Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 8, 1 - 11

Door Niek Werkhoven, gehouden op 25 maart 2007

 

“Hij droeg de schuld van velen en nam het op voor zondaars…”

 

Het lijkt me dat dit evangelie met één zin is samen te vatten: “Hij droeg de schuld van velen en nam het op voor zondaars…”  (Jes. 53,12)

 

Het is een heel bijzonder stukje van het evangelie: het staat in Johannes, maar in woordgebruik lijkt het heel veel op Lucas. Dat is meteen te horen in die eerste zinnen:

 

Jezus ging naar de olijfberg. ’s Morgens vroeg verscheen hij weer in de tempel waar heel het volk naar hem toekwam. Hij ging zitten en onderrichtte hen.

 

Precies met dezelfde woorden vertelt Lucas de laatste levensdagen van Jezus: in de nacht trekt hij zich terug op de olijfberg om vanuit stilte en gebed weer in de vroege morgen in de tempel te zijn. Tot de laatste avond wanneer hij daar op de olijfberg zijn doodstrijd doormaakt…

Het kan geen toeval zijn dat dit verhaal met dezelfde woorden begint. In wat er nu met deze vrouw gebeurt ziet Jezus zijn eigen levenslot getekend. Natuurlijk, met dit verschil dat het voor de vrouw nog goed afloopt, maar hijzelf zal alleen horen: wij hebben een wet en volgens de wet moet hij sterven. Zo staat hij nu voor ons, zo ook kunnen we zijn onderricht volgen.

Want daarbij kunnen we aan de woorden van Jesaja denken: 

zie Ik ga iets nieuws maken, het is al aan het kiemen,
zie je het niet…

Daar is dit verhaal een illustratie van want…

Nee, we zien het nieuwe niet, we horen en zien wat er gebeurt aan kwaad en ellende iedere dag weer opnieuw. Iets nieuws beginnen… mooie woorden maar hoe dan, waar dan? Daar gaat het verhaal dan ook over.

 

Schriftgeleerden en Farizeeën brengen een vrouw naar voren die betrapt is op echtbreuk. De realiteit van ontwrichting van samenleven, overhaast grijpen naar liefde, naar geluk. Het kwaad, niet als een abstract gegeven, maar in feitelijk doen. De harde, gewone, realiteit van schuld en kwaad.

Wie zijn die ‘schriftgeleerden en Farizeeën’? Zijn dat zulke hardvochtige moraalridders zoals we dat horen van Talibaan? Zijn het zulke fanatici die niet alleen deze vrouw maar ook Jezus uit de weg willen ruimen? Nee, dat geeft volgens mij een totaal vertekend beeld van wat dit verhaal, wat Jezus dus aan ons wil zeggen.

Door dit verhaal te lezen en te herlezen ben ik deze schriftgeleerden en Farizeeën gaan zien als vaders die zelf kinderen, dochters hebben. Oprechte mensen die verscheurd worden door oprecht te willen luisteren naar de wil van God: de opdracht te kiezen voor goed leven, voor liefde en geluk. En dan de realiteit van verkeerd doen, van zonde tegenkomen. In de Wet heeft Mozes ons opgedragen… Maar is deze weg zo rechtlijnig, is het leven zo zwart wit?

Het dilemma tussen ideaal en realiteit, het zijn de minsten niet die daar zwaar aan tillen. Mensen die menswording en samenleven hoogachten. Vaders en moeders die niet klakkeloos meegaan met ‘normaal doen’, gewoon vinden wat iedereen doet, vaders en moeders die niet berusten in een vertroebeling van goed en kwaad. Mensen die in stille tochten protest aantekenen tegen moord en doodslag, die opkomen voor vluchtelingen, de armen, weduwen en wezen van onze tijd.

In de Wet heeft Mozes ons opgedragen…

Meester – u geeft onderricht – wat zegt U? Hoe trouw te zijn tegenover God…

En Jezus zwijgt, zijn antwoord is stilte en zich buigen, zich diep bukken: er zijn vragen die we vragen moeten laten!

Maar dat is niet hetzelfde als ze op hun beloop te laten. En, zo neergebogen, schrijft hij met zijn vinger op de grond. Ja God heeft met zijn vinger de tien woorden in steen gegrift, woorden waar niet aan te tornen valt. Toch is deze God een barmhartige God die weet dat wij mensen onze geschiedenis schrijven in het stof van de grond, de grond waar we met onze voeten over gaan, en zo dikwijls op die barmhartigheid trappen, die barmhartigheid vertrappen.

De gecompliceerdheid van ons leven is niet met redeneren uit te bannen. Het teken dat Jezus stelt, zijn antwoord zal maar langzaam doordringen. De stem van de stilte leert dat geloof en liefde niet zonder de hoop tot leven komen. Dat is moeilijk uit te houden, we willen duidelijkheid, weten waar we aan toe zijn, antwoord op vragen waar geen antwoord op is…

Ze blijven aandringen en Jezus richt zich op: “Degene van jullie die zonder zonde, zonder schuld, is…die moet dan maar als eerste...” Maar zo een iemand zal het niet doen, die zal geen bloed vergieten!

En weer onderstreept hij zijn woorden door het veelzeggende gebaar van zich voorover te bukken en op de grond te schrijven.

Het kwaad, het onrecht, de ontrouw is niet uit te bannen door het op een zondebok af te wentelen. Het enige, de ware weg is zich nederig te bukken en de schuld op te nemen. Op deze manier een ‘ander’, een heilig leven gaan tonen.

Maar dan wordt Jezus achtergelaten, alleen. Horen we daarin niet wat Jezus tegen zijn leerlingen zegt: er komt een uur, ja het is er al, dat jullie uiteengejaagd zult worden, ieder naar zijn eigen plek en mij alleen zult laten….

 

Alleen met de vrouw door schande en schuld beladen en te kijk gezet. Ze wordt dan niet weggesleept, ze blijft leven maar…

Het verhaal is doordat allen weggaan nog niet ten einde. Het opnemen voor zondaars vraagt meer:

Vrouw waar zijn ze? Waar zijn ze voor wie je doodsbang was? Waar zijn ze die in jou alleen het kwaad zagen, de zonde?

En op Jezus’ tweede vraag kan de vrouw dan bevrijdend stotteren: niemand mijnheer, niemand heeft mij ter dood veroordeeld.

Ook ik schrijf je niet af, Ga en zondig van nu af niet meer…Daarin verschijnt het nieuwe dat aan het kiemen is, het vrijmakende woord dat ons wordt gegeven om te doen.

 

Zo staat de Heer ook nu in ons midden, zo wil Hij zijn leven, zijn Geest aan ons doorgeven. “De Heer heeft toch gezegd wat goed is, mens, en wat Hij van u verlangt: Hij wil niets anders dan dat u recht doet, dat u trouw eerbiedigt en dat u nederig wandelt met uw God”. (Micha 6,8)

Moge de Geest dit in ons tot volle uitbloei brengen.