Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes
10, 11 - 18

Door Tineke Renkema, gehouden op 3 mei 2009

 

Over Verrijzenisverwerking

 

Wij zijn kerk, vormen een gemeenschap met het oog op Verrijzenisverwerking, zo zei Henk Witte ons toen hij hier vorig jaar een lezing hield. Dit woord is mij altijd bij gebleven: De mogelijkheid voor ogen houden dat het ons samen gegeven kan worden dat je opstanding leeft in het spoor van Hem. Met dit woord ‘verrijzenisverwerking’ in me heb ik de lezingen gelezen, ook al is de evangelietekst voor vandaag voor het eerst na Pasen geen opstandingverhaal.

 

Eerst maar eens even onszelf afvragen: wat is verwerken eigenlijk? Verwerken heeft van doen met alles wat er gebeurd is door je heen laten gaan en er vertrouwd mee raken, het je eigen maken, een plaats geven aan wat je in de ontmoeting met iemand is overkomen. En dat doe je door te benoemen, door woord te geven aan wie iemand in jouw ogen was, wat iemand heeft betekend en hoe dat doorwerkt in je leven.

Verwerken is juist niet iets achter je kunnen laten, je verdriet, je pijn, je gemis, maar juist daar doorheen iets opnemen, iemand opnemen.

Ik kom hier straks op terug.

 

We weten natuurlijk allemaal, dat de evangelieteksten achteraf zijn geschreven. Je zou kunnen zeggen dat de schrijvers van de evangeliën al schrijvend het leven van Jezus, zijn dood en de ervaring van opstanding hebben verwerkt.

Dus ook het verhaal over de Goede Herder van vandaag maakt onderdeel uit van die ‘verwerking’.

Vlak voor dit verhaal over de Goede Herder beschrijft de evangelist hoe Jezus de Farizeeën ermee heeft geconfronteerd dat zij ziende blind zijn. Ziende blind omdat zij de blindgeborene, die Jezus op sabbat genas, uit de tempel hebben gegooid, uitgestoten. Blind zijn deze leiders van het volk, terwijl ze ogenschijnlijk kunnen zien.

De vraag die dan opkomt: hoe toch te onderscheiden tussen hen die zien en hen die lijken te zien. Dit thema gaat in het verhaal over de Goede Herder verder. Hoe te onderscheiden tussen goede herders en herders die als het er op aan komt, geen herders blijken te zijn, omdat zij op de vlucht slaan.

De evangelist Johannes heeft het criterium gevonden waarop kan worden onderscheiden: het is het leven van Jezus zelf. We horen via zijn getuigenis Jezus zeggen: Ik ben de Goede Herder.

 

Misschien is het zo, dat dit woord “Ik ben” weerstand oproept, omdat er sprake lijkt te zijn van een sterke ik-gerichtheid, een overmatig zelfbewustzijn, een arrogantie. Ook zeker in zijn verwijzing naar de Godsnaam “Ik ben” kan het zelfs worden uitgelegd als een godslastering. En zo is het door de religieuze leiders van het volk ook uitgelegd, alsof Jezus zich gelijk zou stellen aan God. Zo hebben zij Jezus gezien.

De evangelist Johannes aarzelt echter niet om op geheel tegengestelde wijze het leven van Jezus te verwerken. Hij heeft het tegendeel afgelezen. Hij ziet Jezus als een goede herder, die zijn ik, zijn hele leven juist heeft gegeven omwille van zijn schapen. Hij bleef gericht op wat hij zag als zijn opdracht: zorg te dragen voor mensen die zijn als schapen zonder herder. Dat was waardoor hij werd bewogen. Ook toen de wolven kwamen, toen ook zijn eigen leven werd bedreigd, viel hij niet in zijn eigen ik terug. Johannes tekent Jezus niet als mens die zich gelijkstelt aan God, het toppunt van arrogantie, maar als mens die uit God vóór de mens heeft geleefd. Hij ziet Jezus als een volkomen vrij mens, vrij om zich te geven, vrij om zijn leven prijs te geven.

 

Het moet een onvoorstelbare bevrijdende ervaring voor Johannes en zijn gemeente zijn geweest, om zo het leven van Jezus en zijn gewelddadige dood te verwerken dat hij niet als willoos slachtoffer ten onder is gegaan, maar juist als een mens die zijn vrijheid behield door te blijven uitstaan naar God en de mens, en zo de liefde bewaarde. Zo heeft de evangelist Johannes het leven van Jezus verwerkt. Zo is Hij in hem opgestaan.

Verrijzenisverwerking! Ja! En er is meer.

 

En dat brengt mij bij wat we vandaag bij de Handelingen hebben gelezen.

Daar horen we hoe de leerlingen het leven van Jezus hebben verwerkt.

In de verrijzenisverhalen vlak na de dood van Jezus horen we vaak over hun angst, hun verbijstering, hun twijfel en hun grote verwondering dat hij in hun midden is.

Ze zijn een hele weg gegaan, want nu horen wij, terwijl zij gevangen gezet zijn en worden verhoord, dat ze juist allesbehalve angstig, maar in grote vrijheid spreken, een zelfde vrijheid die Jezus kenmerkte. We horen hoe zij genezend rond gaan. We horen hen vertellen dat zij dat niet uit eigen kracht doen, maar in de naam van Jezus. We horen hen getuigen dat de ontmoeting met Jezus hen heeft gered. En onder het woord ‘gered’ versta ik altijd: verlost, bevrijd uit jezelf als centrum van je leven: tegelijkertijd vrij én verbonden.

 

Hier heeft het leven van Jezus een vervolg gekregen. Hier in de Handelingen is het leven van Jezus zo verwerkt dat Hij in het leven van de leerlingen zelf wordt verwerkelijkt. Dat is verrijzenisverwerking.

Verrijzenisverwerking heeft alles te maken met verwerkelijken.

 

En dat geldt ook nu, 2000 jaar later: kerk zijn, gemeenschap vormen met het oog op verrijzenisverwerking. Dat is zo leven dat het leven van Jezus wordt verwerkelijkt en zo God wordt geëerd. Hoe?

Juist als we bang zijn dat het op niets uitloopt, bang dat we uiteen worden gedreven, de verschillen niet kunnen leven, maar aan de verdeeldheid ten onder gaan, als we missen wat er ooit was, juist dan gaat het erom ons bijeen te laten brengen.

Dit vraagt dat wij ons te binnen brengen wie en wat ons ertoe bracht gemeenschap te vormen in zijn Naam, hoe ieder van ons daardoor is vrij gemaakt en verbonden. We moeten ons die bewogenheid weer te binnen brengen. Dan kan teveel uiterlijke plicht worden tot een inzet die komt van binnenuit, een vrij geven. Een vrij geven met hart en ziel. Een vrij geven, dat zo geënt wordt op de bewogenheid van Jezus. Waar dat gebeurt, gebeurt iets van verrijzenisverwerking.