Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 17, 20 - 27

Door Tineke Renkema

Christelijk leven is een leven in relatie, met God en elkaar

Welkom op deze 7de zondag na Pasen. Nog 7 dagen en dan vieren we Pinksteren, het feest van de bezieling, van gedreven zijn, van onderweg gaan.
Welkom aan ieder die hier komt voor deze viering. Welkom ook aan ieder van ons die de afgelopen dagen mee hebben gedaan aan de bezinningsdagen van onze gemeenschap.
Voordat ik daarover iets vertel en verbinding wil zoeken met wat ons in de Schrift wordt aangereikt, wil ik hier nu ook speciaal de naam van Piet Heldens noemen.

Piet, vandaag neem je afscheid van ons om te gaan naar het Berchmanianum, een kloosterbejaardenoord van de Jezuïeten. Je gaat daarmee in op een vraag die jou is gesteld. Ik heb begrepen dat deze beweging door jou wordt beleefd als goed, maar niet alleen goed voor jou zelf, maar ook goed voor je medebroeders met wie je zo solidair bent.
Zo ga je geen andere weg, dan door jou al die jaren in deze gemeenschap is geleefd: een weg met en voor anderen. Hier waren het de kinderen, daar zijn het je medebroeders.
Namens vele mensen, Piet, mag ik je bedanken voor alles wat je deed, wat je aan onze kinderen deed met alle hartstocht die je in je had. Zo maakte je Christelijk leven concreet.
En onder die noemer spraken wij de afgelopen dagen met elkaar. Een vernieuwde, steeds meer open gemeenschap, dat was de onderliggende toon van de jaarverslagen en toekomstplannen van de verschillende werkgroepen. Zo wordt alles wat wij zelf aan studie en vorming ontvangen, ook meer en meer beschikbaar voor gasten. Zo wordt de vernieuwde gastvrijheid door meer mensen en door meer mensen samen gedragen, een gastvrijheid die we zelf ook nodig hebben.

De werkgroep liturgie sloot een langere periode af, waarin intens gezocht werd naar een nieuw fundament. Er is de afgelopen jaren grondig nagedacht over inhoud en vormgeving van onze liturgie, waaronder het inrichten van een liturgisch centrum, een centrum dat stilte, eerbied en concentratie oproept. We zijn dankbaar en kijken verlangend uit naar het nieuwe liturgisch meubilair. Dankbaar om die steeds zoekende beweging naar een liturgie die ons geloof en leven draagt.

Christelijk leven concreet maken, betekent ook, dat wij luisteren, gezag geven, volgen: Hem en elkaar. Maar hoe werkt dat concreet in de dagelijkse dag. Naar wie of wat luisteren we eigenlijk, wie geven wij gezag, hoe geven wij gehoor?
Weet ik eigenlijk wel wat gehoorzaamheid inhoudt? Gemeenschap als oefenplaats om bevrijd te worden uit mijn opgesloten zijn in mijzelf, mijn ik-gerichtheid, om in relatie te treden, mens zoals geroepen, bedoeld en daarop te mogen worden aangesproken.
Ja, we mogen elkaar bevragen, als wij gemeenschap willen zijn omwille van Zijn Naam. Met het omwille van wie en omwille van wat voor ogen, willen we ons daarin oefenen en stappen zetten.
We hebben daarbij ook nagedacht over hoe wij de verschillende wijzen van engagement een nieuwe vorm en inhoud kunnen geven. Gemeenschap vormen in Zijn Naam kan niet zonder liefde. Maar liefde houdt het niet zonder engagement, zonder inzet, zonder discipline. Het gaat erom te leren doen wat we zeggen. Liefde gaat vooraf, maar ook geldt: Door inzet heen groeit de liefde.

Christelijk leven: Een leven in relatie, met God en elkaar. In de evangelielezing van vandaag, laat Jezus in het slot van zijn afscheidsgebed op een volkomen manier zien wat dit betekent: Tegelijkertijd helemaal bij zichzelf en helemaal toegewend naar die a(A)nder.
We horen hem bidden over die grote liefde die God hem heeft toegedragen. Dat is de grond. Zijn gebed is een vurig, hartstochtelijk smeken dat er toch een doorgaande beweging van die liefde mag zijn, vanuit de Vader naar de Zoon, van de Zoon naar de leerlingen, van de leerlingen naar elkaar. En zoals wij hier nu zitten, worden wij, in deze beweging opgenomen. Een doorgaande beweging van eenwording. Eenwording die juist het anders-zijn van de ander behoedt. Eenheid die de ander niet tot ‘hetzelfde’ reduceert. Eenheid die niet te maken valt, maar echt alleen maar mogelijk is waar we ruimte scheppen voor de Derde: ‘Ja, Gij zijt God tussen ons in’. Ruimte voor die concrete ander, vreemde, gast en vriend. Altijd ruimte voor die d(D)erde tussen het ik en het jij, tussen het ik en het wij. Zo wordt gemeenschap gesticht, zo wordt eenheid mogelijk.

Ik kan niet anders, er is niets beters na al die dagen van gesprek dan om, wanneer het evangelie wordt gelezen, aan u te vragen dit gebed van Jezus stil en eerbiedig, meebiddend te beluisteren – om het te kunnen horen als werd het vandaag gesproken, als waren wij daarbij.
Als we zo toeleven naar Pinksteren, dan kunnen we uitzien naar het komen van de Geest, opdat we bezielde mensen mogen worden, niet eerder rustend totdat we samen zijn, een zijn, gemeenschap in Zijn Naam.