Preken: Johannes
17, 11b - 19
Door Jan Rooijakkers, gehouden op
24 mei 2009
Moge mijn vreugde voluit in hen
zijn
Johannes stamelt zou je kunnen
zeggen, wanneer hij verhaalt over de laatste avond met Jezus aan het
avondmaal: “Veel heb ik jullie gezegd, maar het eigenlijke is niet
in woorden te vatten!’
Vanuit deze woorden wil ik nu
binnengaan in de zending van ons zelf.
Jezus zei: “Vader bewaar hen in uw
naam, opdat zij mijn vreugde voluit in zich dragen. Dan kan ik hen
de wereld in zenden zoals U mij gezonden hebt.”
Die vreugde! Hoe kan hij dat zeggen
op deze laatste avond! Vlak ervoor staat: “Vader het uur is
aangebroken dat Gij uw zoon verheerlijkt.” Let wel: het is het uur
van Judas, de avond ook van Gethsemane. En hier spreekt hij over
vreugde!
Jezus verlangt ernaar “dat zij mijn
vreugde ten overvloedig in zich zullen bezitten. Jezus ervaart zijn
eigen leven als ‘vervuld van vreugde’, ‘vol van genade’, als innige
harmonie en eenheid met zijn Vader. En daarin kan voor hem dan alles
een plek krijgen.
Dat woord vreugde is een heel
vol woord: Xarin, staat er in het Grieks, en dat doet denken
aan Xaris (‘genade’). Dit woord ‘vreugde-xarin’ klinkt in
het Nederlands door in het woord “charme” – bekoorlijk, innemend.
Vreugde is deze volle zin is blijdschap, geluk en perspectief,
beminnelijk en begerenswaardig. Voor Johannes heeft die vreugde deze
volle betekenis. Jezus voelt zich één met zijn Vader en dan kan
alles. Zoals man en vrouw of twee kameraden die ‘het helemaal eens
zijn’ heel veel vanuit die band aankunnen en aandurven, bergen
kunnen verzetten, ziekte aankunnen.
Zo bedoelt Hij te zeggen: mogen zij
mijn vreugde voluit in zich hebben. En zo kan Hij ook zeggen: “Zoals
U (Vader) tot nu toe mij gezonden hebt in deze wereld, en ik in Uw
Geest kracht mocht putten, zo zend ik hen nu, met de kracht van uw
Geest. Het is goed dat ik heenga, dan pas worden mijn vrienden vol
gezonden op eigen benen.”
Dit is dan vandaag het woord naar
ons hier nu wij enkele dagen ons verbond met elkaar bespreken. Is er
iets van die eenheid waarvan Jezus getuigt: de harmonie en band met
zijn Vader, want dat is zijn geluk. Die vreugde, die basis wenst Hij
ons. En dan kan hij ons ook zenden.
Wij hier hebben daar weet van, dat
hebben we elkaar kunnen laten voelen.
We staan tussen Hemelvaart en
Pinksteren: die vreugde kan ook in ons zijn. Dán kunnen we gezonden
worden, de zending, de missie aangaan.
Vanuit die aanhechting aan Hem en
aan elkaar, kunnen we zending in de wereld, kunnen we onze missie
aan. Dat is een heel persoonlijke weg van Hemelvaart naar
Pinksteren, naar dat werkelijk vanuit de Geestverbondenheid kunnen
zijn in deze wereld van ons. We hebben een week om die vreugde waar
Jezus over spreekt, in ons een plek te geven, ruimte te geven, en
dat is dan basis om met geestkracht een zending op ons te nemen.
Dit is de opdracht om naar
Pinksteren te leven: ruimte maken voor die vreugde – op stevige
innerlijke grond. De basis is dan niet mijn ‘ego‘, maar de hechting
aan mijn oorsprong van bestaan, de “Vader”. |