|
|
Preken: Johannes 17, 1 + 4 - 5 / 3, 13 - 17 / 17, 6 - 8
Door
Hinnêni Peltenburg, gehouden op 14
september 2008
De
aarde is de planeet waarop het Kruis staat, waar de liefde zich
heeft gemanifesteerd en zich steeds verder kan ontwikkelen
Je
zult maar voor het Beloofde Land staan, zoals we zojuist hebben
gehoord en overvallen worden door een hevige angst voor de toekomst,
voor dat onbekende, nog niet betreden Beloofde Land. Weg is je
geloof waardoor je gaande bleef en weg is je vertrouwen dat jou
onderweg overeind hield. Wanneer je omkijkt, zie je de situatie die
je achter je hebt gelaten
en
die lijkt altijd beter dan de onbekende toekomst waar je nu voor
staat. Je moet toch iemand de schuld geven: ‘Waarom en waartoe zijn
wij op weg, Mozes? Is die God met zijn belofte wel in ons midden of
gaan we eraan?’ Dodelijk gebeten komt een volk tot inzicht en tot
omkeer.
Omkeren: dat doet de Enige ook met zijn volk: Hij laat het omkeren,
terug de woestijn in, totdat het dodelijke gif van ongeloof en
ontrouw is uitgewerkt, want zonder trouw aan het verbond en
vertrouwen in de Enige kun je het beloofde land niet binnengaan. Die
slangen halen ons af van onze bestemming, van onze roeping, als wij
het dodelijke onder ons niet in de ogen durven zien. Waar zijn wij
mee bezig: met de belofte, met het verbond? Die slangen die daar
voor ons over de aarde in het stof kruipen, moeten wij aankijken:
wij moeten onszelf, ons leven, de mensengeschiedenis aankijken. Diep
door het stof gaan… en dan de aarde met alles wat daarop is en ons
hele leven optillen, opheffen; onszelf naar de Enige uitstrekken,
als op een kruis geplant op de aarde; onszelf, ons lijden, het gif,
het verdriet, de onvrede, de massamoorden, de oorlogen… alles Hem
aanbieden, opdat wij Hem bereiken en de Allerhoogste ons kan
ontmoeten in die ruimte tussen hemel en aarde…
In het evangelie
staat dit geschreven: wie niet helemaal is ingegaan in de materie
zoals Jezus Christus, wie niet door het lijden en het kwaad, tot in
de dood is afgedaald en als een graankorrel in de aarde is
gestorven, zal niet beleven wat verheerlijking is, wat een verrezene
is, wat het Beloofde Land is, eeuwig leven. Wie niet eigen schuld en
de schuld van onze voorvaderen op zich wil nemen en er niet aan
werkt om de vicieuze cirkel te doorbreken, zal schuld en lijden
vermeerderen; waar de toenadering tussen mensen stokt, blijft
vergeving en vrijspreken uit. De geschiedenis zal zich blijven
herhalen, ten dode toe.
Echter, zozeer
heeft onze God zijn liefde laten zien… Christus heeft het kleed van
de aarde, van het mens-zijn aangetrokken. Hij is afgedaald tot in
onze diepste miserie; onze dood heeft Hij ondergaan. O, tedere,
vasthoudende liefde van onze Vader van Christus Jezus. Zozeer hebt U
de wereld liefgehad. Zozeer bent U naar ons toegekomen, U hebt ons
aangekeken met alles wat wij zijn. U hebt ons uit het stof getild,
óns van ons kruis afgenomen en ons doen opstaan. Wat voor ons
onmogelijk is, hebt U aan ons gedaan. Wat mag dan ons antwoord zijn?
De
aarde is de planeet waarop het Kruis staat, waar de liefde zich
heeft gemanifesteerd en zich steeds verder kan ontwikkelen. Het is
de opgave van het christendom, van iedere christen, om de impuls van
broederschap, die al vanaf het begin in de schepping is
ingeschreven, aan alle mensen bij te brengen, ernaar te leven en
zelf uit te stralen.
|