|
|
Preken: Johannes 6, 41 - 51
Door Koos van Etten
Ik ben het brood uit de hemel!
Het evangelie van
vandaag is een vervolgverhaal. Twee weken geleden hoorden we het
verhaal van de broodvermenigvuldiging: dat Jezus brood gaf aan een
grote groep mensen. Vorige week gingen mensen in discussie met Jezus
en spraken over brood uit de hemel, dat Mozes eens gegeven had
tijdens de exodus. Nu horen we een uitleg over het brood dat Jezus
zelf is.
Johannes schrijft zijn evangelie voor een gemeente rond Johannes en
verwoordt wat zij in Jezus gezien hebben. De mensen in het begin van
het verhaal morren en mopperen onder elkaar, precies zoals tijdens
de exodustocht. Dat is blijkbaar heel menselijk. Zij kijken naar
Jezus in zijn uiterlijke verschijningsvorm en zeggen: hij is toch de
zoon van Jozef, een man uit Galilea, een jood uit ons volk. Wat is
er nu voor bijzonders aan? Maar de leerlingen rond Johannes zeggen:
hou op met dat gemor; hou op met al die bedenkingen en kijk eens
naar de andere werkelijkheid. Natuurlijk is hij de zoon van Jozef,
maar zie je ook niet, hoe God in hem werkt? Jezus geeft niet alleen
het brood, hij is zelf het brood om van het leven. Zijn woord, zijn
leven, zijn evangelie is het voedsel waarmee je een heel leven toe
kunt. Hij is brood uit de hemel d.w.z. een gave van God. Niet alleen
tijdens de exodustocht heeft het volk kunnen eten van het manna,
niet alleen tijdens Jezus leven hebben mensen gegeten van het brood,
maar ook nu in deze gemeenschap-in-zijn-Naam daalt het brood uit de
hemel . Het is genoeg om een heel leven mee te vullen.
Het ligt in het verlengde van de eerste lezing: het verhaal over
Elia. Hij is moe, staat er, het is hem teveel geworden, omdat hij
door zijn opdracht als profeet overal weerstand ondervindt. Hij gaat
erbij liggen. Maar dan stoot iemand hem aan en zegt: 'Sta op en
eet!' Eerst begrijpt hij het niet, eet en drinkt wat en slaapt weer
in. Maar als hij voor een tweede keer hoort zeggen: Sta op en eet,
wordt hij pas echt wakker: hij staat op en loopt door de kracht van
dat voedsel dagenlang door de woestijn, totdat hij bij de berg Horeb
komt.
Ik moet denken aan de tijd vóór de vakantie, toen ik moe was van de
taken die ik mij opgenomen had en moe van de vele aandachtspunten in
ons samenleven. Je kent dat wel. Ik was toe aan vakantie. Nu, na de
vakantie, denk ik: die vakantie was hard nodig. Waarom? Om weer bij
de bron van leven te kunnen komen, om weer de energie op te doen die
we nodig hebben voor de komende tijd. Voor mij kwam er een
kentering, toen ik in Paestum was, een oud stadje ten zuiden van
Napels. Ik zag er een fresco waarop afgebeeld was: iemand die van de
duikplank springt, plons, in het water! Een heel moderne afbeelding,
leek het, maar blijkbaar was het symbolisch bedoeld: durven de
sprong te wagen in het diepe, je durven overgeven aan het onbekende,
ja zelfs de val in het 'eeuwige leven', want de afbeelding stond
oorspronkelijk in een graf afgebeeld.
We zongen zojuist: 'Trek naar de overkant!' Dat is hetzelfde. Of
anders gezegd: er is een trekkracht van God uit. Over die trekkracht
spreekt het evangelie in het 2e gedeelte. God werkt in ons, heel
diep van binnen, en het is belangrijk te luisteren waartoe je
getrokken wordt. Ieder kan luisteren vanuit eigen hart, iedereen kan
in relatie gaan met Jezus en vanuit die relatie begint er een nieuwe
kijk op het leven, een nieuwe kijk op de dingen. De zwaarte van het
leven is niet onmiddellijk weg, maar er komt energie vrij. Vanuit
die relatie zijner drie aspecten van leven die hier genoemd worden:
- Als je verbonden bent, is er een beweging
van binnenuit. Er is niet alleen een gebod of verplichting, een
taak die je opgelegd krijgt. Er is ook een trekkracht van
binnen: laat God van binnen in je werken! Dat vraagt een
luisterbereidheid en je durven toevertrouwen aan die beweging.
- Een tweede aspect is eeuwig/ duurzaam leven.
Wie gelooft, bezit eeuwig leven, staat er. Niet straks, niet in
het hiernamaals, maar nu al. Wie verbonden is, leeft in een
relatie die van een andere orde is. Je leert anders kijken. Dat
gebeurt al; dit is ervaarbaar. Je leert niet alleen de dingen
zien in een negatief perspectief: alles wat er niet is. Je leert
ook kijken naar wat er wél is. Of misschien beter: je leert het
positieve benoemen. Denk aan Grad die 40 jaar priester is kunnen
zijn; denk aan Zr. Maria die 60 jaar met vreugde leeft van haar
religieuze roeping; denk aan het echtpaar dat zegt na 35 jaar
huwelijksleven elkaar weer nieuw te leren zien en dat te ervaren
als een Godsgeschenk.
- Nog een derde aspect is er: dit brood uit de
hemel opent een weg naar de toekomst. Wie eet van dit brood,
staat er, zal niet sterven, maar leven in eeuwigheid. Natuurlijk
zullen we dood gaan en sterven, maar in en vanuit die relatie
met God, met Jezus is er iets dat de dood overstijgt. We weten
niet hoe, maar kunnen het zien aan b.v. de getuigen onder
mensen, zoals gisteren Edith Stein. Zij laten in hun leven zien
dat er iets is dat ons mensen overstijgt. Daar geloven we in.
Mag dit brood dat Jezus is, ons voeden en ons op
weg zetten voor de komende tijd.
|