Foto: Evangelie volgens Lucas
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Lucas 1, 26 - 38

Door Leonie van Straaten, gehouden op 18 december 2005

 

God wil onder ons wonen; Hij onderbreekt de menselijke orde

 

God wil onder ons wonen.

Maar hoe zal dit geschieden? In een wereld die geregeerd wordt door angst, door eigen gelijk, door het veilig stellen van eigen levensstandaard? Welke leiders dienen in onze dagen nog de aarde en het welzijn van alle volkeren? En welke burgers zijn voorbereid en opgevoed tot dienstbaarheid?

 

God wil onder ons wonen. Er wordt ons verteld hoe dit geschiedde. Hoe mensen in de geschiedenis Gods aanwezigheid ervaren. We weten dat het hier niet om feitelijke geschiedenis gaat, maar om ervaring van mensen, die na rijp beraad aan het papier is toevertrouwd.

Koning David wil een huis voor God bouwen, hem een vaste woonplaats bieden. Maar in een droom wordt hem duidelijk dat het andersom is: hij hoeft geen huis voor God te bouwen – want het is een God die zegt: ‘Ik ben bij je en ik doe mijn geschiedenis aan jou, met jou. En Ik zál er zijn’. God belooft immers het koningshuis van David een onwankelbare toekomst.

 

Dit visioen gaat volgens Lucas in vervulling, en zijn getuigenis staat niet op zichzelf.

Lucas vertelt ons een midrasj over de oorsprong van Jezus’ leven. Een prachtig verhaal, wat veel oproept en waar we ook stil van worden. Het spreekt tot onze verbeelding. De bestemming van Jezus’ leven werd toevertrouwd aan Maria, een jonge vrouw.

Wat vertelt Lucas ons over Maria?

Ze is een meisje. Ze is verloofd, ‘uitgehuwelijkt’ staat er eigenlijk: het stond vast dat ze zal trouwen en met wie: met een afstammeling uit het huis van David, dat huis waaraan de toekomst van heil is beloofd. Jozef heeft zijn plaats in het verhaal. Samen staan zij in een traditie vol verwachting, vol visioen. Zouden Maria en Jozef er samen over gesproken hebben?

Ze waren vast en zeker opgevoed in die geschiedenis van joodse mensen, die durfden geloven in Gods aanwezigheid, waardoor geschiedenis ook heilsgeschiedenis kan worden.

Maria, vertelt Lucas, raakt verward door wat de engel haar zegt. Grote woorden, onbegrijpelijke taal. En zwanger worden? Hoe moet dat dan? Een heel menselijke, nuchtere reactie. Als de engel spreekt over haar verwante Elisabeth, over wat haar overkomen is, dan gaat er iets open van een grotere geschiedenis, waarin zij zich kan verbinden aan belofte. Want blijkbaar is er bij God niets onmogelijk. God breekt in, de menselijke orde wordt onderbroken.

Het antwoord van Maria is ja – het is een overgave aan wat op haar weg komt.

 

Waartoe vertelt Lucas ons zo over Maria?

Het is een verhaal van ná Pasen en Pinksteren. De leerlingen hebben Heilige Geest ontvangen, in alle angst en verwarring zijn zij gaan inzien wie Jezus in wezen was. De woorden van de engel over Jezus kunnen we verstaan vanuit dit perspectief: Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. Het is a.h.w. een getuigenis van Gods trouw. Deze mens, vermoord, uit de weg geruimd: en toch: hij is de verlosser, de redder die wij verwachten. Het leven van Jezus, de feitelijkheid ervan, spoort niet met de grote verwachting die er leefde. Hij is een koning van een andere orde. God samen met ons, dat is van een andere orde. Het is leven vanuit heilige Geest.

Het antwoord van Maria krijgt een eigen kleur vanuit dit perspectief. Zij neemt haar eigen, bijzondere plaats in, als dienares van de Heer. Want in de loop van haar leven heeft ze vast en zeker gestreden met de inhoud van dit dienen. Dit kind, voor wie geen plaats was in de herberg, daarvoor was ook geen plaats in de samenleving. Dit kind moest lijden en sterven om wie hij was, een teken van tegenspraak. Maria is van moeder tot leerling geworden. Dienares van de Heer. Haar antwoord is dan ook geen passief ja, wat enkel zou getuigen van beschikbaarheid. Het is een ‘ja’ dat het resultaat is van een innerlijke levenshouding. Zij heeft zich verbonden aan wat – aan wie haar overkwam.

 

Als God onder ons wil wonen, gaat het er blijkbaar niet om waar hij woont, maar bij wie.

God heeft geen plaats nodig, maar mensen. God is trouw door alles heen, dat is een getuigenis waar wij tot op vandaag van leven. En wij, mensen, worden verlokt en uitgedaagd, om ons in dit spoor aan Hem te verbinden.

Mogen we ons zo voorbereiden op het feest van Jezus’ geboorte, als een vreugdevol ‘ja’ op zijn gehele leven – in het vertrouwen dat God samen met ons zal zijn.