Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes
3, 14 - 21

Door Koos van Etten, gehouden op 22 maart 2009

 

God zien oplichten in het kruis van Jezus

 

Vorige week dinsdag waren we met een aantal mensen in de parochiekerk Het Hof hier in Bergeijk voor een Taizé-viering in verband met het 450-jarig bestaan van het bisdom Den Bosch. Er waren veel Taizé-liederen, maar wat opviel was dat er midden onder ons een levensgroot kruis stond. Er werd niets over het kruis toegelicht, er werd alleen over gemediteerd. Dat was eenvoudig, maar ook krachtig. Het kruis van Jezus staat immers zo centraal in onze geloofsbeleving: als symbool van het verdriet dat ons kan overkomen of de pijn van onze gebrokenheid, maar ook als symbool van een geestkracht in mensen en van Gods wijsheid.

Deze paradox van het kruis staat ook centraal in de lezingen van vandaag. De eerste lezing vertelt de geschiedenis van een volk: eerst de neergang van het joodse volk dat weggevoerd werd in ballingschap. Dat was voor die mensen een echte geloofscrisis: zij ervaarden zich door God, de Heer, volkomen verlaten. Ze moesten door een diep dal heengaan. Maar gelukkig was er ook een opgang, want na twee generaties mochten zij weer terugkeren naar hun eigen land. Enkele krachtige mensen hadden de hoop niet verloren en brachten een nieuwe beweging op gang.

In het evangelie wordt onze aandacht gericht op het kruis van Jezus. Zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, zo moet ook de Mensenzoon omhoog geheven worden, staat er. De slang uit het boek Numeri is het symbool van het kwaad: het volk begon namelijk te morren tegen Mozes en tegen God. Toen stuurde de Heer giftige slangen op hen af die hen beten, waardoor zij stierven. Daarop bad Mozes en de Heer zei hem: ‘Maak een slang en zet die op een paal, en iedereen die ernaar opkijkt, zal in leven blijven.’ De slang als symbool van het kwaad werd dus uiteindelijk symbool van hun redding.

Zoals die slang is ook het kruis van Jezus. Jezus is als een misdadiger gekruisigd, door zijn eigen volk verworpen en uit de weg geruimd. Een meer verschrikkelijke dood in die tijd kun je je niet voorstellen.

Voor de leerlingen moet de dood van Jezus afschuwelijk geweest zijn: het was voor hen een echte geloofscrisis, door een diep dal heengaan. Het beeld dat zij hadden van Jezus, als deze man Gods, als messias, was totaal anders dan wat zij hoorden en zagen. Hij ging de weg van het lijden. Maar bovendien werd hij gedood op het kruis: onverteerbaar. Pas later zijn zij gaan inzien, wat een diepte hierin aan het licht gekomen is. Jezus die zij gekend hadden en als leerling waren achterna gegaan, was trouw gebleven aan de belofte, zo hebben zij leren zien. Hij was de weg van de liefde ten einde toe gegaan en had de hoop niet verloren. Daarom heeft God hem verhoogd, opgeheven, zoals Johannes hier zegt, opdat al wie in hem gelooft, duurzaam leven heeft. Het kruis wordt zo symbool van redding.

 

Geloofscrisis? Crisis? We horen het woord iedere dag. Ik wens die crisis niemand toe. Maar als we eerlijk zijn, ervaren we die wel bij tijd en wijle. In zo’n crisis wordt ons gevraagd een keuze te doen: óf helemaal in het niet wegzinken en alle hoop verliezen, óf ons toevertrouwen en trouw blijven aan de belofte. Crisis: voor onze ervaring lijkt de grond onder onze voeten weg te vallen, maar het is ook een kans op nieuw leven. Het volk van Israël is uit de ballingschap teruggekeerd met een geweldig nieuw élan en geestkracht. De leerlingen hebben in het kruis van Jezus een geestkracht gezien, ja nog meer: de openbaring van Gods liefde. Voor veel joden was het kruis een ergernis, voor heidenen een dwaasheid, maar voor ons, christenen, Gods kracht en Gods wijsheid.

 

Wat vraagt het evangelie nu concreet van ons? 1) Dat wij opkijken naar Jezus op het kruis d.w.z. dat we het kwaad in onze wereld en het kwaad in onszelf durven aankijken, er niet van wegvluchten. Dat wijzelf in het licht komen, opdat de waarheid aan het licht komt. Laat ik eerlijk zijn, als mens ben ik geneigd juist weg te kruipen en liever in het duister te blijven. Het vraagt dus moed en geestkracht om juist het tegenovergestelde te doen: in het licht te komen. 2) Het kwaad aankijken kunnen we pas, als we ons durven toevertrouwen aan Jezus of aan iemand in zijn Naam. Hem toelaten betekent in feite: ons in onze gebrokenheid laten aanraken, zodat we geheeld worden, genezen. 3) Blijft over de vraag, waarom we naar Jezus toe zouden gaan. Omdat, zegt Johannes, in deze mens op het kruis het gezicht van God doorkomt. Want zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat hij zijn eniggeboren zoon geschonken heeft. Gods kwetsbare liefde licht op in deze mens, Jezus, op het kruis. Dat is nog het meest verwonderlijke, vind ik, het meest diepe geheim van ons geloof.