|
Preken: Johannes
1, 35 - 42
Door Leonie van
Straaten, gehouden op
18 januari 2009
Bidden om een
zoekende, lerende levenshouding, opdat God op ons kan bouwen en wij
het Licht brandend houden in onze tijd
Enkele jaren geleden sprak ik in de
week van gebed voor de eenheid mijn zorg uit over de toekomst van
deze zoektocht in de oecumene. Een oudere, wijze mens zei me toen:
“De tijd en de geest zullen het werk doen.” Die woorden raakten me.
Afgelopen week kwam ik hem na lange tijd weer tegen en ik vertelde
dat ik nog steeds met zijn woorden leef. Hij moest lachen en zei me:
“Ja, dat is heel goed, maar ik vind wel dat die geest zich moeilijk
laat vinden…” Nog is de lamp van God niet gedoofd, maar het vraagt
veel van een mens, om het licht te blijven zien en brandend te
houden.
Het vraagt om te leven met het
vertrouwen van profeten, dat God wacht op een mens, in wie zijn
woord geboren kan worden, zoals we vorige week van Tineke hoorden.
Dat woord komt in de nacht, in de crisis – in een open hart. Goddank
was er zo’n mens, Jezus, de Christus. Dit woord keert niet
onvruchtbaar terug naar zijn Schepper. Het is gezaaid in de
mensengeschiedenis.
In het verlengde van Kerstmis, het
feest van Openbaring en van de Doop van de Heer krijgen we deze
verhalen uit de Schrift, om te zoeken naar sporen van openbaring.
Vandaag horen we het getuigenis van
Johannes, waarin duidelijk wordt dat niet hij de Messias is, omdat
hij aanwijst wie wel de Messias is. Johannes schrijft zijn boodschap
in een tijd dat veel van het gangbare religieuze leven is
afgebrokkeld, dat de rituelen niet of nauwelijks nog authentieke
betekenis hadden. Hij moet zelf een diepe troost gevonden hebben in
het leven van Jezus zoals hij er op terugkijkt. Hij wil de betekenis
daarvan openvouwen, voor leerlingen, voor allen die zich willen
bekeren en geloven dat verandering mogelijk is.
Johannes had eigen leerlingen en
twee daarvan zet hij op het spoor van Jezus:
‘Daar, niet hier.; Hij, niet ik.
Het maakt altijd weer diepe indruk
op mij en ik vind het ontroerend, dat een mens zo goed zijn eigen
opdracht kent, dat hij kan doorverwijzen naar de ander. Dat komen we
niet vaak tegen. Meestal zetten we onszelf centraal. Johannes staat
duidelijk in de lange traditie van profeten die een nieuwe tijd
aankondigen.
Blijkbaar heeft hij zijn leerlingen
goed voorbereid, dat ze op zijn woord Jezus volgen. Volgen betekent
bij Johannes meer dan ‘achterna gaan’. Jezus zal immers zeggen: wie
mij volgt, zal wandelen in het Licht. Zo staat het volgen van Jezus
in verband met de bron van zijn bestaan: wie wandelt in het Licht,
wandelt met God.
Jezus vraagt hen wat zij
zoeken. In de loop van het evangelie zal de vraag worden toegespitst
naar wie zij zoeken. Zoeken is één van de
sleutelwoorden. Jarenlange levenservaring, om te leren zien, om te
kunnen vinden waar God gebeurt en in wie. Eerst moet een mens weten
wát hij verlangt, ten diepste zoekt. Als dit bewust geworden is, kan
een mens herkennen door wíe en met wíe dit verlangen te realiseren
zal zijn. Dan groeit er een nieuw verbond, waarin mensen inzetten op
dat ene visioen: leven in waarheid, gerechtigheid en liefde.
In het evangelie is sprake van
verdichte levenservaring. Deze leerlingen weten binnen 24 uur: wij
hebben de Messias gevonden! Hij is het antwoord op hun zoektocht,
die door het getuigenis van Johannes is begonnen. Dat is heel
bijzonder, omdat de Messias die zij verwachten zeker niets van een
lam had. Ze verwachten immers een sterke leider die de uiteindelijke
vrede brengt. Die leider is er niet, tot op vandaag. Zij verstaan
blijkbaar wel iets in dat woord van Johannes: het lam van God. Dit
kwetsbare, weerloze nieuwe begin van leven, dat vanaf het begin ook
gedoemd was om geslacht te worden, daarin gebeurt Gods liefde, dwars
door alles heen.
Hoe herkennen zij Hem? Zij bleven
bij Hem tot het 10e uur, ook in de avond. Daarna vonden
zij. Blijven is ook een sleutelwoord. De vraag naar Jezus’
verblijf is de vraag naar zijn relatie met God. In deze aardse mens,
in zijn leven, sterven en verrijzen, wordt zichtbaar dat zijn wezen
in God verblijft. En wie op zijn beurt bij Jezus blijft, opent zich
om de werking van God in zijn leven te aanvaarden.
Toch kan een mens ook verslijten in
dit verblijven. Het is wel degelijk een risico. De oude Eli was wel
in het heiligdom, maar had zijn ogen gesloten. Pure onmacht. De
verhalen hieraan vooraf maken heel duidelijk dat hij geen toekomst
meer ziet.
Maar God wacht. Hij zal aanhoudend
roepen, zoals bij Samuël, tot hij herkend wordt en er iemand zegt:
Spreek, uw dienaar luistert. In die ontmoeting ontvangt een mens
zijn bestemming van Godswege en wordt het lichtspoor helder. God is
met hem, met de mens die luistert. Dat is nodig, want zo’n mens
krijgt altijd veel te dragen. Het is de mens die luistert naar zijn
nieuwe naam: ‘Rots, op jou, met jou zal ik bouwen.’
Er is zeker nog veel wat ik niet
versta. In de Schrift én in het leven van de wereld, de kerk, onze
eigen gemeenschap. Ik oefen me om daarin open te blijven. Ik weet
dat ik niet de enige ben die zoekt naar sporen die richting geven.
Naar leven dat waar is. Kan ik de tijd en de Geest het werk laten
doen? Werkend aan deze preek groeide het gebed in mij, dat wij sámen
blijven luisteren, als we de roep niet – nog niet – verstaan. Hier,
of daar waar u woont: twee of drie in zijn Naam is voldoende. En dat
we vertrouwen dat we in deze luisterende, zoekende en lerende
levenshouding de Messias vinden. Dat we voorbereid zijn om Gods
vraag aan ons te verstaan. Opdat Hij op ons kan bouwen, en wij zijn
lamp in onze wereld brandend houden. |