Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 18, 33b - 37

Door Koos van Etten

Hoe Jezus zijn koninklijke weg ging

Het is wel opvallend. We vieren het einde van het liturgisch jaar eigenlijk in een alleluja-stemming met het feest van Christus, Koning van het heelal, en, zoals Nel zojuist al gezegd heeft, dat past bij het feest dat jullie vieren, Jan en Hetty. Er wordt ons echter tevens een stukje voorgelezen uit het evangelie van Johannes, dat bij het lijdensverhaal hoort zoals we dat integraal op Goede Vrijdag te horen krijgen, eigenlijk een droevig verhaal. Hoe past dat toch bij elkaar? Een groter tegenstelling dan die tussen Goede Vrijdag en Pasen kunnen we toch eigenlijk niet bedenken?

Het is overigens wel in overeenstemming met het evangelie volgens Johannes, want daarin wordt verteld over Jezus in een neergaande lijn en in een opgaande lijn. De neergaande lijn zal ik eerst even beschrijven. Aan het begin van het evangelie zegt Johannes "het woord is vlees geworden, mens geworden". In dit evangelie, zoals we het zojuist hoorden, betekent dat dat Jezus wordt voorgeleid aan Pilatus, een rechter, die Hem uiteindelijk ook zal veroordelen, waarbij Hij gegeseld wordt en bespot door zijn soldaten en tenslotte weggevoerd voor een terechtstelling aan het kruis. Dat is onbegrijpelijk. Deze mens kwam op voor liefde en gerechtigheid en dan zie je zo’n neergaande lijn, zo’n afgang. Toch laat Johannes zien dat in de weg, die Jezus gaat, tegelijk een opgaande lijn zit, een opgang, een weg naar verheerlijking. Jezus wordt in het verhaal, dat we zojuist gehoord hebben, immers koning genoemd, als het ware tot koning aangesteld. Hierna krijgt Hij een kroon op zijn hoofd. Het is weliswaar een doornenkroon, die Hem met bespotting wordt opgezet, maar toch vertelt Johannes in zijn verhaal "kijk goed, Hij krijgt een kroon op zijn hoofd en een mantel om zich heen", terwijl Pilatus iets later zegt "hier is uw koning". En zelfs op het kruis staat "Koning der Joden", als ware het kruis een troon. Het is even onbegrijpelijk, maar zo bedoelt Johannes het wel. Hij bedoelt aan te geven dat in deze kwetsbare mens, die het slachtoffer lijkt te zijn van politiek spel, een grote kracht doorkomt.

Die twee betekenislijnen houden de spanning vast van wie Jezus is en hoe zijn leven gegaan is. Zoals we het ook het vorige weekend hoorden, is Jezus bij de berechting door Pilatus en moet Hij ook die weg van de mens gaan. Hij moet de weg gaan in geloof, niet in de geborgenheid en de troost blijven steken, maar heel verantwoordelijk zijn eigen leven op zich nemen. Hij moet dat wel doen in het geloof dat Hij er is, "God, Ik zal er zijn". Juist in deze mens Jezus is te zien hoe het woord is vlees geworden, mens geworden en onder ons heeft gewoond. Er komt een innerlijke kracht door Hem heen, een innerlijke kracht waardoor Hij op de vraag van Pilatus een tegenvraag stelt en ook zegt dat zijn koningschap niet van deze wereld is, niet politiek gekleurd en op basis van militaire macht, maar dat het een koningschap is om te getuigen van de waarheid. Jezus is inderdaad kwetsbaar en geweldloos, maar Hij staat fier rechtop als een koninklijke mens. In Jezus heeft die goddelijke vonk gewoond en temidden van alle geweld blijft Hij staande.

Dat is het wat mij getroffen heeft bij het lezen van dit evangelie, en ik denk dat wij op onze manier zo onze weg mogen gaan. Voor de Joden is Jezus koning van Israël geworden. Hijzelf leefde vanuit een droom over het koninkrijk van God als een rijk van vrede, gerechtigheid en liefde en Hij heeft zich daar helemaal voor ingespannen. En hoewel die droom op het moment dat Hij voor Pilatus staat niet is uitgekomen, blijft Hij er toch in geloven. De droom is nooit uitgedoofd. Jezus groeit als een koning in dat rijk, waar Hijzelf voor opkwam. Zo mogen wij zeggen dat Jezus koning voor ons allen is geworden, voor al degenen die uit de waarheid zijn en luisteren naar zijn stem, die zoeken naar en hopen op recht en gerechtigheid en zich ervoor willen inspannen om te duiden dat het niet gaat om een koningschap van déze wereld, maar van die ándere, waarin je gelooft en waarop je hoopt, opdat wij als deze mensen staande blijven in de beproeving en er door ons heen een geestkracht mag komen ondanks onze kwetsbaarheid en opdat wij uitgroeien tot koninklijke mensen.

Als er dan gesproken wordt van "Jezus, Koning van het heelal", staat er in 1Kor – die we vandaag niet voorgelezen hebben – "en als het einde gekomen is, zal Jezus zijn koningschap overdragen aan God de Vader; Hij, de Zoon, zal zich onderwerpen aan de Vader, opdat God alles in allen zal zijn".

Dat is het feest dat wij vandaag vieren en mag dat ook een leidraad zijn voor jullie, koninklijke mensen. Moge deze overweging een leidraad zijn voor onze viering en voor de viering van het feest van vandaag.