|
Preken: Johannes 10, 1 - 11
Door Leonie van Straaten,
gehouden op 17 april 2005
Het gaat om leiderschap: een richtinggevende stem herken je niet van
vandaag op morgen
Een tekst van Johannes, die we niet los kunnen
zien van het vorige hoofdstuk, het verhaal over de blindgeborene. De
blindgeborene die ziende werd, is door leiders van het volk
uitgestoten. Dit gebeuren leidt tot een gesprek tussen Jezus en de
Farizeeën, daar horen we vandaag een gedeelte van. Ik las het als
een verhaal over leiderschap op grond van Paasgeloof.
Allereerst iets over die Farizeeën. Zij begrijpen niet wat Jezus hen
zegt. Toch zijn zij niet per definitie de verkeerde leiders. We
kunnen en mogen hen niet als groep over één kam scheren. Dat in dit
verhaal toch een scherpe tegenstelling tussen de goede herder en de
dief wordt neergezet, kunnen we alleen in de context van Johannes
zelf verstaan: in zijn gemeente moet veel strijd zijn geweest tussen
Joden en Christenen, rond vragen over het ware geloof en de goede
weg naar het heil. Een verwarrend gebeuren dat vraagt om duidelijke
uitspraken. Die horen we dan ook. Juist daarom moeten we oppassen om
ze al te absoluut te nemen.
Wat zegt Jezus in deze versluierde taal over
leiderschap? Het beeld van de herder kennen we uit het O.T. Bij de
profeten Jeremia en Ezechiël wordt gesproken over de herders die
zichzelf weiden en niet omzien naar het volk. Het zijn de koningen
en priesters die eigenmachtig zijn en daarmee God buiten spel
zetten. Ezechiël belooft al dat God één herder zal aanstellen die
het volk bijeen zal brengen en de kwetsbaren beschermen. Een
Messiaanse belofte.
Jezus
treedt binnen in deze beeldspraak: in de gemeente van Johannes wordt
hij zo gezien. Zowel in de tijd van Jezus als in de tijd van
Johannes zijn er leiders die eigenmachtig optreden, zij zijn als
dieven en handelen omwille van zichzelf.
Zo
ook in onze tijd: Wij lezen over de topmanagers die zichzelf
verrijken en de discussie over deze praktijken zegt veel over de
zoektocht naar het goede leiderschap in onze dagen. Het is niet
altijd zo zwart-wit als in dit voorbeeld, de realiteit is meestal
heel complex.
Tegenover de slechte leiders beschrijft Johannes
Jezus dus als een goede herder. Een leider die zorg draagt voor zijn
schapen. Ze volgen hem, omdat ze zijn stem herkennen. Hij is de
herder die zijn leven voor hen geeft: hij is waarachtig in woord en
daad. Hij heeft alles over voor gerechtigheid en vrede, hij zet zijn
leven in op dit visioen. We vierden dit verhaal met Pasen. In deze
tijd tussen Pasen en Pinksteren zoeken we naar de betekenis hiervan
voor ons eigen leven. Hem herkennen in je midden, die ene stem, die
een weg wijst naar verbond, naar leven in overvloed voor iedere
mens. Dit is geen glad verhaal, want de paradox van de kruisiging
blijft onderdeel van ons paasgeloof. Wat vraagt dit paasgeloof van
ons? Zijn wij in staat ons leven in te zetten op deze droom van
leven in overvloed? Als dit niet zo was zouden we hier niet zitten.
Maar ook als ik dit positief beantwoord, dan denk ik nog dat dit
veel van ons vraagt: dat we het niet af laten weten in het dagelijks
leven, ook als die overvloed niet altijd zo duidelijk is, ook in de
paradoxen. Het vraagt van ons dat we ons laten leiden, maar dan moet
er wel wat te horen zijn.
Een richtinggevende stem herken je meestal niet
van vandaag op morgen. Het kost tijd en levenservaring om die stem
te leren verstaan, tijd van onderscheiding. Onderscheidend lijkt
mij, of een stem het leven naar zijn hand zet, zich het leven
toeeigent, dan wel dat iemand spreekt omwille van heil, en er ook
zelf naar handelt, er iets voor over heeft.
Gemeenschap, kerk, ecclesia: we zijn bijeengeroepen en moeten
gaandeweg ontdekken wat gehoorzaamheid inhoudt. Het is zeker niet je
eigenheid weggeven of verliezen, maar gehoorzaamheid vraagt invoegen
om verbonden te kunnen raken. Gemeenschap staat niet tegenover
eigenbelang, dit is een valse tegenstelling. Het is niet zwart wit,
het is wel complex. Juist daarom vraagt het onderscheiding, om de
goede keuzes te maken.
Het
beeld van de schapen is voor mij nog een aanvulling van belang. Ik
zie in dit beeld niet de kudde als een hechte gemeenschap. En een
christen is ook geen mak schaap: geloven in gerechtigheid impliceert
toch dat we protesteren tegen onrecht. Ook of juist als dit in eigen
huis gebeurt zal ik moeten opkomen voor het belang van mijn naaste,
of voor het belang van gemeenschap. Het beeld van de schapen tekent
vooral de kwetsbaarheid van dit bestaan: het is niet zonder risico
je stem te verheffen en op te komen voor kwaliteit van leven. Jezus
zelf is hiervan het duidelijkste voorbeeld. Opkomen voor de
kwetsbare maakt jezelf kwetsbaar.
Jezus
zelf is hier het beste voorbeeld van.
Mogen de tekenen van zijn leven - brood en wijn -
ons dan ook bemoedigen, opdat we open staan voor wat het paasgeloof
concreet van ieder van ons vraagt in het dagelijks leven. □
Wat goed leiderschap is, zullen we gaandeweg
ontdekken door nauwlettend te onderscheiden waar het leven wordt
toegeëigend en waar een weg naar heil wordt gewezen èn wordt gedaan.
|