|
|
Preken: Johannes
15, 9 - 17
Door
Hinnêni
Peltenburg, gehouden op
17 mei 2009
Tegenwoordig
wordt geregeld gezegd: je moet goed in je vel zitten, of: lekker in
je vel zitten is belangrijk. Ik ben eerder bezig met de vraag of ik
wel goed in Góds vel zit!
De lezing uit de Handelingen van de apostelen stelt ons voor
mee te kijken naar een tweeluik van twee groepen personen: aan de
ene kant de Joodse man Simon Petrus, die staat voor de christenen
uit de Joden, en aan de andere kant de godvrezende Romein Cornelius,
die de christenen uit de heidenen vertegenwoordigt. Simon, zijn naam
betekent ‘hij die luistert’, heeft een openbarend woord van de Heer
uit gehoord. Deze wetgetrouwe, vrome Jood, ziet in dat de Enige zijn
liefde naar alle volkeren wil laten uitstromen. Het bewijs wordt
meteen geleverd. Over álle aanwezigen komt Adem van de Geest: een
geest van wijsheid en inzicht, een geest van beleid en sterkte, de
geest van kennis en ontzag voor de Heer. De aanwezige Joden raken in
extase en zien bij de niet-Joden, die vreemde ander, de
wondertekenen van Gods handelen. Als de Enige dan zo duidelijk laat
zien wat zijn bedoeling is, dan moeten ook deze mensen volledig deel
krijgen aan het leven in Christus Jezus. Dat is de doop: opname in
het volk van de Enige en Jezus Christus volgen.
Kijken we vervolgens naar de lezing uit het Evangelie volgens
Johannes: het woord liefde of liefhebben komt in deze passage negen
keer voor. Jezus zit met zijn leerlingen aan tafel en zegt wat hij
op zijn hart heeft, vanuit zijn liefde tot het uiterste. Deze liefde
kent in het evangelie volgens Johannes verschillende richtingen:
1. de Liefde van de Vader, voor Jezus, de Zoon en voor de
wereld: Jij bent mijn geliefde kind;
2. de liefde van de leerlingen naar Jezus: Heb je Mij lief?
3. Jezus heeft de leerlingen lief. Degenen die bij Hem horen
heeft Hij lief.
Waarom herhaal ik dit? Omdat Johannes voor zijn gemeente
schrijft, en over de eeuwen heen, ook aan ons, hier en nu. Die
gemeente van zovele jaren na het leven van Jezus, kampt met de
gevolgen van de pijnlijke breuk met de Joden: die nieuwe christenen
worden afgeweerd, uitgestoten. De boodschap van Johannes is een
troost voor hen: jullie zijn door de Vader bemind, jullie moeten
elkaar liefhebben, zoals Jezus, en tot een getuigenis voor de wereld
zijn, want meer heb je in deze dagen niet te bieden. Het is een
opdracht, een gebod: elkaar lief te hebben.
Nu zijn wij al een heel eind op weg gezet…door Johannes, maar
dan komt dat woord over de grootste liefde! Je leven geven…
Hetzelfde woord bij: “Jezus legde zijn bovenkleed af om de voeten
van zijn leerlingen te kunnen wassen”. Hij legt af wat Hem belemmert
om zijn liefde te laten stromen; om te doen waartoe Hij is geroepen.
Zoals Mozes die zijn sandalen uit moest doen bij de brandende
braambos; hij staat daar op heilige grond. Hij moet zijn menselijke
belemmeringen afleggen om zijn roeping te kunnen ontvangen, dat wil
zeggen: een volk van de Enige bijeen brengen. Ja, in deze context
staan de woorden van Jezus: Hij is een nieuwe Mozes, die een nieuw
volk bijeen zal brengen. De Enige spreekt met hem als een Vader met
zijn Zoon. Hij geeft ons een nieuwe wet, een nieuwe opdracht. Hij
zegt niet: doe nou maar dit of dat en dan is God tevreden en zit jij
wel goed, maar Hij plaatst ons precies waar wij vandaan komen:
voortgekomen uit de Vader, zijn wij werkzaam in de wereld, maar we
blijven voor altijd van Hem, en wij zijndoor Hem en in Hem gedoopt
met de Adem van de Geest.
Tegenwoordig wordt wel gezegd: je moet goed in je vel zitten,
of: lekker in je vel zitten is belangrijk. Ik ben eerder bezig met
de vraag of ik wel goed in Gods vel zit!
|