Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 10, 27 - 30

Door Hinnêni Peltenburg

Luisteren, gehoor geven, leven ontvangen en onderweg zijn

In de tijd tussen Pasen en Pinksteren – we zijn al op de helft – lezen we deze twee verhalen uit de Schrift, waarin de volgende thema’s eruit springen: luisteren, gehoor geven, leven ontvangen en onderweg zijn.

Allereerst de lezing uit het boek Handelingen van de Apostelen: Paulus en Barnabas zijn een grens over gegaan; de grens van het Joodse land, naar de Griekse wereld. Het is uiteindelijk een pijnlijk verhaal. Paulus heeft zich vanaf het begin van zijn prediking gericht tot zijn eigen geloofsgenoten. Hij bleef trouw aan zijn eigen geloof, zijn ‘roots’. Maar als die geloofsgenoten de boodschap over Jezus Messias afwijzen, moet de Geest van Jezus aan Paulus duidelijk maken dat het Woord van God over verbond, vrede en gerechtigheid, zich door niets laat weerhouden. De werking van de Geest springt over alle grenzen heen. “Ik stel jou aan om een licht te zijn voor de heidenen, om tot heil te zijn tot het uiteinde van de aarde.” Dat is de Godspraak van de Heer aan zijn volk Israël, uit het boek van de profeet Jesaja; die opdracht klonk in een uitzichtloze tijd. Paulus richt zich nu met dezelfde woorden tot zijn geloofsgenoten in Antiochië om zijn volksgenoten aan deze opdracht van de Heer te herinneren. Maar zij wijzen die af en de Geest van Jezus maakt aan Paulus duidelijk dat hij nu zelf, heel persoonlijk een licht voor de heidenen moet zijn. Heidenen: mensen die van alles geloven, maar niet weten dat er een God is die een verbondsrelatie met mensen wil onderhouden; die niets weten van een God die leeft van een persoonlijke verhouding met mij, met elke mens; een God die in Jezus mens is geworden en door ons Vader genoemd wil worden.

Dat is het ene verhaal. Nu dat verhaal van Jezus. Het is koud buiten. Jezus loopt in de zuilengang van de tempel op en neer…te ijsberen…? Of loopt Hij ergens warm voor? Ik denk het wel. Hij valt op; er gaat een aantrekkingskracht van Hem uit. Er komen mensen om Hem heen staan: “wij willen zekerheid in deze onzekere tijden,” zeggen zij. Ben jij de Messias? Ben jij zo’n mens die zijn naam waarmaakt… zo’n mens van God uit? Jij heet toch Jezus = Hij die redt… Ben jij: ‘Ik zal er zijn voor jou’? En dan zegt Jezus: “Jullie geloven niet in wat je ziet, en niet in wat je hoort.” Hij vraagt: “Wil je wel bij het volk horen, want een Messias zonder volk, dat is een herder zonder schapen. En schapen zonder een herder, dat zou hetzelfde zijn als mijn Vader zonder zijn Zoon. Zoiets is ondenkbaar en dat laat Ik niet gebeuren!”

Dus: luisteren, gehoor geven, leven ontvangen, onderweg zijn, dat zijn de verbindende woorden in deze twee lezingen. Jezus zegt: “Degenen die de Vader mij gegeven heeft luisteren naar mijn stem, want Ik roep - Ik heb altijd al geroepen - en Ik roep ook nu nog steeds. Ik roep ieder van jullie bij je naam.” Tussen de regels door lees ik een vraag naar mijn eigen geloofsbeleving: “Ken jij jezelf wel, ken jij je eigen naam, dat is: je opdracht van God uit? Die kan niemand van je afnemen, maar dat kun je ook op niemand afschuiven. Die roeping achter Mij aan te komen moet je helemaal op je nemen. Je moet weten wat je wilt. Durf je Mij te volgen, durf je in het volk van God te blijven… jezelf toe te vertrouwen in de gemeente; zelf herder en hoeder te worden, dat is: geven en ontvangen; dat is leven geven en leven ontvangen, zoals Jezus gedaan heeft. Degenen die de Heer volgen doen dat uit vrije wil, zij kiezen ervoor om naar zijn stem te luisteren: zijn stem zoals die geklonken heeft vanaf het begin van de schepping in al die herders en hoeders van de mensheid die zijn Naam hebben gedragen door de tijd. Wij weten niet hoe God eruit ziet en elke poging om Hem met woorden te omschrijven is onvolkomen. Wij hebben alleen zijn Naam ter beschikking om Hem bekend te maken. En zijn naam luidt: Ik zal er zijn voor jou. Daarmee mogen wij op weg gaan. De verrezen Heer zegt dat Hijzelf de Herder is en de schapen: de gemeente, de kerken. Achter de woorden van dit evangelie klinkt in de gemeente van Johannes de vraag naar gezag: naar wie luisteren wij nou eigenlijk om te kunnen onderscheiden? Hoe willen wij ons laten leiden? Willen wij nog wel iets weten van gezag en leiding? Dergelijke vragen durven we nu weer voorzichtig met elkaar te bespreken, na een periode dat we er geen raad meer mee wisten. We proberen er eerlijk op te antwoorden. Jezus roept priesterlijke mensen – mannen en vrouwen – voor allerlei taken in zijn gemeente, in zijn kerk. Hij zegt: “Wees in mijn Naam een herder voor de kudde.” Een Herder, een voorganger…? Welke hoedanigheden zou die moeten hebben? De criteria voor de wijze waarop gezag dient te worden uitgeoefend bespraken we enkele weken geleden op een bezinningsdag. Ik zeg het met eigen woorden in vier punten:

  1. je staat in het volk - communaal
  2. met een eigen opdracht - persoonlijk
  3. schouder aan schouder naast de anderen – collegiaal
  4. luisterend om te onderscheiden: één in wezen met de Vader.

Tenslotte: hoe ziet die groep schapen eruit, wat is belangrijk voor de gemeente, de kerk van Christus? Het eerste kenmerk is: onderweg zijn, je voortbewegen, op zoek naar leven. En ook: eenheid in de verscheidenheid en respect voor de verschillen. Ik denk hierbij aan de gebeurtenissen van onze dagen: 1 mei: een belangrijke dag voor de protestantse kerken in Nederland: zij hebben de moed opgebracht om de krachten te bundelen en grenzen te overschrijden, om stappen te zetten naar elkaar toe! Ook de kerk van Europa staat voor nieuwe taken. Het toetreden van een aantal landen tot de Europese Unie zal ook belangrijk zijn voor de kerken van Europa. Op 8 mei wordt er een grote internationale interkerkelijke manifestatie in Stuttgart gehouden. Centraal staat de vraag hoe de boodschap van het evangelie ertoe kan bijdragen nieuwe bezieling te geven aan het moderne Europa. Een krachtige beweging! Tekens van hoop!

Ik geloof dat wij door het zetten van concrete stappen, ook de kleine stappen hier ter plaatse, groeien naar een Kerk, die in dienstbaarheid, ootmoed en liefde, vervuld van de heilige Geest, de plaats naast Jezus gaat innemen: arm en kwetsbaar zoals Hij. Als wij zeggen christenen te zijn en Jezus echt willen volgen, dan moeten wij van onze kerkelijke voetstukken af durven komen en de leiding weer in handen van de Heer zelf leggen: “Mijn schapen – zij die in beweging zijn - luisteren naar mijn stem; Ik ken ze en ze volgen Mij.”