Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 13, 1 - 9
Door Niek Werkhoven

Bekeren tot leven tot leren om gemeenschap te worden!

Het blijft een pracht verhaal, dat van Mozes, zo herkenbaar en toch zo vreemd. Mozes de weggelopen koningszoon die als schaapherder door de woestijn trekt en de moed heeft op een vreemd verschijnsel af te gaan. Hij moet dat bekopen want hij krijgt daarmee een onmogelijke opgave op zijn schouders: slaven bevrijden uit hun dwangarbeid. Er wordt hem niet gevraagd of hij dat kan, of hij er zin in heeft, nee God verzekert hem alleen dat Hij er zal zijn. En daarmee moet hij mensen, een perspectief gaan geven op leven, op vrijheid. Mensen die niets anders kenden dan grauwe dagen met slechts één obsessie:overleven. Maar wat me vooral trof bij dit verhaal, - waarschijnlijk onder invloed van vorige week toen we hoorden: ‘luister naar hem’ -,is het gegeven dat deze mensen wel hoorden dat God zo begaan was met hun leven, maar niemand anders hoorden en zagen dan deze herder uit Midjan! Je moet je dat eens voorstellen: jaren lang geen enkel uitzicht dan dwang en onderdrukking, en dan komt er een man van buiten, uit de woestijn, die hen komt zeggen, dat er een andere manier van leven voor hen openligt, dat er, van Godswege, perspectief is op zelfbeschikking, op vrijheid. Door deze bril heb ik ook naar het evangelie van deze dag gekeken. Mensen praten over een moordpartij, een bizarre realiteit ook vandaag. Wat dat betreft was die tijd toen niet veel beter of slechter dan de onze. Maar wat moet je dan met zo’n woord: ‘bekeer je anders ga je op dezelfde manier ten onder’? Het vergt wat van je om daar naar te luisteren! Het vraagt wat om dat niet als een vrome dooddoener opzij te schuiven. Ik hoor erin dat Jezus niet verleid wordt om zijn oordeel over zo’n terreurdaad te geven. Dat kwaad is er, zoals er ook dat kwaad is van ongelukken, van dood. Jezus’ reactie is te verstaan uit het verwijt, vlak voor dit evangelie: jullie kunnen wel de verschijnselen van hemel en aarde beoordelen, maar waarom niet deze tijd? ‘Bekeer je’ heeft te maken met dit verstaan van de verschijnselen van de tijd. Met andere woorden: denk niet dat je het kwaad dat gebeurt ergens kunt plaatsen, ver van je kunt houden, maar leer ervan hoe je moet leven. Dat heeft niets van doen met vergeestelijken van de realiteit! En dan gaat het er, juist zoals bij Mozes niet om of je dat kan, want het kwaad in zijn vele gedaanten is een onoplosbaar geheim, evenmin of je daar zin in hebt, maar welke rol God in je leven speelt, in het leven speelt. ‘Bekeer je’, zonder dat Hij zegt hoe je dat moet doen. Jezus is klaarblijkelijk geen moralist die precies weet hoe of wat het goede is. Toch zegt Hij meer dan alleen maar vaagheden. Daarom mogen we dat woord niet zomaar blijven herhalen, louter herhalen wekt verveling. Kunnen we dan iets aan dit woord bekering toevoegen zodat we zijn appèl verstaan? Ik meen van wel. Op de eerste plaats wordt uit de figuur van Mozes, maar ook uit dit optreden van Jezus duidelijk dat roeping, zending, levensopdracht of hoe je dat ook noemen wil, niet ter wille van de persoon is maar bestemd is voor anderen, voor het volk. Dat lijkt me al heel wat om ‘bekering’ gestalte te geven. En dat stelt me voor de vraag wil ik dat wel? Wil ik leren van situaties, wil ik iets leren van anderen? Leren door iets aan te nemen, over te nemen, op te nemen en er iets aan toe te voegen? Hierin zie ik een duidelijk verschijnsel van de tijd, want ‘gezag’ is een beladen woord, het lijkt wel of dit alleen mijn eigenheid en vrijheid kan beknotten. Maar ik hoor Jezus niet zeggen dat dit leren voor ieder op dezelfde manier moet gebeuren. De een zal bevestigend, meelevend naast de ander gaan staan, een ander zal het leren meer uiten door kritisch en ongeduldig te blijven vragen. Maar wat gemeenschappelijk is, is dat gezocht wordt naar God, dat wil zeggen een overstijgen van eigenbelang, eigen absoluutheden. Levensvreugde gaat hand in hand met levensernst, wil de vreugde geen oppervlakkig plezier worden dat voortdurend sterkere prikkels nodig heeft. De bekering die Jezus vraagt heeft weinig van doen met het keurslijf van brave burgers, maar wel met het vrij worden van obsessies die verkramping teweeg brengen. Dat klinkt nogal gladjes, maar volgens mij heeft dat te maken met het stoten, niet alleen op je beperktheid, maar ook op het vreemd zijn, hoe vreemd je voor jezelf kan zijn. De bekering die Jezus vraagt is een weg naar vrijheid, terwijl we ons dan ook moeten realiseren hoe gebrekkig onze kennis van vrijheid is. Maar in ieder geval is ook dit evangelie geen dreigement. Ik hoor tenminste in deze woorden eerst en vooral: mensen laat de kans toch niet voorbijgaan. Toch mag ook deze bekering geen obsessie worden. We staan niet altijd op een punt van nu of nooit. Maar juist door jaar in jaar uit de gang naar Pasen te vieren, serieus, en niet alleen maar te herhalen, zullen we de cruciale ogenblikken opmerken en niet als gemiste kansen laten drukken, op eigen leven, op de samenleving. Jezus probeert het een en ander dan te verduidelijken met een gelijkenis, zo’n doordenkertje. Wijngaard, in die tijd geliefde beelden om het volk aan te duiden, en twee twee personen die spreken over een boom, een boom die maar geen vruchten wil geven. Wat moet die vijgenboom eigenlijk in een wijngaard? Waarom wordt juist van die boom vruchten verwacht? Zou je die vijgenboom niet mogen verstaan als de instituties, de organisatie, die kerk, maatschappij of gemeenschap bijeen houden? Die boom moet vruchten voortbrengen, en daar is geen twijfel over mogelijk: dan gaat het om vrijheid, vrede, vreugde. Dat zijn de vruchten van de Geest die God zoekt en zo dikwijls niet vindt. Wie is die wijngaardenier, die arbeider, die de Heer pleit om zijn eigendom, zijn gemeenschap, zijn kerk, zijn maatschappij nog een kans te geven? Als je de laatste zin goed gehoord hebt, is het duidelijk: De arbeider zal spitten en mest geven, maar als het dan nog niets wordt met die vruchten: hak u hem dan maar om, met de ondertoon: ik zal het niet doen! Misschien is daarom de vraag welke rol God speelt in mijn leven niet de goede vraag en stelt ‘de bekering’ me eerder de vraag welke rol ‘Gods eigendom’ speelt ten opzichte van mijn belangen, en verlangen. Spitten en mest geven is niet het leukste of verhevenste werk dat denkbaar is, maar het verwijst wel naar de alledaagse dag. En daar is het toch waar we God kunnen ontmoeten, waar we zijn bekommernis om mensen tegen komen. Dat dit uur ons de moed geve de bekering op te nemen.