|
Preken: Lucas 2, 41 - 52
Door Niek Werkhoven, gehouden op 31 december 2006
Jezus, na een paasfeest uit het zicht van zijn ouders verdwenen,
verschijnt hun en ons als dé mens die luistert naar de Vader
Misschien roept dit verhaal bij u het vrome plaatje op van het
jongetje met pijpenkrullen in een wit jurkje dat vanaf een hoge
troon, oude wijze mannen de les leest. Maar zou Lucas het over een
wonderboy à la Harry Potter hebben? Het is moeilijk voor te stellen
dat hij ons met zo’n boodschap het nieuwe jaar wil insturen.
Maar
het is ook niet het gewone verhaal van een lastige puber die zijn
ouders een poets bakt door stiekem achter te blijven in de grote
stad. Schelmstreken van een Pietje Bel zijn misschien wel amusant
tijdens een oudejaarsborrel, maar niet om vanuit het verleden de
toekomst tegemoet te zien.
En
dat zou ik willen, vandaag, en hopelijk niet alleen ik.
En
dus zou ik zo naar dit verhaal willen luisteren, dat het ons kan
bemoedigen om het nieuwe jaar in te gaan.
Want
bemoediging zit er naar mijn mening wel degelijk in, al moeten we er
naar zoeken, zoals Jozef en Maria trouwens, die het geloof ook niet
cadeau kregen.
We zouden om te beginnen ons kunnen afvragen
waarom Lucas dit verhaal over de twaalfjarige Jezus eigenlijk
toevoegt aan de geboorteverhalen van Johannes en Jezus. Hij had
natuurlijk kunnen eindigen met De jongen groeide op en werd
steeds sterker, omdat hij vervuld werd van wijsheid en door God
rijkelijk werd begunstigd, de laatste zin voor hij over de
twaalfjarige begint. Met zo’n zin had hij ook het verhaal over de
geboorte van Johannes afgerond: De jongen groeide op en werd
steeds sterker door de Geest; hij verbleef in woestijngebied tot de
dag waarop hij zich aan Israël vertoonde.
Waarom dus nog zo’n toevoeging? Kunnen we dit uit het verhaal zelf
opmaken?
Ik meen dat daar wel degelijk houvast voor
gegeven wordt. In de eerste zin horen we dat het om het vieren van
het paasfeest ging. Jaar in jaar uit trekken Jezus’ ouders dan naar
Jeruzalem om het feest van de uittocht, van de uitredding uit
slavernij, het feest van bevrijding te vieren. Dit noemen van
‘Pasen’ moeten we vasthouden, willen we recht doen aan dit verhaal.
Het lijkt me ondersteund doordat Maria en Jozef Jezus ‘na drie
dagen’ terug vinden, zoals de Emmaüsgangers na zijn dood. Ook het
woord ‘zoeken’ horen we in het verrijzenisverhaal: waarom zoeken
jullie de levende bij de doden.
Op
of na dit feest van de uittocht, de redding speelt het zich dan af
dat Jezus zoek raakt. Een jongen van twaalf jaar, maar het woord
voor ‘jongen’ is net even anders dan in de zin waarin Lucas vertelde
dat de ‘jongen’ opgroeide. Hier staat een woord dat ook dienaar,
dienstknecht betekent, zoals al eerder gezegd was over David en
Israël. Dat zal niet toevallig zijn. En wil die twaalf jaar dan
zeggen dat hij op de drempel van toenmalige volwassenheid staat?
Misschien, maar ‘twaalf’ heeft in het evangelie meer te betekenen:
Jezus kiest twaalf mannen uit die hij apostelen noemde, gezondenen.
Die twaalf zendt hij ook voor zich uit om de ‘twaalf stammen’ van
Israël de nieuwe levenskans te bieden. En alsof dit nog niet
voldoende is, zendt Jezus ook nog eens twee en zeventig leerlingen
uit, zes keer twaalf: iedereen moet de kans krijgen de boodschap van
bevrijding, van leven, te horen. Twaalf dus als verwijzing naar
Israël, twaalf om Gods volk tot vrijheid te roepen.
Is dit te ver gezocht? Werd aan de herders niet
het blijde nieuws bekend gemaakt dat de Redder geboren was? Hoorden
we de oude Simeon niet stamelen met de kleine Jezus in zijn armen:
mijn ogen hebben uw heil gezien?
Jezus de Redder van zijn volk… maar waar is hij te vinden? Jozef en
Maria, die zo dicht bij Jezus zijn, moeten door de pijnlijke
ervaring heen van verlies. De pijnlijke ervaring dat ‘christelijk
leven’ niet zo maar aanwezig is waar zij het veronderstellen. Maar
na drie dagen, vinden zij hem in de tempel, Gods heiligdom, en hoe?
Lucas kiest zijn woorden dan heel zorgvuldig:
hij luisterde naar de leraren en stelde hun vragen. Niet zo
gewoon als we misschien denken. Want laten we eerlijk zijn: er zijn
er velen die luisteren, maar die zo blijven luisteren dat ze er niet
toe komen vragen te stellen, zich eigen te maken wat ze horen. En er
zijn mensen, wellicht nog meer, die vragen en vragen, zonder te
luisteren of ze wel de goede vragen stellen, want dat is een hele
kunst.
Jezus luistert naar de leraren, het eerste gebod
voor de weg ten leven: luister Israël, neem je verleden op,
je persoonlijke geschiedenis, de geschiedenis, de geloofservaringen
die je zijn voorafgegaan. En het tweede gebod daaraan gelijk: wat
moet ik doen? Wat wordt mij gevraagd om die geschiedenis voort te
zetten?
De omstanders mogen dan verbaasd staan over de
leergierigheid van Jezus, Maria en Jozef zijn, zo gewoon menselijk,
ontdaan, uit het lood geslagen. “Kind, hoe kun je ons dit aandoen?”
Waarom? … Waarom moet degene die genade gevonden heeft bij God,
ervaren dat er een zwaard gaat door de ziel? Ook dat had de oude
Simeon al zien aankomen. Waarom? Denken jullie
dat ik ben gekomen om vrede te brengen op aarde? Nee zeg ik jullie,
eerder verdeeldheid. Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, mijn
wegen zijn niet uw wegen, zei de profeet al.
Het
Pasen van Jezus, zijn verlies van leven om Leven te vinden, maakt de
blijde boodschap van Kerstmis waar. Zijn leven geeft de inhoud aan
de vrede die de engelen verkondigen bij de geboorte.
Want met al die ‘waarom’s’ die de feitelijke
werkelijkheid aan ons opdringt, mogen we ons bemoedigd weten met wat
Zacharias na negen maanden pijnlijk zwijgen uitzingt: “gezegend
de Heer, de God van Israël, want Hij heeft zich het lot van zijn
volk aangetrokken”!
En ook: Er staat geschreven dat de Messias zou
lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan… Jullie zullen
hiervan getuigen, want in zijn Naam wordt bekering verkondigd en
vergeving van zonden, wat Jezus zegt op paasmorgen.
Vanuit dit nieuwe Pasen, vanuit de levensweg van Jezus, kunnen we
misschien iets verstaan van het raadselachtige antwoord van de
twaalfjarige.
Waarom zochten jullie waar ik was?
Wisten jullie dan niet dat je mij alleen kunt vinden in wie
ik ben?
Dit
ongewone in het gewone, dit onaanwijsbare, zo onbegrijpelijke,
handelen van God in onze door en door menselijke geschiedenis. Dat
handelen vertrouwen, ondanks de puinhopen en slachtoffers. Toch is
er een God het leven wil en het geluk.
Met
dit bericht over de twaalfjarige Jezus sluit Lucas zijn
voorgeschiedenis af. In het vervolg zal Jezus zijn weg in volle
openbaarheid gaan. Een weg die niet bepaald wordt door macht of
succes, maar wel op leven, samenleven.
Eigenlijk toch een prachtig verhaal nu we op de
drempel staan om een jaar – veertig jaar – achter ons te laten. Een
jaar en jaren waarin veel gebeurde wat niet had mogen gebeuren,
waarin had moeten beginnen wat niet is begonnen. Maar dat is niet
allesbeslissend, want heden is jullie Redder geboren. Die is
ons voorgegaan. Met hem als voorganger kunnen we elkaar oprecht een
gelukkig nieuwjaar toewensen, de toekomst ingaan.
|