|
|
Preken: Johannes 8, 1 - 11
Door Jan Rooijakkers
Blokkeer nooit de weg naar verzoening
We zijn op weg naar Pasen, van Aswoensdag, via
een dienst van verzoening, naar licht en uitzicht, ja verder nog,
naar vuur en geest! We zijn nu onderweg. Vanuit de gedachte aan
verzoening en omkeer, wil ik nu met u luisteren naar de boodschap
van het evangelie.
Een goede boodschap voor onderweg krijgen we
vandaag, lijkt me: een vrouw is bij Jezus en zij kan uiteindelijk
bevrijd en verzoend verdergaan.
Terwijl we
onderweg zijn naar licht of vrijheid of naar wat ieder zoal kan
verlangen als hij op weg is, treden altijd storingen op: fouten,
pech, depressie, zonde, ontmoediging. Kortom we gaan als mensen niet
een kaarsrechte weg. het hoort bij ons menszijn dat we altijd en
eeuwig een nieuw begin moeten maken; we staan altijd voor een moment
van omkeren, van verbeteren. Hoe met dit alles om te gaan? Kijken we
naar het verhaal dat rond Jezus verteld wordt. Een verhaal waarin we
ons gemakkelijk in de aanklagers herkennen, vermoed ik, en
moeilijker in de vrouw. Het begint ermee dat er mensen aankomen met
een veroordeling, niet met een vraag naar bekering, of verzoening.
De vrouw wordt veroordeeld – staat daar als slachtoffer. Jezus gaat
niet akkoord met de situatie. Hij weigert in het gangbare schema te
passen. Hij plaatst zich duidelijk zo anders, dat het gesprek
verandert in een soort spel! Hij denkt ook dat het niet goed is wat
er gebeurde. hij kijkt de hele situatie aan en komt met een heldere
reactie. Jezus begint niet aan de kant van de schuld en de straf die
dan zou moeten volgen. Hij begint aan de andere kant. Hij vraagt:
van waaruit veroordeel je? Is er sprake van dwang, van wraak, van
rechtsdwang, van angst dat alles in het honderd loopt als dat zo
maar kan. En hoe staat de vrouw daar: wordt kleintjes gemaakt en in
de hoek gedrukt. Jezus gaat niet op de stoel zitten van ‘ik moet
alles weer op orde krijgen’, nee, hij is de broeder en naaste van de
Farizeeën en van de vrouw. Ik hoor vanuit het evangelie de roep op
ons afkomen: ‘Nou dan, durf daar ook te staan’.
En dan verandert alles: je ziet het, de
aanklagers veranderen; de voorgenomen bestraffing gaat niet door.
Maar vooral: dan komt er ruimte voor bekering, voor een nieuwe
start: ”ga en begin opnieuw’.
Een veroordeling blokkeert je bekering, beëindigt
de weg naar verzoening. Je gaat in de verdediging, uit angst kom je
tegenover elkaar te staan, je sluit je op, je sluit je af, je
verkrampt – misschien zijn er nog wel betere woorden om de
blokkering duidelijk te maken. Kijken we goed wat er in dit stukje
evangelie gebeurt: er wordt niets vergoelijkt, er wordt ook
geenszins meewarig gedaan; Jezus presenteert broederschap, hij laat
zien hoe je je medeverantwoordelijk kunt maken. Dit schept ruimte en
kansen voor elkaar. Ik wil wel iets toevoegen: ik denk dat er veel
liefde nodig is om deze weg te wagen; om het te wagen dat de mens
zelf zijn weg verandert.
Als we een stap
verder gaan en het evangelie recht doen, zien we dat Johannes in
deze vrouw en in de Farizeeën het hele volk ziet, en in Jezus het
gezicht van de Vader. Wij gezamenlijk als dit volk van Farizeeën en
zondaars staan daar. Zo staan we voor Jezus, het gezicht van God;
hij buigt zich neer, zit op de grond zit en schrijft in het zand.
Dat is niet het beeld van de almachtige God die stenen wets-tafelen
vanaf de berg naar ons toe stuurt. Maar hier wordt het beeld
getekend van een zoektocht; hier wordt een mens getekend die zegt:
“Ik ben jullie broeder en we zoeken het hier; de wet staat in het
zand, een windvlaag en alle letters van de wet zijn verdwenen, maar
mijn roep ‘ga en beginnen we samen opnieuw’ blijft geldig.” Mij
bemoedigt het dat wij net als die mensen die weer een hele week lang
in krant en politiek als kemphanen elkaar naar het leven staan, hier
horen:
“Ik, God waag het met jullie, met zijn volk: ook
Ik veroordeel u niet, ga en begin opnieuw.”
|