|
|
Preken: Johannes 13, 31 - 33a + 34
- 35
Door Monique Lejeune
Liefde: niet
weglopen en door de pijn heen gaan
De afgelopen week
zijn we bij herhaling door Paulus opgeroepen tot opbouw van
gemeente, gemeenschapsopbouw, kerkopbouw. En dat betekende voor ons:
dwars door dodenherdenking en het vieren van onze vrijheid heen.
En ook vandaag weer doet de reizende Paulus, waar hij toe oproept.
Hij verzamelt de leerlingen,
bemoedigt hen,
spoort aan om in het geloof te blijven, ook in tijden van ellende,
en hij benoemt oudsten: wijze, bindende mensen.
Zo gaat hij de weg, die hij moet gaan, omdat hij gegrepen is door
Jezus van Nazareth, omdat hij diep verstaan heeft, dat mensen in die
naam verbonden kunnen worden tot kracht, tot opbouw, tot
uitstraling.
Maar hij belooft hun geen rozentuin, want hij weet immers uit
ervaring, dat de tegenkrachten enorm zullen zijn. Het is de
werkelijkheid van onze mensenwereld!
Zo is het ook bij Jezus!
De tegenkrachten trekken het net om hem heen steeds strakker aan.
Hij weet dat wat komen gaat onontkoombaar is. En zo zit hij met zijn
leerlingen bij elkaar. Judas heeft afgehaakt en over een paar uur
zal Petrus hem uit angst ontkennen. En dan spreekt Jezus dat
onbegrijpelijke en ondoorgrondelijke woord over verheerlijken. Dat
woord over alle grenzen heen, dat binnenkomen van een totaal andere
werkelijkheid.
Wat kunnen de leerlingen daarmee, wat kunnen wij daarmee?
Maar vooral: waarom blijven we er zonder ophouden naar luisteren -
naar die stem van de andere kant, naar die stem van een
werkelijkheid, die zo haaks staat op de onze?
Ik heb mezelf die indringende vraag gesteld: waarom ben ik niet
gegaan?
Waarom ben ik niet weggelopen van zoveel pijn?
Waarom heb ik me laten vasthouden door die Jezus, mens tussen
mensen?
Waarom is gemeenschapsopbouw sterker dan welke tegenkrachten ook?
Het antwoord zal misschien altijd een geheim blijven, maar in het
testament, dat Jezus ons vandaag geeft, heb ik wel een richtlijn
gevonden.
Dat we elkaar lief moeten hebben.
Dat we in het spoor van Jezus moeten blijven zoeken naar broeder- en
zusterschap, naar een uitstraling die daarvan getuigt.
Midden in een wereld van oorlog en geweld, van etnische
tegenstellingen, van machthebbers en slaven, van boter op je hoofd,
van je handen wassen in onschuld. Midden in een wereld van dood,
heel veel dood.
“Ik geef jullie een nieuw gebod, dat jullie elkaar liefhebben.”
Liefde—het is zo’n afgebladderd woord!
Zoiets van: als ik maar wat voel....
Maar kijkend naar de weg die Jezus ging, komen we heel weinig tegen
van dat gevoel. Als je door een crisis heengaat valt er weinig te
voelen.
Je waant je door God en mensen verlaten.
Is liefde toch niet van een totaal andere orde? Is het niet veeleer
een werkwoord. Een kwestie van inzet en discipline. Van samen doen,
dag in dag uit. Van blijven zoeken naar elkaar in de opdracht die ik
en jij te vervullen hebben. Van het nooit opgeven van de
communicatie.
Voor mij betekent het bovenal: niet weglopen en door de pijn heen
gaan.
Juist daarin Jezus niet in de steek laten en daardoor ook niet al
die mensen, waarvoor hij liefde probeerde gestalte te geven.
Waarvoor hij de vreugde van de verrijzenis, van het leven wilde zijn
en worden.
Zo mogen we naar Pinksteren toeleven, opdat we de kracht en de moed,
maar vooral de werkelijke liefde kunnen ontvangen, die nodig is om
een gemeenschap op te bouwen en opnieuw gestalte te geven.
Moge het voor ieder persoonlijk en voor ons allen zo zijn.
|