|
|
Preken: Lucas 4, 1 - 13
Door Nel van Cuijk
Je laten gezeggen door de schriften
Afgelopen woensdag
klonk hier de oproep om het veertig dagen aan te durven oog in oog
met Jezus te staan; oog in oog zullen we kunnen onderscheiden. Met
het oog gericht op Jezus krijgen we een oefentijd om elkaar niet uit
de weg te gaan, om het ook aan te durven oog in oog met elkaar te
staan.
Vandaag dan de eerste proef van dat oog in oog met Jezus. Want zoals
Jezus zijn velen van ons ooit op weg gegaan vol geest en moed en
durf om het avontuur van gemeenschap aan te gaan. En velen van ons
hebben ervaring met de beproevingen die leven met zich meebrengt,
mensen die de gebaande wegen verlaten komen aanvechtingen tegen. Een
proeftijd van veertig dagen maakt Jezus door. En ‘veertig’ staat
voor je hele leven. Je hele leven door zijn er momenten, dagen, uren
van beproeving. Beproeving staat niet alleen voor crisis en twijfel,
maar ook voor uitdaging en testen, proefrijden, een proefexamen.
Maar bij proefrijden test je een fiets of een auto, bij een
proefexamen test je je kennis. Vandaag gaat het om een test, een
proef van mij als mens in relatie met mezelf, in relatie met de
ander, in relatie met God.
Het brood is een
beproeving van de relatie met mijzelf: kan ik en zal ik mijn
talenten gebruiken om mijn eigen ego te strelen. Jezus kan immers
van stenen brood maken, beter nog, hij heeft zelfs geen stenen nodig
om voor voldoende brood te zorgen. Waarom zou hij zijn gaven, zijn
talenten niet volop gebruiken en altijd en overal zorgen dat er
brood genoeg is, dat hij zelf brood genoeg heeft? En waarom zou ik
mijn gaven en talenten niet optimaal gebruiken voor mezelf, voor
eigen gewin?
Nee, zegt Jezus, een mens leeft niet van brood alleen. Ik dacht bij
mezelf: dat vind ik nu echt een dooddoener, want hoe kan een mens
die vergaat van de honger, nu naar een andere honger verlangen? En
verlangen mensen die brood genoeg hebben wel naar leven, hebben die
wel een honger die niet door brood gestild wordt? En kan Jezus in
grote delen van Europa en Noord-Amerika het niet beter andersom
doen: brood in stenen veranderen en wijn in water, dan zijn alle
dieetgoeroes en verslaafdenverzorgers overbodig geworden.
De tweede
beproeving is de vraag naar de onderlinge verhoudingen, de mens in
relatie met de ander. Op dit vlak spelen vele machten, de duivelse
machten, verleidelijke machten, de macht van het bezit, de macht van
het beschikken over mensen. De macht die we tot op de dag van
vandaag om ons heen zien en misschien wel in ons zelf waarnemen. We
hebben kunnen horen hoe Lubbers van zichzelf vertelde dat in de loop
van 8 jaar premierschap je gevangen wordt door de macht, bevangen
wordt door de macht, hoe je aan blikvernauwing gaat lijden. We
kennen de grote dictators die zichzelf mateloos verrijken ten koste
van het volk, en ook een man als Aristide die zo vol idealen begon
aan zijn politieke loopbaan als priester, als man Gods en zijn land
wilde bevrijden op grond van het evangelie, ook hij is inmiddels
ex-priester en bezweken voor de zuigkracht van de rijkdom en de
macht over mensen.
We weten het uit onze eigen geschiedenis: macht en onmacht –, want
ook onmacht is machtig – hebben ons in een diepe crisis gebracht en
bij velen is de vraag gerezen of gemeenschap nog wel kan bestaan, en
velen zijn weggetrokken omdat ze er niet meer in geloofden, en
anderen bleven en twijfelen nog, en voor iedereen geldt dat het
anders moet, dat we gemeenschap willen vormen maar dat het lijkt
alsof we dat opnieuw moeten uitvinden. Macht, het kunnen beschikken
over mensen, op een handige manier mensen voor je karretje spannen,
zelfs wat ik nu doe, proberen om iets te zeggen wat raakt, wat
troost, wat steun geeft, is enorm verleidelijk, bijna niet te
pakken. Je zou denken, ja maar ik val niet op mijn knieën voor de
duivel. Nee, voor de duivel niet, maar voor wie en wat ga ik door de
knieën om macht, aanzien, status te verwerven? Aanbid ik God of ga
ik op de knieën voor status en aanzien?
De derde
beproeving is de beproeving van mijn Godsbeeld. Hoe vertrouw ik op
God, wie is mijn God? Vertrouw ik op de macht van een God, die als
een deus ex machina mij wel uit alle situaties zal redden? God redt
niet als je jezelf blindelings in alle mogelijke gevaren stort. Als
je een kind van je ouders bent, dan daag je die wel eens uit om te
beproeven of ze echt van je houden, dat doe je als kind, als
onvolgroeid mens; een mens die kind van God is en wil zijn, weet dat
blind vertrouwen vertrouwen is in een afgod. Oog in oog met Jezus,
als mens met een volwassen opdracht, een grote of kleine opdracht
maar de opdracht die mij gegeven is, moet ik, mag ik van God en van
mezelf niet het onmogelijke vragen.
Nachmanides, een joodse geleerde zegt: in de
beproeving krijg je iets voorgesteld, een vraag, een opdracht, je
tast je innerlijke mogelijkheden en onmogelijkheden af en komt tot
een keuze; op grond van die keuze zet je stappen om het gevraagde
concreet te maken. Je leert jezelf en je grenzen beter kennen: de
beproeving komt de beproefde ten goede.
Oog in oog met Jezus leer ik vandaag om mij te
laten gezeggen door de schriften. Jezus liet zich gezeggen door de
schriften, maar wat betekent dat, want ik zou die woorden uit de
schrift kunnen beschouwen als dooddoeners. Jezus was een dertiger in
de tijd dat deze vragen in hem speelden, hij was niet gelukkig met
de wijze waarop in zijn tijd aan religie gedaan werd; hij zag wat de
mensen werd voorgehouden. Hij wist dat het anders moest en zocht in
zichzelf, in de geschiedenis van zijn volk naar een nieuw antwoord
en hij vond het. Dat is niet gemakkelijk want ook de duivel kan heel
goed citeren uit de bijbel. Jezus zocht en vond een werkelijke
volwassen relatie met God door in de schriften te zoeken en hij liet
zich gezeggen door die schriften omdat een mens niet leeft van brood
alleen.
|