|
Preken: Johannes
12, 20 - 33
Door
Hinnêni
Peltenburg, gehouden op
29 maart 2009
De kunst van het
loslaten kun je inoefenen, maar dat is dan allemaal nog eigen werk.
Ik geloof dat het meer betekent zoals Meister Eckhardt het durft te
zeggen: val in je Oergrond en rust in Hem; word in Hem… Leef niet
tegen het leven in: want wat je vasthoudt zet zich in je vast
Wat is het nieuwe aan het verbond?
Gisteren leerde ik op de studiedag bij de Jezuïeten in
Drongen, dat ik inclusief moet denken: iedere christen is deel van
het Lichaam van Christus. Er is in Christus een nieuwe verwantschap
ontstaan… het onzichtbare volk door God bijeengeroepen om getuigenis
af te leggen van zijn Verbond. De nieuwe kansen, zegt de Enige,
liggen in jullie zelf: liefde als wederzijdse betrokkenheid met het
oog op het welzijn van de ander, dat is verbond. Ik zal hun God zijn
en zij zullen mijn volk zijn. Hoe groot is Gods barmhartigheid. Dit
is het eigene, het nieuwe van het christendom: vergeving en
barmhartigheid… Niet van buitenaf, maar van binnenuit kan het
richtinggevende woord van de Torah tot vreugde, verantwoordelijkheid
en leven leiden.
Wat zegt Jezus en is dat te verenigen met de woorden van
Jeremia? Uit alles wat Jezus hier zegt blijkt dat zijn roeping Hem
voor ogen staat. Hij beseft zijn leven af te zullen gaan leggen,
door het stervensproces, maar dat de Enige Hem niet los laat. Ik
zie, met Johannes, dat Jezus niet tegen het leven in leeft. Hij
neemt zichzelf waar: Mijn ziel is ontsteld… Zijn angst
overwint Hij met een grenzeloos, door bloed, zweet, en tranen
bevochten vertrouwen: en Hij plaatst zich in relatie tot de Vader:Vader,
redt mij uit dit uur! Jezus leeft niet tegen het leven in.
Aan jou en aan mij houdt Hij dezelfde weg voor, tenminste als
je met de vraag komt om Jezus te mogen zien. Zien betekent in de
Bijbel altijd: leren kennen en liefhebben. Wil je eigenlijk wel dat
Hij jou naar zich toehaalt? Ben ik dan nog wel vrij, mag ik dan nog
zelf beslissen…?
Wil ik wel dat er een verbond in mijn hart wordt gegrift?
Vandaag spreekt Jezus ook dat woord van een graankorrel die
moet sterven… Het is niet alleen een totale onthechting van eigen
leven in het hier en nu, maar een sterven van dit lichamelijke leven
met het oog op het kunnen voortleven in de Enige. Het is een totale
om-vorming, een nieuw verbond in en met je diepste wezen. Zoals
Paulus zegt:
Wat je zelf zaait moet eerst sterven voor het tot leven komt,
en wat je zaait is maar een korrel en het heeft nog niet de vorm die het
zal krijgen.
De Enige geeft er een vorm aan zoals Hij het heeft gewild. 1 Kor 15, 36
De kunst van het loslaten kun je inoefenen, maar dat is dan
allemaal nog eigen werk. Ik geloof dat het meer betekent zoals
Meister Eckhardt het durft te zeggen: val in je Oergrond en rust in
Hem; word in Hem… Leef niet tegen het leven in: want wat je
vasthoudt zet zich in je vast.
Soms gebeurt dit tijdens de lessen die ik hier geef: word
stil en luister naar je levensadem; je hartslag, wat verraadt die?
Luister goed en kijk liefdevol naar jezelf. Neem waar hoe je nu
bent…. Verander daar zelf nu niet meteen iets aan. En dan merk je
dat door deze bewustwording een verandering optreedt, die jij en ik
niet zelf met eigen wil en ingrijpen bewerkstelligen. Door de greep
op jezelf los te laten gebeurt het aan je: heel subtiel en heel
dankbaar, heel kwetsbaar en ontroerend verander je in je Oergrond,
en durf je ook het gebed van Ignatius mee te bidden voor jezelf,
maar ook alsof hier Jezus zelf aan het woord is:
Vader, Jij die mij het leven mogelijk maakt/ik wil uit handen geven en
jou terug geven mijn leven:/mijn angst en mijn verkramptheid,/maar
ook mijn op adem komen,/de ruimte die jij me geeft om te
leven./Nooit zal ik vergeten wanneer en waar jij mij hebt
geraakt./Vader, geef dat ik ja zeg en ja doe op jouw
uitnodiging./Alles wat er in mij is heb ik van jou gekregen/en ik
wil ermee omgaan in jouw geest./Jij hebt mij zo gemaakt en zo wil ik
naar jou terug./Ik ben in jouw hand./Laat toch jouw genegenheid mij
tot bemoediging wezen/en laat jouw vertedering mij overkomen./Meer
vraag ik niet.
|