Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 13, 1 - 9

Door Tineke Renkema, gehouden op 11 maart 2007

 

Naderbij komen om te zien

 

Jezus is onderweg naar Jeruzalem en geeft al gaande de weg onderricht aan zijn leerlingen en aan de mensen die hij tegenkomt. Zo ook vandaag.

De mensen vertellen Jezus dat Pilatus mensen laat doden, terwijl ze hun offers brengen in de tempel. Jezus voegt zelf het verhaal toe van de 18 doden toen de toren van Siloam instortte.

Waar Jezus zich tegen verzet, is de overtuiging, dat er rechtstreeks verband zou zijn tussen dood, ongeluk enerzijds en zonde anderzijds. Er is geen wet van oorzaak en gevolg als het gaat om zonde en wat ons aan kwaad, aan lijden overkomt. We zijn niet minder vrij van zonde, omdat ons niet een dergelijk ongeluk heeft getroffen. Zo’n opvatting van een rechtstreeks verband tussen lijden en zonde weerhoudt ons juist om in de spiegel te kijken, als het goed met ons gaat, en in te zien waar wij ons afgewend hebben van God en onze medemens. En dat is juist waar Jezus toe oproept: Bekeer je!

 

Ook voor ons is het weinig vanzelfsprekend bij onze zonden stil te staan. En áls wij dat doen, is het niet makkelijk dit op een geestelijk gezonde manier te doen, zonder te worstelen met overmatige schuldgevoelens of juist het tegenovergestelde: het te gemakkelijk erover heen stappen.

 

Wat is dat zondebesef, omkeer? Waar roept Jezus toe op?

Misschien kunnen we, bij het zoeken naar een antwoord op deze vraag, luisteren naar wat wij vandaag ook krijgen aangereikt: Het grote verhaal van Mozes. Want juist door zo’n verhaal kunnen wij iets van onze bestemming vernemen en in dat licht zicht krijgen op wat zonde is.

Het verhaal van Mozes is een verhaal dat ons in de eerste plaats iets vertelt over God. God is Hij die de jammerklachten van zijn volk hoort, hun lijden ziet en die afdaalt om te bevrijden naar een land dat ruim is, dat ruimte biedt aan ieder.

God ziet Mozes naderbij komen. Die zin trof mij! God ziet een mens dichterbij komen, en ik versta het als: God ziet iemand die zijn bestemming nadert. In de Naardense Bijbel wordt vertaald: God ziet dat Mozes van zijn weg afgeweken is om te zien. Mozes verlaat zijn eigen menselijke weg en komt God op het spoor. Mozes die weet heeft van het lijden van zijn volk, die vluchtte naar de woestijn, omdat hij in zijn drift, bij het zien van zoveel onrecht, een Egyptenaar zijn leven ontnam.

Is het daarom dat het hem zo intrigeert dat het vuur de doornstruik niet verteert, zoals indertijd hij door drift werd verteerd en iemand het leven benam en zo, zo leek het, op dood spoor terecht kwam?

Mozes komt dichterbij, dichterbij zijn bestemming, dichterbij de plaats waar heilige grond is. Heilige grond is de plaats waar de mens in aanraking komt met hoe hij bestemd is, de plaats waar de mens kan luisteren naar hoe hij bedoeld is. Hier ben ik!

En dan kan God spreken, die God die naar zijn volk omziet, hun lijden ziet en hen vrij wil maken. Die God zoekt een mens die zich juist in deze bewogenheid laat aanraken en hij vindt Mozes. En God kan zich daarom met hem verbinden: Ik zal er zijn. God ziet dat Mozes van zijn weg afgeweken is om te zien. Terug naar de oproep van Jezus:

Zonde? Omkeer? Is dat in de spiegel kijken en jezelf onder ogen komen als een mens die te weinig oog heeft voor het lijden van de medemens en niet afdaalt om te bevrijden?

Zonde? Jezelf onder ogen komen als iemand die steeds weer opgesloten raakt in zichzelf door eigenbelang, of door de keerzijde van diezelfde medaille: opgesloten in niet-waardigheid, een te min zijn. Niet gelovend dat in die armetierige doornstruik die je zelf bent iets van God aanwezig kan komen?

 

Besef van zonde? Om ons terneer te drukken? Nee: Juist dit besef van zonde is de toegangspoort voor bevrijding uit het ik. Alleen daaruit ontspringt het verlangen om te luisteren of er ergens een stem klinkt, die je uit jezelf trekt en die zegt: Ik heb naar je omgezien, ik zag je naderbij komen. De plaats waar je nu staat, kan worden tot heilige grond: Verbind je met mijn bewogenheid om mensen, zoals ik bewogen ben om jou, want zo ben je bestemd.

 

Besef van zonde? Om ons terneer te drukken? Nee, om ons te bevrijden. Om bewogenheid om mensen gaat het, om vruchtbaar leven. Omkeer om vrucht te kunnen dragen.

Ik hoor dat in de gelijkenis die Jezus vertelt over de vijgenboom die al zolang geen vrucht draagt en het voornemen van de eigenaar de hoop op te geven. Is het een bemoediging dat er iemand is in deze gelijkenis, die die hoop tegen beter weten in niet wil laten varen? Iemand die bereid is om de grond om de vijgenboom heen om te spitten en hem mest te geven?

 

Wij krijgen kansen om alsnog vrucht te dragen. We krijgen kansen in deze gemeenschap, of waar wij ook zijn, om zichtbaar te maken: het omzien naar elkaar, ook al bespringt ons soms het gevoel van onvruchtbaarheid. We krijgen kansen om ons ik langzaam maar zeker zijn centrale plaats te ontnemen. Langzaam maar zeker één, twee, drie vruchten: de liefde en de vreugde, vrede en het geduld om te verdragen misschien wel het allermeest.

Geduld zoals God, die op ons wacht en hoopt dat wij naderbij komen om te zien, om ons te horen zeggen: Hier ben ik.

Dan kan hij zijn Naam bekend maken: Ik zal er zijn en kan hij ons zenden.