|
|
Preken: Johannes 14, 23 - 29
Door Leonie van Straaten
Wat een geluk – voor ons en voor de wereld –
als Jezus’ vrede in ons leeft
Jezus bereidt zijn
leerlingen voor op de tijd dat hij is heengegaan. Deze woorden uit
de afscheidsrede zijn woorden van troost en bemoediging.
In het verhaal van Handelingen horen we hoe de eerste christenen,
Joden en heidenen, hun weg zoeken zonder die concrete aanwezigheid
van Jezus.
Een verhaal vóór zijn heengaan en een verhaal ná zijn heengaan.
Beide verhalen versterken in mij een vraag die toch al in me leefde:
Zijn wij mensen wel in staat om de vrede die Jezus ons nalaat op te
nemen en van daaruit te handelen?
Een vraag die opgeroepen wordt in het dagelijkse leven dichtbij en
veraf. Dichtbij loop ik regelmatig tegen de vreemdheid aan van de
naaste, de liefste, de collega, de leefgenoot. Een vreemdheid die
verrast, soms onvrede en onmacht oproept. Van veraf worden we door
beelden geconfronteerd hoe mensen door wellust en macht over leven
en dood iedere menselijkheid lijken te verliezen. Het
tegenovergestelde van vrede wordt gewekt en het is moeilijk om niet
te snel te oordelen en te veroordelen.
Als wij dan met Pasen en in deze weken tussen Pasen en Pinksteren
onze vreugde uitzingen dat wij mensen van in den beginne zijn, naar
zijn beeld en gelijkenis – wat vraagt het dan van ons om de vrede
die Jezus ons naliet in ons eigen leven en in deze wereld op te
nemen? Wat vertellen de verhalen vandaag hierover?
In het verhaal van
Handelingen belanden we midden in een groot vraagstuk. De
besnijdenis was voor de Joden het teken van verbond; het is heel
begrijpelijk dat er problemen ontstaan rond dit teken nu er
niet-joden met hen mee willen gaan. En dan lees je in hoofdstuk 15
hoe zij met dit probleem, een heel concreet en indringend probleem,
omgaan. Er dreigt uitsluiting en er dreigt verlies van de wet zoals
die tot nu toe nageleefd werd. Het loopt hoog op. Ter plaatse komen
ze er niet uit. Wat we dan horen is enerzijds een grondig
onderscheidingsproces, waarin enkelen voorgaan, en anderzijds ook
een proces van beeld, oordeels en besluitvorming waarin álle
betrokkenen gehoord en gekend worden. Een prachtig voorbeeld van
kerk, gemeenschapsopbouw.
Inhoudelijk komt het besluit heel dicht bij mijn vraag naar de
betekenis van Jezus’ vrede: De apostelen en de oudsten groeten als
broeders de broeders uit de heidenen.
De vreemde groeten als broeder is een keuze, een daad die
christelijk leven concreet maakt. Het is een daad die je alleen kunt
stellen als je de vrede hebt opgenomen, die Jezus heeft nagelaten.
Kunnen wij een vreemde die oprecht met ons op weg wil, als broeder
begroeten? Áls je dit doet, leg de ander dan niet méér lasten op dan
strikt noodzakelijk is. Eerbied voor de eigenheid van de ander zal
de weg naar een nieuwe eenheid wijzen, een eenheid die groeit in het
besef dat heilige Geest meewerkt op deze weg.
En dan de woorden
van Jezus in het evangelie. Als wij de vrede opnemen die Jezus ons
als leerlingen, christenen heeft nagelaten, dan zullen wij de moed
niet verliezen. Dan hoeven we niet langer verontrust te zijn.
De wat mystieke taal van Johannes over de inwoning van God in een
mens, in een gemeenschap, zou de scherpe kantjes van de realiteit af
kunnen halen. Want het staat er zo mooi. Maar de context is wel
degelijk een afscheid. En in die realiteit zijn er slechts twee
mogelijkheden:
We staan in het verbond van God met mensen, of er is geen verbond
van God met mensen. Dit verbond staat of valt met onze liefde voor
Jezus, die ons aanspoort zijn woord ter harte te nemen. Want als wij
ons in liefde aan Jezus verbinden zullen we zijn woord ter harte
nemen. We zullen zijn levensinzet, dat wat hem voor ogen stond, met
onze mogelijkheden voortzetten: verbonden zijn met God als met een
Vader, thuis zijn bij deze God – dit zal ons met grote vreugde
vervullen!
De keuze lijkt bijna gemakkelijk te maken.
Toch roept dit de vraag op: zijn we tot deze liefde in staat, willen
we dat lastige woord wel onderhouden? Of zitten we vast aan
eigenheid, ontplooiing, vrijheid van keuzes, een rustig en
overzichtelijk bestaan? Zo zwart-wit is het uiteraard niet, maar
toch, als het op een wederkerig verbond aankomt, wordt het wel
spannend. Dat maken we concreet mee, als we in deze tijd nadenken
over nieuwe engagementen hier in onze gemeenschap.
We verlangen
ernaar christelijk leven concreet te maken. Als we om ons heen
kijken en de woorden van vandaag horen hebben we eigenlijk geen
keus. Of we in staat zijn om vanuit die andere vrede te leven,
blijft als vraag overeind. Maar we mogen geloven, vertrouwen dat wij
in de afwezigheid van Jezus geholpen worden op onze weg naar vrede
voor iedereen. De Parakleet, de Geest die helpen zal om opgewekt te
leven, wordt ons beloofd. De Vader zal ons die Geest geven, gevraagd
en ongevraagd. Het is de Geest die ons zal onderrichten: hij zal ons
alles in herinnering brengen: de woorden van Jezus die gedaan moeten
worden.
De vrede die wij dan als vrucht van de geest opnemen, zet ons met
beide benen op de grond in deze wereld, maar we worden er niet meer
volledig door in beslag genomen – we zijn niet ván de wereld.
Een toekomstdroom? Misschien. Maar Jezus zegt ons dit alles nu al
opdat we zullen geloven. Juist nu, in deze dagen voor Hemelvaart, de
Evangeliedagen en Pinksteren is het tijd om ons te openen voor deze
kracht die in ons wil werken.
Wat een geluk dat wij Zijn medewerkers mogen zijn.
|