Foto: Evangelie volgens Johannes
 Kennismaking
 Aanbod
 Spiritualiteit
   Liturgie
   Laatste Preek
   Matteüs
   Marcus
   Lucas
   Johannes
 Dagelijks leven
 Geschiedenis
 Contact
 Zoeken
 
 Leden           Slot

Preken: Johannes 6, 60 - 69

Door Leonie van Straaten, gehouden op 27 augustus 2006

 

Christen zijn: leven ontvangen, jezelf breken en delen, de ander aannemen, opnemen, verteren…

 

Wij leven in een tijd van multiple choice: er is voortdurend wat te kiezen – maar in dat kiezen lopen we het risico dat er iets op de vlakte blijft: het is kiezen voor dit moment, voor wat bij het gevoel van dit moment past – en morgen of volgend jaar weer wat anders. Veelal zijn die keuzes vrijblijvend en dus niet verbindend.

 

De lezingen laten voor mij dan ook een actuele boodschap horen. Een tegenstem. Misschien zetten ze ons aan het denken over keuzes die we maakten, of waar we voor staan.

 

Jozua stelt de twaalf stammen voor de keuze: wie wil je dienen? Zij kiezen zonder twijfel, en dat kunnen ze op grond van hun ervaring. De God van Jozua en zijn familie is een God van bevrijding. In die beweging willen ze zich verbinden.

In het evangelie horen we vandaag het slot van het 6e hoofdstuk. Dit is a.h.w. het hoogtepunt, omdat de leerlingen – lees: wij – voor een keuze gesteld worden. Wat hebben ze ervaren en welk inzicht is er om ervoor te kunnen kiezen achter hem aan te gaan?

Centraal bleek in de afgelopen weken de vraag ‘wie is Jezus?’ We werden meegenomen in het verhaal dat begint bij de behoefte om verzadigd te worden, en dat uitloopt op verlangen dat ons opent voor de ander en een ander woord. Het werd duidelijk dat Jezus niet enkel de gever is van het brood dat eeuwig leven geeft, maar dat hij zélf dit brood is: hij is het neergedaalde woord, dat vlees geworden is. Zijn vlees is geestrijk voedsel. Wie hem volgt wordt betrokken in het breken en delen van leven. Want zijn leven opeten – kauwen, slikken en verteren – stelt je voor de opgave zelf voedsel te worden, in zijn geest maar wel op geheel eigen wijze. Het is liefdestaal, zei Koos hier vorige week. Maar dan niet liefde van enkel het fijne gevoel.

 

De leerlingen vinden het dan ook een onverteerbare boodschap: het zijn harde woorden. “Wie kan hier naar luisteren?” Luisteren – dat is een voorwaarde om te kunnen geloven. Als ik niet kan luisteren, hoe weet ik dan wat mij te doen staat, hoe zou ik kunnen geloven?

Jezus hoort hun ergernis en probeert nog eens te verhelderen wat hij heeft gezegd: zijn woorden willen geest en leven openbaren. Zoals het woord is neergedaald uit de hemel, zo zal het opstijgen. Terwijl Jezus een mens van vlees en bloed is zoals wij, heeft dit vlees uiteindelijk geen eeuwigheidswaarde. Het is de Geest die levend maakt. Jezus’ woorden geven geest en leven. Maar hij weet dat niet alle leerlingen dit kunnen geloven. Velen keren hem de rug toe. Terwijl we in Jozua hoorden dat het volk van God groeide, zien we hier dat het ook anders kan gaan. De keuze van mensen is mede bepalend, voor toename of afname van groei van de geloofsgemeenschap.

Jezus weet dat ook onder de twaalf goed en kwaad aanwezig is. Zij blijven zelf verantwoordelijk in de keuze om hem te volgen, te verlaten, of te verraden. Jezus confronteert hen met deze keuze. Dat dit geen eenmalige keuze is in een mensenleven weten we uit de verhalen over de twaalf en ook uit onze eigen leven; de keuze om je te verbinden is geen garantie dat je bij die keuze blijft. Geconfronteerd met harde woorden, met een weerbarstige realiteit, met teleurstelling, zullen we steeds opnieuw onze keuze moeten herijken of anders kiezen.

Het antwoord van Petrus, als woordvoerder van de twaalf, is ontroerend. Het is een belijdenis van zijn geloof, op grond van ervaring en inzicht. Dan zegt hij: jij bent de heilige Gods. Jij bent. Het is het bevestigende antwoord op de vele ‘ik ben’-uitspraken in dit 6e hoofdstuk. De godsnaam wordt in Jezus herkend. Hij is de heilige Gods, heilig in de zin van apart gezet, hij is anders van God uit. Dat hebben ze ervaren en dat geloven ze.

 

Dit evangelie laat zien dat we in onze keuzes geleid kunnen worden door existentiële ervaringen en door inzicht dat groeit als je blijft luisteren. Het confronteert ons ook met onze keuze om christen te zijn. Als we Jezus’ leven breken en delen, zijn woorden en zijn leven verteren, ons er mee voeden, dan heeft dit als consequentie dat we zelf voedsel worden.

Dit vind ik een ongemakkelijke gedachte. Een hard woord. En zeker geen multiple choice.

Want gevoed worden door Jezus’ woord en leven kan me wel aantrekken. Maar als wij dit doen om op onze wijze en in deze tijd voedsel te worden, onszelf leren uitdelen, dan betekent dit ook dat wij elkaars woord en leven zullen opeten en verteren. Dat is niet niets. Het gaat over een evangelische liefde waardoor we ons laten voeden en waarmee we elkaar en anderen inspireren. Het is een kans om het lichaam van Christus op te bouwen.

Ik geloof en bidt dat het mogelijk is, en ik hoop dat wij als christenen, waar we ook leven, blijven luisteren en doen. Om te beginnen hier en nu, rond deze tafel waaraan we ook vandaag worden uitgenodigd.