen diep ingeslagen. In die
nacht, waarin het licht ontbrak en zij door duistere krachten waren
omgeven, en de ziel van een mens geneigd is in angst te verkeren,
heeft Jezus zich niet laten leiden door die duistere krachten. maar
hij heeft de traditie opgenomen en een zegen uitgesproken: ‘gezegend
bent U, God van leven, en gezegend zijn jullie, mijn vrienden
hier aan tafel’. En Jezus deelde zijn leven.
- Het evangelie begint met eenzelfde nood. Het
verhaal speelt zich af ‘op een eenzame
plaats’,
staat er. Beter kun je vertalen met te zeggen: in de woestijn,
die plek waar nauwelijks eten en drinken te vinden is, waar een mens
hongerig is en dorst lijdt. Het volk dat Jezus gevolgd is, heeft
honger naar het woord van God en blijft hem de hele dag volgen, maar
het wordt al laat en tijd om op te stappen. De leerlingen zeggen
daarom: Laat die mensen weg-gaan en eten kopen in de buurt, want
er is hier niets te vinden. Dan dan stelt Jezus een teken, hoe
híj in een dergelijke situatie omgaat: hij laat de mensen aanliggen
in groepen van vijftig d.w.z. geordend, in groepjes bij elkaar,
samen aan tafel, zodat er verband ontstaat. En hij gaat hen voor in
het eten en drinken van het kleine beetje dat voorhanden is: de
vijf broden en twee vissen. Hij spreekt een zegen uit: ‘gezegend
is God, de bron van alle leven, Hij breekt het brood en laat het
zijn leerlingen uitdelen. Die leerlingen worden opgeroepen om
schakel te zijn tussen hem en de andere aanwezigen: geven jullie
hen maar te eten, zegt hij d.w.z. wees solidair met de mensen,
breek zélf en deel wat voorhanden is.
Ook wij stellen
dit teken van brood en wijn, van samen eten en drinken, in een
wereld die leeft in oorlog en geweld en nood heeft aan vrede en
gerechtigheid, zoals in Macedonië of Israël. Ook wij leven met
vragen en zorgen voor de mensen die ons lief zijn of op wie wij heel
nauw betrokken zijn, zoals de zieken en stervenden onder ons. Wij
voelen ons soms meegezogen door duistere krachten om ons heen, maar
wij geven ons er niet aan over. In het spoor van Jezus komen we hier
op deze zondagmorgen bij elkaar en houden met elkaar maaltijd,
voorafgegaan door een dankgebed, het zogenaamde tafelgebed. Een
tafelgebed dat vaak begint met te zeggen: gezegend bent U, God
van leven… Het is een gebaar dat samensmeedt, bij elkaar brengt,
en tevens oproept tot solidariteit: geven jullie hen maar te eten;
zegen de ander, breek je leven en deel het met degene die op je pad
komt.
Mag het zo zijn.
|