|
|
Preken: Lucas 3, 1 -6
Door Koos van Etten
Advent: tijd van omkeer
In
het 3e regeringsjaar van George Bush, president van Amerika,
tijdens het 2e kabinet Balkenende in Nederland,
in een tijd dat er veel terroristische aanslagen waren in heel de
wereld,
terwijl Simonis kardinaal was
en Hurkmans bisschop van Den Bosch…
Zo ongeveer moet
die eerste zin in het evangelie geklonken hebben voor de mensen van
die tijd. Namen worden genoemd van de keizer van Rome en zijn
plaatsvervanger in Israël, die de macht in handen hadden, soms met
geweld en onderdrukking. Daarnaast de namen van de religieuze
leiders. Het is alsof Lucas erbij wil zeggen: houd die namen vast,
want we zullen ze nog tegenkomen in het vervolg. En toch gaat de
aandacht niet naar hen uit, maar naar Johannes: het woord van God
kwam op Johannes in de woestijn. Johannes? Nooit van gehoord, zou
men gezegd kunnen hebben. In de woestijn, die verlaten streek? Ja,
zegt Lucas, want in die streek heeft Johannes het woord van God in
zich laten rijpen en is er door die man een beweging op gang gekomen
die nu nog voortduurt, een beweging die een nieuw begin heeft
geopend voor een messiaanse tijd.
Ik moet denken aan Frère Roger in Taizé; aan Mandela in de
gevangenis; aan moeder Teresa in de sloppenwijken van Calcutta of
ook aan Nada hier op de Hooge Berkt in Bergeijk. Allemaal mensen die
voor hun tijd onbekend waren en op een onooglijke plaats begonnen
zijn, maar door wie een nieuwe beweging, politiek of religieus, is
begonnen die nu nog voortduurt.
Wat is dan het eigene van Johannes? Hij verkondigt een ommekeer en
doopt mensen in de Jordaan. Zijn boodschap is: keer je om en geloof
in het evangelie. Bekeren, omkeren: het is een bekend woord in de
Schrift: in het Grieks metanoia = anders denken/ in het Hebreeuws
tesjoeva = anders gaan doen. Het betekent: je keren naar de ander en
antwoord geven, of je keren naar de Ander/ God, en antwoord geven op
de vraag: Mens, waar ben je? Het is kritisch zijn t.a.v. je
levenswijze, durven veranderen en ingaan op de roep die je hoort.
Johannes zal zelfs een keer staan tegenover één van die bovenstaande
machthebbers, Herodes, en zeggen: 'Het is je niet geoorloofd de
vrouw van je broer te bezitten.' Wat een moed had hij. Maar waarvoor
zo kritisch? Juist vanuit een visie hoe het van God uit anders zou
kunnen zijn/ zou kunnen worden. Johannes grijpt daarbij terug op de
ervaringen van zijn volk: de exodus uit de slavernij of de terugkeer
uit de ballingschap. Dat waren oerervaringen van mensen, die
probeerden te ontkomen uit de verdrukking, angst of moedeloosheid en
uitzagen naar bevrijding, vrede door gerechtigheid. In de 1e lezing
hebben we daarover gehoord en in de psalm hebben we erover gezongen:
Als God ons thuisbrengt, dat zal een droom zijn. Het zijn teksten en
liederen die de hoop levend houden. Zo raken mij de beginzinnen van
Baruch: Leg je kleed van rouw af en sla de mantel om van Gods
gerechtigheid. Wij hebben een tijd gehad van intense rouw en
verlangen naar een nieuw begin van leven. Deze woorden hebben met
ons te maken.
Maar wat is de inhoud van die omkeer/ tesjoeva in onze tijd? Wat
hoor ik als roep? Dan denk ik terug aan die beginzin: 'In het 3e
regeringsjaar van…'. Vorige week kwam het woord van God op Nel hier
in de Roeach; zij herinnerde aan een woord van moeder Teresa: 'Het
is de liefde die onze wereld zal redden; niet de romantische liefde,
maar de liefde die deelt tot het pijn doet.' Nel zei erbij: 'Ik wil
bidden dat ik hier met jullie die liefde leer leven die deelt tot
het pijn doet'. Die woorden raakten mij, omdat ze doen denken aan de
oorsprong, toen Nada hier begon met de boodschap: God is liefde! Op
die boodschap zijn wij ingegaan, hebben geprobeerd een samenleving
op te bouwen, maar hebben er ook de grenzen van ondervonden. Het
doet ook denken aan de boodschap van Jezus die Gods liefde heeft
gedeeld: 'breken en delen' zeggen wij. Nu klinkt er opnieuw zo'n
woord dat ons kan raken en in beweging zetten, omdat het een woord
is dat geboren is in de kernavond, zo heb ik gehoord. Het is niet
van één persoon, het komt voort uit ons samenleven. Ook in andere
kern- en kringavonden hebben we gezocht naar een eigentijdse vorm
van gemeenschap, van gastvrijheid. Laten we dat woord opnemen en het
als óns woord overnemen: ik wil bidden dat ik hier met jullie een
liefde leer leven die deelt tot het pijn doet. Mogen deze woorden
klinken als een gebed, als een verlangen in heel de adventstijd,
zodat er een nieuwe geboorte kan open komen met Kerstmis.
|