|
|
Preken: Lucas 2, 1 - 14 + 15 - 20
Door Koos van Etten, gehouden op 25
december 2004
Overweging met Kerstmis
Kerstmis: een nieuwe geboorte!
De geboorte van Jezus, Messias! Dat is de boodschap die we
horen. Ik wil proberen uit de lezingen de ‘rode draad’ op te laten
lichten: dat wat alles verbindt in deze viering.
De eerste lezing vertelt over de geboorte van
een kind, die leidt tot vrede. Het is de sociaal-politieke dimensie.
De lezing is genomen uit de profetieën van Jesaja. Deze profeet
leefde in een tijd, waarin er politiek gezien veel oorlog en geweld
was. Zoiets als wat wij meemaken in onze dagen: voortdurend geweld
in Irak, in Israël/ Palestina of geweld in ons land met een
multiculturele samenleving. We herkennen ons in wat Jesaja zegt:
Het volk leeft in duisternis; een donkere wolk hangt boven hun
hoofd en ze zien de toekomst somber in. Maar de profeet kijkt
anders, heeft gevoel voor de tekenen van zijn tijd en zegt: ‘Ik
zie een licht; het volk zal door een schitterend licht worden
beschenen!’‘Hoezo?’, zeggen mensen uit zijn omgeving. ‘Dat
komt’, zegt hij, ‘omdat er een kind geboren gaat worden, een
koningskind uit het huis van David. Met hem komt er een nieuw begin:
er zal een tijd van vrede komen, een tijd van veiligheid!’ Zoiets
als wat wij zien gebeuren in de Oekraïne, waar het volk een nieuwe
beweging op gang brengt o.l.v. Joesjtsjenko. Het gaat dan niet meer
om de macht van een heerser, om de macht van een enkeling, maar om
een volk dat opkomt voor vrijheid. Of wat we zien gebeuren in Emmaüs:
een kleine samenleving van mensen uit allerlei culturen die humaan
met elkaar om willen gaan.
De twee volgende lezingen, uit de brieven van
Paulus, gaan over een nieuwe geboorte in ons; de
persoonlijke dimensie. In Jezus zijn we gedoopt, zegt Paulus, in
Hem zijn we geliefd door God en zijn we geen slaafse mensen meer,
maar vrije mensen. We zijn geliefd, niet omdat wij zo geweldig zijn,
niet vanwege onze prestaties, maar omdat God barmhartig is en naar
ons omziet. In Jezus is Gods goedheid en mensenliefde verschenen.
Dat is de gave die wij ontvangen hebben; dat is ook mijn
persoonlijke ervaring hier binnen deze gemeenschap.
De relatie met Jezus betekent dat wij ook in een
nieuwe verhouding komen met elkaar, in gemeenschap. Het gaat er niet
om of we jood zijn of Griek of we man of vrouw zijn, zegt
Paulus, maar hoe we verenigd zijn in Jezus, de Messias.
Vertaald naar onze tijd kunnen we zeggen: het gaat er niet om of we
rijk zijn of arm, of we belangrijk zijn of voor ons gevoel aan de
rand leven of wat we allemaal doen. Nee, in Jezus worden we als
broers en zusters bijeengebracht, kinderen van één Vader. Wij mogen
bidden: Abba, Vader.
En dan het Kerstverhaal volgens Lucas: dat
spreekt over de geboorte van Jezus, de goddelijke dimensie.
Lucas begint dat verhaal in een groter kader van de geschiedenis te
plaatsen: Augustus, keizer van het Romeinse rijk, heeft een decreet
uitgevaardigd, bestemd voor de hele wereld. Een geweldige
gebeurtenis, zou je zeggen. Maar midden in die wereldgeschiedenis
geschiedt er iets anders, iets heel kleins. Want na enkele verzen
richt Lucas de schijnwerper op Jozef, een eenvoudig man, die vanwege
dat decreet op reis gaat naar Betlehem, met zijn verloofde, Maria.
Wat betekenen nu die twee mensen voor die grote wereldgeschiedenis?
Niets, zou je zeggen, onbetekenende mensen…en toch, zegt de
evangelist, juist met hen geschiedt er iets nieuws!
Wat er geschiedt, vertelt hij heel sober en
ingehouden. Toen Jozef en Maria in Betlehem aankwamen, moest Maria
bevallen en baarde zij een kind, een zoon; ze wikkelde hem in een
doek en legde hem in een voerbak. Er is niets spectaculairs aan dat
gebeuren: het gaat om niet meer dan een man, een vrouw en een kind.
Een kind dat geboren wordt in armoedige omstandigheden. Toch breekt
in dit eenvoudige gebeuren het licht door, het licht van God! Met
dit weerloze kind breekt een nieuwe dimensie door in onze wereld,
een nieuwe tijd!
Het Licht omstraalt een groep herders in het
veld. Zij schrikken van dat plotselinge licht in de nacht, maar hen
wordt gezegd: ‘Schrik niet, wees niet bang, want vandaag is in de
stad van David jullie Messias geboren.’ Dat is de boodschap, die zij
als eenvoudige herders het eerst mogen ontvangen, een volle
boodschap, waarin gezegd wordt dat het vandaag gebeurt, heden. De
goddelijke dimensie heeft altijd iets van ‘heden’ en roept eerbied
op, stilte, aanbidding.
Dan kunnen de herders het niet meer uithouden.
Zij trekken op naar Betlehem en willen gaan zien wat hen gezegd is.
Letterlijk staat er: zij willen zien het woord dat is geschied.
Hoe kun je nu een wóórd gaan zien? Dat kun je alleen maar horen.
Maar nee, zegt Lucas, ze gaan het woord zien dat is gebeurd. Maar
wat zien we dan volgens het verhaal? Weer niets méér dan een vrouw,
een man en een kind. Ze vonden Maria en Jozef en het kind.
Eenvoudiger kan het niet. En toch hebben zij veel meer gezien, want
in dat kind hebben zij het geheim gezien, dat God barmhartig is voor
onze wereld. Ze hebben het Licht gezien dat uit Jezus straalt! Ze
hebben gezien, hoe God zijn liefde heeft geuit voor ons, mensen; met
ons een verbond wil aangaan, ons ziet als zijn partners.
Daarvan worden ze getuigen en gaan vertellen wat
zij gezien en gehoord hebben. Zij worden boodschappers voor anderen,
zoals nu voor ons, opdat ook wij het geheim willen erkennen dat hier
gebeurd is, en wij tot aanbidding komen, tot lofzang, tot eer. Ere
aan God, zoals we gezongen hebben, eer aan God en vrede op aarde!
|