Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes
15, 1 - 8

Door Nel van Cuijk, gehouden op 10 mei 2009

 

Alle dagen verbonden zijn met Jezus; dan ontstaat een plaats van hoop en wordt God eer gebracht

 

De verwerking van Pasen en de opbouw van gemeenschap, dat zijn de aandachtspunten in deze tijd. Hoe gaan we daar vandaag verder mee?Als Johannes verder mediteert over zijn gemeente en de verhouding met de verrezen Heer, dan doet hij dat door als het ware de laatste woorden van Jezus op te schrijven, zijn geestelijk testament. Het staat beschreven in de hoofdstukken 15, 16, 17. Het is in de geest van Jezus dat Johannes deze woorden zegt, ze zijn hoogstwaarschijnlijk historisch gezien niet van Jezus maar van Johannes afkomstig. Johannes reflecteert en hij gebruikt de aloude beelden uit de Torah, vandaag het beeld van de wijngaard, ooit zo prachtig bezongen door Jesaja. ‘Voor mijn geliefde wil ik zingen, het lied van mijn lief en zijn wijngaard, zo zorgvuldig bewerkt, zo vol liefde aangelegd, zo dag en nacht met aandacht en zorg omgeven, die wijngaard die slechts wrange vruchten voorbracht.’ Ook nu zit de gemeente met de wrange vruchten van het uitgestoten zijn uit de synagoge, afgesneden, uit de wijngaard verbannen. En Johannes geeft zijn gemeente een nieuw perspectief. Er is een wijnstok, er is een mens die zo verbonden was met God, dat hij de ware wijnstok geworden is. In en door die mens krijgen wij leven.

Wat heeft de gemeente van Jezus, dat nieuwe godsvolk, nodig? Voor alles, zegt Johannes, heeft de gemeente nodig dat zij verbonden blijft met Jezus. En dan neemt hij dat oude beeld van de wijngaard weer op: God, Vader, is de wijngaardenier, Jezus is de wijnstok en jullie zijn de ranken. Zonder elkaar zijn ze niets, goed voor de oven. Een wijnstok zonder ranken is niets en ranken zonder een wijnstok kunnen niet leven en dus ook geen vruchten voortbrengen. Tot zeven maal toe gebruikt Johannes de term ‘in mij blijven’, verbonden blijven, blijven met hem. Alle dagen van de week dus, alle dagen van de schepping tot en met de zevende dag toen God uitrustte. Ja, ook als je uitrust dien je met Jezus verbonden te blijven.

 

Willen jullie vruchten dragen dan moet er gesnoeid worden. In het najaar wordt het dode hout weggesnoeid, in het voorjaar worden de groene, levende takken die licht en lucht in de weg staan gesnoeid. Ongecontroleerde wildgroei brengt geen vruchten voort. De snoeier is de wijngaardenier. De wijngaardenier is God of – zoals Johannes dat zegt – is de Vader.

Vruchten bij Johannes zijn geloof en liefde, dat lezen we in de brieven die hij geschreven heeft. De gemeente van Jezus is altijd bezig met groeien in liefde, want hoe kun je God dienen als je je broeder haat. Groeien in liefde, zo dat God ervaarbaar wordt. God is immers niet anders te zien en te ontdekken dan daar waar een mens voorbijziet aan zichzelf, zoals van Jezus gezegd wordt dat hij zijn leven gaf en geeft voor zijn vrienden. Of in de taal van Johannes van vandaag: de grootheid van God zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vruchten dragen.

In de Handelingen zien we nog een ander voorbeeld van hoe je dat kunt doen als mens. We horen hoe Barnabas, die zoon van vertroosting, Saulus bij de andere leerlingen brengt. Saulus van wie niemand iets moest hebben. Die man die er mee instemde dat Stefanus gedood werd, die volmacht had gekregen om alle volgelingen van Jezus op te sporen en voor het gerecht te brengen, die man zou zich bekeerd hebben en een volgeling geworden zijn?! De andere leerlingen geloofden er niets van, ze moesten die man niet, ze wilden niets met hem te maken hebben, ze waren bang, ze konden absoluut niet geloven dat hij een leerling geworden was, deze allesweter en beterweter, vuurvreter. Hij wordt door Barnabas onder zijn hoede genomen, als een ware mentor. Barnabas introduceert Paulus bij de apostelen in Jeruzalem en Paulus krijgt de kans zijn verhaal te vertellen, over die ontmoeting met de Heer op weg naar Damascus. En blijkbaar vertelt hij het zo dat de apostelen overtuigd zijn van zijn omkeer, en die omkeer van Paulus bewerkt bij hen ook een omkeer, openlijk lopen ze samen door Jeruzalem en Paulus begint onmiddellijk te verkondigen en te discussiëren met de griekssprekende joden.

 

De ontmoeting met Jezus, de reflectie op wie hij is, brengt mensen samen, doet hen omkeren, doet hen gemeente vormen, en bewerkt, zo zegt Johannes, dat God eer wordt gebracht. Zo wordt zichtbaar dat God groot en genadig is, en barmhartig tot in lengte van dagen.