Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 3, 1 - 6

Door Niek Werkhoven

De onuitblusbare kracht van sympathie

Zo horen we dan weer een gedeelte uit een oud verhaal, dat bij ons woorden wil wekken, die ons hart doen spreken. Ze zijn te groot voor onze handen en te mooi voor onze voeten, maar zo is het gebed: woorden uit ons hart, die eigenlijk te groot zijn, maar die ons bereid maken om te doen wat gedaan moet worden. Het is een evangelie, dat ons naar verwachting en hoop brengt, zoals Leonie net al zei.

"Het gebeurde in de dagen van keizer Tiberius, van Herodes en Filippus". Misschien is dit niet op de eerste plaats een situering in de tijd, maar zijn die woorden meer bedoeld om het contrast op te roepen tussen degenen die de macht hebben, de wereld regeren en bepalen hoe het leven eruit ziet en ons, mensen, die dat leven mogen, maar vooral ook moeten leiden.
En dan "geschiedt het woord aan Johannes", dat woord van God. Wat is dat? Wat zou het kunnen zijn dat "het woord Gods geschiedt aan een mens"? Misschien moeten wij allemaal – en niet alleen ik – elkaar op de man af vragen wat dat "woord van God" voor ons is. Ik vond de woorden een tijdje terug bij Logister. Logister omschreef dat de God van Jezus, de God waar Jezus over sprak en waar Hij vol van was, een onuitblusbare kracht van sympathie is, die weerloos aanwezig wil komen in onze wereld en appelleert aan het mensenhart. Dat vond ik een prachtige omschrijving: een onuitblusbare kracht van sympathie. Nu, 2000 jaar later, horen we nóg over deze Johannes en nóg over over deze Jezus, monddood, ja – nog erger – dood gemaakt en toch die onuitblusbare kracht. En die onuitblusbare kracht wil tevens wel weerloos aanwezig komen in onze wereld. "Hij appelleert": het betreft een woord, een werkelijkheid, die kán komen, die er dus niet vanzelfsprekend ís en die er ook niet altijd is. Het betreft een woord, dat wellicht alle woorden samenvat tot dat éne, waarmee ik en waarmee wij aangesproken worden: "jij".

Zo geschiedde het woord aan Johannes "in de woestijn", in de kaalheid en de leegte, in dat land van niets en niemand. Het ligt voor de hand wat onze Johannes daar geleerd heeft. Het was geen status, waarop hij zich kon beroemen, geen geleerdheid, waarachter hij zich kon verschuilen, maar het was de directheid van dat niets voor allen. Zo komt hij en wanneer hij dan zo aangesproken wordt als "jij, Johannes, maak je naam waar; God is barmhartig", dan komt hij, treedt hij op en neemt hij het op tegen al deze machten en krachten die de aarde regeren. Dan treedt hij op, gedreven door een geest, die wij "Trooster" noemen. We hebben evenwel gehoord dat in de Schrift de Trooster, die Heilige Geest, niet zozeer de verliesverwerker is, maar degene die heractiveert, die weer oproept. Dat brengt hoop. Het is een heractivering van hoop, niet met de pretentie dat we weten hoe de wereld zich zal ontwikkelen – we zouden ook kunnen zeggen: hoe de gemeenschap zich zal ontwikkelen, hoe ons samenleven zich zal ontwikkelen -, niet met de pretentie die van buitenaf zoveel "moeten" oplegt, maar de hoop die wedt op de inzet, op de opdracht om je van binnenuit in te zetten om de fundamentele waarden, die positieve kanten van het leven, op te nemen. En, zo werd ons ooit gezegd, hopen is leven zonder de illusie dat het lukken zal, maar niet zonder de hoop dat het wel mág lukken. Deze hoop voeden is je niet laten overmannen door negatieve krachten, die overigens wel ernstig genomen worden.

Daarom zou ik deze verkondiging willen besluiten met enkele woorden van Huub Oosterhuis:

"Dat we tot inkeer komen
en bereid zijn mee te werken aan een andere wereldorde,
waarin niet langer het recht van de sterkste geldt.
Dat onze ogen opengaan
voor die flitsen van een nieuwe aarde,
die ook te zien zijn als we goed zien.

Dat we ons niet laten intimideren
door wie de macht hebben,
nu nog wel, maar ooit niet meer.

Dat we de moed niet verliezen;
dat we de stem die ons spreekt van vrede
niet wantrouwen als een illusie.

En daarom: gezegend Gij, die hier aanwezig zijt,
oorsprong én toekomst van aarde en hemel.

Jezus, uw gerechtigheid indachtig
gaan we delen brood en beker,
teken van geloof dat niets onmogelijk is bij U".

Moge het zo zijn.