|
|
Preken: Johannes 17, 20 - 27
Door Tineke Renkema
Christelijk leven is een leven in relatie, met
God en elkaar
Welkom op deze 7de
zondag na Pasen. Nog 7 dagen en dan vieren we Pinksteren, het feest
van de bezieling, van gedreven zijn, van onderweg gaan.
Welkom aan ieder die hier komt voor deze viering. Welkom ook aan
ieder van ons die de afgelopen dagen mee hebben gedaan aan de
bezinningsdagen van onze gemeenschap.
Voordat ik daarover iets vertel en verbinding wil zoeken met wat ons
in de Schrift wordt aangereikt, wil ik hier nu ook speciaal de naam
van Piet Heldens noemen.
Piet, vandaag neem
je afscheid van ons om te gaan naar het Berchmanianum, een
kloosterbejaardenoord van de Jezuïeten. Je gaat daarmee in op een
vraag die jou is gesteld. Ik heb begrepen dat deze beweging door jou
wordt beleefd als goed, maar niet alleen goed voor jou zelf, maar
ook goed voor je medebroeders met wie je zo solidair bent.
Zo ga je geen andere weg, dan door jou al die jaren in deze
gemeenschap is geleefd: een weg met en voor anderen. Hier waren het
de kinderen, daar zijn het je medebroeders.
Namens vele mensen, Piet, mag ik je bedanken voor alles wat je deed,
wat je aan onze kinderen deed met alle hartstocht die je in je had.
Zo maakte je Christelijk leven concreet.
En onder die noemer spraken wij de afgelopen dagen met elkaar. Een
vernieuwde, steeds meer open gemeenschap, dat was de onderliggende
toon van de jaarverslagen en toekomstplannen van de verschillende
werkgroepen. Zo wordt alles wat wij zelf aan studie en vorming
ontvangen, ook meer en meer beschikbaar voor gasten. Zo wordt de
vernieuwde gastvrijheid door meer mensen en door meer mensen samen
gedragen, een gastvrijheid die we zelf ook nodig hebben.
De werkgroep liturgie sloot een langere periode
af, waarin intens gezocht werd naar een nieuw fundament. Er is de
afgelopen jaren grondig nagedacht over inhoud en vormgeving van onze
liturgie, waaronder het inrichten van een liturgisch centrum, een
centrum dat stilte, eerbied en concentratie oproept. We zijn
dankbaar en kijken verlangend uit naar het nieuwe liturgisch
meubilair. Dankbaar om die steeds zoekende beweging naar een
liturgie die ons geloof en leven draagt.
Christelijk leven
concreet maken, betekent ook, dat wij luisteren, gezag geven,
volgen: Hem en elkaar. Maar hoe werkt dat concreet in de dagelijkse
dag. Naar wie of wat luisteren we eigenlijk, wie geven wij gezag,
hoe geven wij gehoor?
Weet ik eigenlijk wel wat gehoorzaamheid inhoudt? Gemeenschap als
oefenplaats om bevrijd te worden uit mijn opgesloten zijn in
mijzelf, mijn ik-gerichtheid, om in relatie te treden, mens zoals
geroepen, bedoeld en daarop te mogen worden aangesproken.
Ja, we mogen elkaar bevragen, als wij gemeenschap willen zijn
omwille van Zijn Naam. Met het omwille van wie en omwille van wat
voor ogen, willen we ons daarin oefenen en stappen zetten.
We hebben daarbij ook nagedacht over hoe wij de verschillende wijzen
van engagement een nieuwe vorm en inhoud kunnen geven. Gemeenschap
vormen in Zijn Naam kan niet zonder liefde. Maar liefde houdt het
niet zonder engagement, zonder inzet, zonder discipline. Het gaat
erom te leren doen wat we zeggen. Liefde gaat vooraf, maar ook
geldt: Door inzet heen groeit de liefde.
Christelijk leven:
Een leven in relatie, met God en elkaar. In de evangelielezing van
vandaag, laat Jezus in het slot van zijn afscheidsgebed op een
volkomen manier zien wat dit betekent: Tegelijkertijd helemaal bij
zichzelf en helemaal toegewend naar die a(A)nder.
We horen hem bidden over die grote liefde die God hem heeft
toegedragen. Dat is de grond. Zijn gebed is een vurig,
hartstochtelijk smeken dat er toch een doorgaande beweging van die
liefde mag zijn, vanuit de Vader naar de Zoon, van de Zoon naar de
leerlingen, van de leerlingen naar elkaar. En zoals wij hier nu
zitten, worden wij, in deze beweging opgenomen. Een doorgaande
beweging van eenwording. Eenwording die juist het anders-zijn van de
ander behoedt. Eenheid die de ander niet tot ‘hetzelfde’ reduceert.
Eenheid die niet te maken valt, maar echt alleen maar mogelijk is
waar we ruimte scheppen voor de Derde: ‘Ja, Gij zijt God tussen ons
in’. Ruimte voor die concrete ander, vreemde, gast en vriend. Altijd
ruimte voor die d(D)erde tussen het ik en het jij, tussen het ik en
het wij. Zo wordt gemeenschap gesticht, zo wordt eenheid mogelijk.
Ik kan niet
anders, er is niets beters na al die dagen van gesprek dan om,
wanneer het evangelie wordt gelezen, aan u te vragen dit gebed van
Jezus stil en eerbiedig, meebiddend te beluisteren – om het te
kunnen horen als werd het vandaag gesproken, als waren wij daarbij.
Als we zo toeleven naar Pinksteren, dan kunnen we uitzien naar het
komen van de Geest, opdat we bezielde mensen mogen worden, niet
eerder rustend totdat we samen zijn, een zijn, gemeenschap in Zijn
Naam.
|