|
|
Preken: Lucas 2, 1 - 14
Door Niek Werkhoven
De blijde boodschap van het alternatief;
Kerstfeest 2001
En het geschiedde in die dagen,
dat er van
keizer Augustus een bevel uitging,
dat de hele wereld moest worden ingeschreven.
Deze eerste inschrijving geschiedde,
toen Quirinius stadhouder was over Syrië.
En allen gingen op weg om te worden ingeschreven,
ieder naar zijn eigen stad.
Ook Jozef ging op
van Galilea uit de stad Nazaret,
naar Judea naar de stad van David, die Betlehem
genaamd wordt,
omdat hij uit het huis en geslacht van David was
om te worden ingeschreven met Maria, zijn verloofde die in
verwachting was.
En het geschiedde toen zij daar waren,
dat de dagen vervuld werden dat zij zou bevallen
• en zij beviel van haar eerstgeboren zoon.
• en zij wikkelde hem in doeken
• en legde hem neer in een voerbak,
omdat er voor hen geen plaats was in het onderkomen voor de
vreemdelingen.
Er waren herders in diezelfde streek
die in het veld verbleven en de nachtwacht wakend over hun kudde
doorbrachten.
Ineens stond een bode van de Heer bij hen
en omstraalde de glorie van de Heer hen.
en zij huiverden met grote huiver.
De bode zei tot hen:
Schrik niet,
want zie!
ik breng goed nieuws, een geweldige vreugde,
die voor heel het volk bestemd is:
heden is voor u geboren de Redder,
die Christus de Heer is,
in de stad van David.
Dit is voor u het teken:
u zult een kindje vinden
in doeken gewikkeld
en dat in een voerbak ligt.
Plotseling was daar met de bode
een menigte van het hemelse leger
die God aan het prijzen was met de woorden:
glorie in de hoge aan God
en op de aarde vrede voor de mensen naar zijn hart.
En het geschiedde, toen de boden van hen weggegaan waren naar
de hemel,
dat de herders tot elkaar zeiden:
laten we nu gaan naar Betlehem
en dit woord zien dat geschied is, en dat de Heer ons bekend
heeft gemaakt.
Zich haastend kwamen ze,
en vonden Maria en Jozef en
het kindje dat in de voerbak lag.
Toen zij het gezien hadden,
maakten zij het woord bekend
dat hun over dit kind was gezegd.
Allen die het hoorden,
verwonderden zich over wat hun gezegd werd door de herders.
Maar Maria bewaarde met zorg al deze woorden
en overwoog ze in haar hart.
De herders keerden terug
terwijl ze zonder ophouden God verheerlijkten en prezen
om alles wat zij hadden gehoord
en hadden gezien zoals tot hen gezegd was.
Weer klinkt het geboorteverhaal,
weer horen we dat de ‘Redder’ geboren is, weer wordt er gezongen van
‘vrede op aarde’... Redder, vrede..? Dan zingt het zachtjes in me:
"geef me terug de ogen van een kind…". Maar kan dat? Ogen van een
kind dat het wonder van kerstmis kan zien en voelen door een
kerstboom of door het kindje in de kribbe?
Voor hen is het kerstfeest van vorig jaar heel lang geleden.
Kinderen leven bij het moment voor zover ik weet, en dan geldt dit
moment. Maar wanneer je wat ouder wordt rijgen dagen en
gebeurtenissen zich meer en meer aaneen, en blijven als het ware
levend overeind staan.
-
De brand in Volendam we zien dat nog.
-
Het gruwelijke van 11 September wat daarna Afghanistan tot
dagelijks nieuws maakte;
-
Ik hoef de namen Sharon en Arafat maar te noemen.
-
En dichtbij, teleurstelling, ziekte en naderende dood zo
tastbaar aanwezig.
"Vrede op aarde… Grote vreugde…"?
De werkelijkheid van het leven kunnen we niet zomaar opzij zetten
voor een kerstsfeer. Betekent dit dat we hier met een grauwsluier
het geboortefeest van Jezus vieren? Nee, zeker niet, ik zou zelfs
willen zeggen, juist niet. Met alles en ondanks alles kunnen en
mogen we feest vieren: ons dankbaar en blij voelen. Minstens
proberen het open te houden dat het zou kunnen. Met de ogen van een
kind, met de ogen van een ‘tweede naïviteit’. Het evangelie van
Lucas vertelt geen sprookje om weg te doezelen in een religieuze
droomwereld.
Lees dit verhaal maar eens hardop, en je zult moeten toegeven dat
Lucas goed heeft nagedacht over wat hij wilde zeggen. Ja hij heeft
grondig nagedacht over wat hij gehoord en gezien heeft.
Ogenschijnlijk doet hij het eenvoudiger dan de mystieke Johannes,
die verzekert ons plechtig dat het Woord van God vlees, - concreet
mens -, is geworden, en dat we in Hem leven hebben.
Verheven taal,
woorden die appelleren aan ons hart. Maar dit hart antwoordt ook met
Maria: "hoe kan dit geschieden daar ik geen… En ieder zal
zonder moeite het ‘onmogelijke’ invullen. Maar dit geschieden
ondanks al het onmogelijke laat Lucas ons horen, en door het te
horen kunnen wij het ook voelen, gewaar worden.
Het geschiedde in die dagen dat er een bevel uitging van
keizer Augustus, de machtige wereldleider. De hele wereld komt in
beweging. Allen worden opgejaagd. Daaronder moeten ook twee jonge
mensen van huis weg. Jozef en Maria, zijn ondertrouwde vrouw die in
verwachting was. Wereldgeschiedenis, en daarin opgeslokt,
onopgemerkt twee mensen in verwachting van nieuw leven. In
verwachting van een zoon waaraan God de Heer de troon van David zal
geven. En het geschiedde, zegt Lucas weer, ja, het gebeurde:
verwachting wordt geschiedenis. Zij bracht haar kind ter wereld, de
zoon met het eerstgeboorterecht, de drager van zegen, van Verbond.
Zij wikkelde hem in doeken en legde hem neer in een kribbe of stal,
want er was geen plaats voor hen bij de mensen. Schrijnender
contrast is nauwelijks mogelijk. Lucas vertelt graag in contrasten.
Uit de ervaring van contrast wordt immers het visioen geboren. Als
er een God is die het licht scheidde van de duisternis, de eeuwige,
de dagelijkse bedreiging van het Licht; dan kan het leven anders
worden, anders dan wat we zien en horen, dan kan ik anders.
Het kind liggend in de stal
Driemaal herhaalt Lucas deze woorden,
zo is het ‘geschied’. Zo gebeurt het stralend licht dat bekend maakt
dat heden de Redder geboren is, Christus de Heer. Jozef hoeft dat
niet van de daken te roepen.
Het zijn herders, zoals Abraham, Mozes en David, herders die allert
zijn om in de duisternis van de nacht het licht te zien. De Redder,
de Zoon van de Allerhoogste die eeuwig koning zal zijn over het huis
van Jakob. Hij is er, Immanuël - God bij ons -, zó in dit contrast
van een kind liggend in een stal! Daarmee trekt de evangelist
héél het evangelie open. "Een mensenleven door God getekend".
De mens die leeft van ‘heden’ is verschenen de goedheid en
mensenliefde van God onze Redder. Jezus leefde dit zó dat de mensen
rond Hem zichzelf hervonden: "jouw geloof heeft je gered".
Het leven van ons mensen op zich
is zelden of nooit bron van vreugde. De eerlijkheid gebiedt ons te
erkennen dat het leven enorm onbeschermd is en bedreigd. Dat wordt
door geloof niet weggepoetst.
Het vraagt moed om het anders te willen. Moed om te vertrouwen op de
goede krachten in het leven. Moed die we kunnen putten uit dit
verhaal, uit dit leven, uit het vieren van dit feest. Want door de
geboorte van Jezus, de Redder, wordt ons aangezegd dat God
geschiedenis schrijft in ieder mens. Deze mens, Jezus, heeft het
laatste woord ontnomen aan het cynisme, het onrecht en de dood door
dat alles te doorstaan..
Lucas laat ons dat horen door het woord redden weer naar voren halen
wanneer hij Jezus’ levenseinde vertelt: "Laat Hij nu zichzelf redden
als Hij de Messias van God is"; "ben Jij de koning, red dan jezelf"!
Zo niet! Zo werkt God niet!
Hij is geboren en er was geen
plaats voor Hem, maar voor allen die Hem toch opnemen, geeft Hij het
vermogen kinderen van God te worden. Geeft Hij het deelgenoot te
worden van die onstuitbare bron van sympathie, genade en leven. Hoe
dit geschiedt zal ons wel duidelijk worden in de loop van de tijd.
Vandaag is het feest om Hem die Leven is. Een dag om ons te
verwonderen over alles wat ons gezegd wordt. De dag om in het kind
dat ligt in een stal het begin van leven te zien. Immanuël, - God
bij ons -, te vinden in onze realiteit. Dit kind, dat ligt in de
stal, zegt ons dat vrede en vreugde niet uitsluitend afhangen van
gelukkige omstandigheden.
Ja, geef me terug de ogen van een kind dat ik het licht niet
haat… maar het Licht mij draagt.
Zo geschiedde het - gelukkig kerstfeest.
|